Review

Nieuw stuk van Bokaer is mislukte onderneming

De choreografie van William Forsythe biedt de meeste spanning en sensatie en de dansers voelen zich in zijn werk zichtbaar het best thuis. Helaas is het enige nieuwe stuk, van Bokaer, ook net de absoluut mislukte onderneming.

Pond Way. Beeld Filip van Roe

Ballet Vlaanderen is wat betreft danstechnisch niveau, omvang en financiële armslag niet gelijk aan Het Nationale Ballet, maar het heeft wel een bijna even lange en niet oninteressante historie. Het is een groep om in de gaten te houden. Zeker sinds de Belgisch-Marokkaanse choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui ruim een jaar geleden is begonnen als artistiek directeur. Een ster uit de hedendaagse dans aan het roer van een balletgezelschap: dat is behoorlijk ongehoord.

Deze week is het programma West te zien in Amsterdam, met werk van alleen maar Amerikaanse choreografen. Later gaat tegenhanger East in première, met makers die op de grens van die twee geografische en culturele gebieden werken en uit de eigentijdse dans komen. 'Borderline' is het thema waaraan Cherkaoui dit seizoen heeft opgehangen. West bevat werken van iconen als Merce Cunningham en William Forsythe 'het jonkie' Jonah Bokaer. Alle drie gaan ze met de klassiekeballettaal aan de haal. Het enige nieuwe stuk komt van Bokaer, en helaas is dat nu net de enige absoluut mislukte onderneming.

De deels Tunesische Bokaer, die onder anderen bij Cunningham danste en eerder in Nederland werk presenteerde bij Dance Works Rotterdam, heeft zich gestort op Sheherazade uit de verhalen van Duizend-en-een-nacht. Zij redt zichzelf uit de handen van haar wellustige en moord-dadige sultan, die elke avond een ander vrouw wil, door hem 1.001 nachten sprookjes te vertellen. Shahrazad (2016) zit vreselijk gekunsteld in elkaar: half verhalend, half abstraherend. Bokaer heeft het oriëntalisme van het befaamde ballet uit 1910 willen vermijden, maar levert nu vlees noch vis. Er is veel gedoe rond een bed van hoge gaasdoeken dat het zicht op de dans hinderlijk belemmert, maar hij laat dansers ook, heel 'eigentijds', op kopieerapparaten liggen.

West
Dans
***
Door Ballet Vlaanderen
Met choreografieën van Merce Cunningham (Pond Way), Jonah Bokaer (Shahrazad) en William Forsythe (Approximate Sonata 2016)
10/11, Opera Antwerpen
Op 1 en 2/12 in Koninklijk Theater Carré, Amsterdam

Het centrale paar, de op zich prachtige Drew Jacoby en James Waddell, vertolken bloedeloze personages, in een danstaal zo obligaat, fantasieloos en niks, dat hij voor je ogen verdampt. Natuurlijk, Bokaer is nog jong (35), maar wat een verschil met de oude meesters: die weten wat ze willen vertellen, hoe je spanning creëert en hebben een eigen stijl.

Voor het ietwat surreële Pond Way (1998) heeft Cunningham, een natuurliefhebber, voortgeborduurd op iets wat hij als kind graag deed: keitjes op het water laten stuiteren. De moeilijke balansen, het bovenlijf dat los van armen en benen lijkt te functioneren, de sprongen die een tegendraadse kracht in zich hebben: in al deze typische Cunninghamkenmerken zie je het waterleven met een beetje fantasie inderdaad terug. De dansers zijn vogels die statig naar een visje happen of trekken hun benen op als kikkers. De choreografie is een continue stroom van positieveranderingen, versterkt door losjes openvallende kostuums van een soepele witte stof. De uitvoering is niet altijd licht en evenmin trefzeker genoeg, waardoor het stuk iets stijfs krijgt.

Forsythe biedt de meeste spanning en sensatie en de dansers voelen zich in zijn werk zichtbaar het beste thuis, hoewel niet iedereen de vlijmscherpe, brutale lijnvoering optimaal beheerst. Approximate Sonata 2016, dat afgelopen juli in Parijs in première ging en een bewerking is van de oerversie uit 1996, bestaat uit vier duetten, gezet op vervreemdende elektronica van Thom Willems. Flitsend, maar ook prachtig stil, zie je de koppels werken aan hun dialoog, alert en actief. Het houdt de virtuoze ballettaal, die Forsythe opknipt in allerlei onverwachte elementen, ritmen en structuren, levendig.

Approximate Sonata. Beeld Filip van Roe

Reddende engel

Het is nu aan Sidi Larbi Cherkaouie om Ballet Vlaanderen een artistiek gezicht te geven.

Het is geen geheim dat het in 1969 door Jeanne Brabants opgerichte Koninklijk Ballet van Vlaanderen, sinds de fusie met de opera in 2014 Ballet Vlaanderen, een zorgenkind is. Met name de wisselende artistieke kwaliteit en de geringe internationale uitstraling worden genoemd. Welbeschouwd zoekt de groep al tijden een plaatsbepaling. Ze willen klassiek ballet blijven brengen, maar ook moderniseren. Robert Denvers (1987-2005) bracht choreograaf en beeldend kunstenaar Jan Fabre in, die Het zwanenmeer drastisch bewerkte. In zijn tijd was er ook een bloeiende musicalafdeling. Kathryn Bennetts (2005-2012) gaf de groep schwung met het postmoderne werk van William Forsythe. Toen zij ontslag nam uit onvrede over onder meer het budget, kwam er een onfortuinlijke tussenpaus. Nu moet Sidi Larbi Cherkaoui, held van de eigentijdse dans, de reddende engel worden. Te weinig klassiek, zeggen tegenstanders. Frisse wind, zijn voorstanders. Cherkaoui behoudt zijn eigen gezelschap, Eastman, en werkt bij Ballet Vlaanderen samen met artistiek co-directeur Tamas Moricz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden