Nieuw publiek ontdekt toneel

Gaat het nu goed of slecht met het theater in Nederland? Op die vraag wilde het Theaterfestival een eerlijk antwoord, overeenkomstig de werkelijkheid. Dat was nog geen sinecure, bleek tijdens het Grote Podiumkunstendebat woensdag in Amsterdam, onder leiding van Clairy Polak.

Ook in reguliere schouwburgen is 'minder draagvlak voor jonge, onbekende makers', omdat daar moeilijker publiek voor te vinden is Beeld anp

NRC-journalist Daan van Lent had verse cijfers bij elkaar verzameld, waaruit bleek dat het zo slecht niet gaat met het toneelbezoek - er is zelfs sprake van een lichte stijging. Daling van publieksaantallen doet zich vooral voor bij amusement: cabaret en musicals. Van Lent had echter te weinig verschillen meegewogen, zoals tussen theaters in grote steden en in de regio, tussen festivals en schouwburgen en tussen (bijvoorbeeld) ervaringstheater voor kleine publieksaantallen en grote zaalproducties voor zeshonderd man.

Iedereen was het er wel over eens dat jonge makers steeds moeilijker aan voldoende speelbeurten komen en dat dit de artistieke ontwikkeling van theater frustreert. Van de negentien zogenoemde vlakke vloeren (kleine zalen zonder scheiding tussen publiek en podium) hebben er op dit moment slechts twaalf de crisis overleefd. Ook in reguliere schouwburgen is 'minder draagvlak voor jonge, onbekende makers', omdat daar moeilijker publiek voor te vinden is. En juist publieksinkomsten moeten de door bezuinigingen geslonken subsidies grotendeels compenseren.

Grillig

Marc van Warmerdam, algemeen directeur van Orkater, merkte op dat het publiek zich steeds grilliger gedraagt en dus moeilijker is in te schatten. Hij was de enige die durfde te erkennen dat Orkater daardoor misschien wel minder artistiek risico neemt, dus meer op veilig speelt met de keuze van voorstellingen en makers.

Vrije theaterproducent Arjen Schuurman (die voorstellingen maakt zonder subsidie) heeft wel steeds meer moeite zijn investeringen terug te verdienen, omdat theaters harder onderhandelen over de verdeling van kosten en baten. Hij teert in op reserves: 'Het gesubsidieerde toneelaanbod concentreert zich steeds meer in grote steden. Wie speelt er straks nog fraai toneel in kleinere provincieschouwburgen als wij dat niet meer doen? Blijven mensen daar verstoken van belangwekkende voorstellingen?'

Festivals

Theaters met meer zalen onder één dak, zoals de Zwolse Theaters, weten de veranderende situatie op te vangen door minder makkelijk aanbod in kleinere zalen (met minder toeschouwers dus minder inkomsten) te financieren met recettes uit bijvoorbeeld een volle bak voor de Chippendales in de grote zaal. Andreas Fleischmann van De Meervaart in Osdorp weet nieuw publiek te vinden door zelf voorstellingen te (co-)produceren voor nieuwe doelgroepen met een bi-culturele achtergrond (zoals Marokkaans-Nederlands). 'Ik moet heel vaak uitleggen waarom de zaal is gesplitst in even en oneven stoelnummers. Dat is een goed teken. Dan zijn ze nieuw in De Meervaart.' Wel erkende hij dat veel grote zalen, ooit gebouwd voor flinke toeschouwersaantallen, nu niet altijd een passende publiekscapaciteit hebben voor het beschikbare toneelaanbod. 'Je zou een flexibele tribune willen.'

Duidelijk was dat reguliere theaters moeilijker lijken in te spelen op de grillige keuze van het publiek. Zij zitten vast aan die zaal met vijf- of achthonderd stoelen die minstens half vol moet. Terwijl theatermakers steeds vaker liever in fabrieken of weilanden spelen en toeschouwers dat wel spannend vinden. Niet voor niets scoren festivals sterk op publieksbereik. Zoals het grotendeels uitverkochte Theaterfestival. In Amsterdam, dat wel. Dus niet in Meppel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden