Nieuw fonds 'kafkaiaans' voor kamermuziek

De rijke Nederlandse kamermuziek-cultuur dreigt te verschralen. Podia zetten minder of minder goede kamermuziek op het programma, waardoor zelfs gerenommeerde ensembles veel minder optreden....

Dat blijkt uit een rondgang langs ingewijden uit de kamermuziek. 'Podia hebben steeds minder te besteden en kopen dus een lager echelon ensembles in', zegt Andries Mulder van stichting De Kamervraag, een gesubsidieerd 'kenniscentrum' voor de branche. 'Daardoor dreigt het aanbod inhoudelijk te verschralen.' Volgens Mulder is de markt harder geworden. 'Het aanbod aan ensembles is enorm toegenomen.'

Kamermuziek trekt in Nederland zo'n 600 duizend bezoekers per jaar. Uit onderzoek van De Kamervraag blijkt dat de toeloop sinds 2000 jaarlijks toeneemt met 5 procent. Tegelijkertijd melden zelfs gerenommeerde ensembles dat ze de helft minder concerten geven dan twee jaar geleden, of hun prijs fors hebben moeten verlagen. Kleine podia hebben geen geld meer voor kamermuziek, of ze 'zakken in niveau', zegt secretaris Fred Renirie van hun belangenvereniging.

Voornaamste boosdoener is volgens de klagers het nieuwe subsidieloket voor de kamermuziek, het Fonds voor Podiumprogrammering en -marketing (FPPM). Vroeger vergoedde het Nederlands Impresariaat (NI) een deel van de uitkoopsom aan podia die ensembles op het programma zetten, mits het artiesten waren uit de stal van het NI, de marktleider in dit opzicht. Daarvoor ontving het NI jaarlijks ruim 400 duizend euro van OCW. Dat bedrag verhuisde in 2002 naar het FPPM, samen met kamermuziek-geld uit andere regelingen. Dit fonds heeft een veel bredere opdracht: stimulering van vernieuwende programmering, ook op het gebied van dans, jazz en theater.

Veel programmeurs en musici zien het FPPM als een zwarte doos, waarin geld en knowhow voor de kamermuziek met onduidelijke bestemming zijn verdwenen. Toe- of afwijzing van subsidies gebeurt op mistige gronden. Het Nederlands Blazers Ensemble legde een 'kafkaiaanse' lijdensweg af naar zijn subsidie, zegt zakelijk leider Johan Dorrestein.

De aanvraagprocedure is zo ingewikkeld, dat zelfs een ervaren programmeur als Anneke Hogenstijn van het Amsterdamse Concertgebouw, die overigens adviseur wordt bij het FPPM, het spoor bijster raakte. 'Ik heb flink zitten vloeken.' Het fonds werkt aan een vereenvoudiging.

Velen vragen zich hardop af hoeveel subsidie daadwerkelijk ten goede komt aan de kamermuziek, gezien de hoge kosten en ondoorzichtige cijfers van het FPPM. De overhead-kosten van het fonds belopen 12,5 procent van het totale subsidiebudget van 6,5 miljoen euro, twee keer zoveel als bij het meest efficiënte kunstenfonds. Vanaf 2005 hoopt het FPPM op 10,9 procent uit te komen, nog altijd boven de 10 procent die OCW als norm hanteert.

Maar FPPM-directeur Martin van Ginkel stelt dat de kamermuziek er juist op vooruitgegaan is ten opzichte van het oude systeem. Dit seizoen, en in het komende, steekt zijn fonds jaarlijks 671.500 euro in de sector, zegt hij. Bijna twee ton meer dan het NI te besteden had. Bovendien is het nieuwe systeem rechtvaardiger. 'Programmeurs hebben nu veel meer vrijheid in het kiezen van de ensembles' en zijn niet meer verplicht tot 'gedwongen winkelnering' bij het NI. '

De problemen die de klagers signaleren, zijn volgens Van Ginkel 'niet verklaarbaar' vanuit het nieuwe subsidiesysteem, maar veeleer vanuit de hardere marktomstandigheden. 'Het is zo dat ensembles die eerst onder de vlag van het NI veelvuldig concerteerden, nu concurreren. Er zijn letterlijk meer spelers op de markt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden