Nieuw festival Mondriaan Jazz is jong en vernieuwend, Piet zelf zou het goedkeuren

En de tel kwijtraken, dat overkomt zelfs Ravi Coltrane

Jong talent schitterde gelukkig wél op Mondriaan Jazz met vernieuwende muziek waar schilder en jazzliefhebber Piet Mondriaan van had genoten.

Ravi Coltrane op festival Mondriaan Jazz in Den Haag. Foto Ben Houdijk

Piet Mondriaan (1872-1942) hield van jazzmuziek. Hij bezat een behoorlijke collectie jazzplaten van onder anderen Duke Ellington, Bix Beiderbecke en Louis Armstrong en bleef op zoek naar nieuwe, vernieuwende muziek. In het jaar waarin Den Haag uitgebreid stilstaat bij Honderd Jaar Mondriaan en De Stijl, is het dus een mooi idee om een nieuw jazzfestival naar deze kunstenaar te vernoemen. Zaterdag beleefde Mondriaan Jazz zijn eerste editie in het Paard en andere zalen aan de Haagse Grote Markt.

Ook mooi: wie een kaartje voor Mondriaan Jazz kocht, mocht het weekend gratis naar de tentoonstelling Mondriaan en De Stijl in het Haags Gemeentemuseum. Bezoekers konden voor niks tot ver na middernacht genieten van jazzmuziek.

Het merendeel van de bezoekers aan Mondriaan Jazz kwam vooral voor één grote naam, Ravi Coltrane. De 52-jarige 'zoon van John' zoals hij zijn hele professionele leven als saxofonist al wordt aangeduid, stond op het affiche samen met het Amsterdam Mallet Quartet. Met z'n vijven zouden ze Simeon ten Holts befaamde Canto Ostinato gaan uitvoeren. Een gedurfd experiment. Zou het klassieke Canto Ostinato, dat tot de populairste, meest uitgevoerde Nederlandse muziekstukken mag worden gerekend, zich lenen voor de improvisaties van Coltrane?

De organisatie had de saxofonist al eens iets dergelijks horen doen met de minimale percussiemuziek van Steve Reich en kwam zodoende op het idee Coltrane dat ook te laten doen met vergelijkbaar werk van een Nederlandse componist.

Het pleit voor de organisatie de eerste editie te openen met zo'n experiment en voor Coltrane dat hij dit aandurfde, maar van een echte synergie was geen sprake. De saxofonist bleef daarvoor te veel binnen de lijntjes.

De eerste veertig van de 106 segmenten waaruit de Canto Ostinato is opgebouwd speelde het kwartet (twee marimba's, twee vibrafoons) alleen. Mooi, precies en op den duur bezwerend. De hoop dat Coltrane even ging prikkelen en ontregelen verdween gaandeweg het uur dat hij het kwartet daarna bijstond. Zijn spel op sopraansax was wat braaf en op tenor zelfs ronduit saai. Toen hij tegen het einde netjes de melodie van het kwartet volgde, vroeg je je af wat de meerwaarde van zijn komst eigenlijk was.

Zelf verklaarde hij tijdens een vraaggesprek na afloop ook niet helemaal tevreden te zijn, hij was de tel even kwijtgeraakt en durfde niet voluit te gaan.

Kan gebeuren. Het was in elk geval een spannend begin van een festival dat verder vooral veel jong talent had geprogrammeerd. Mammal Hands bewees zich als een lekker opzwepend jazztrio waarin vurig saxofoongeweld en een klaterende piano vochten om de aandacht. Drummer Nate Smith presenteerde zijn alle kanten opvliegende project Kinfolk en de Noorse band Rohey bracht een bruisend geheel van soul, funk en electrojazz. Zangeres Rohey Taalah stuwde de band naar een nog krachtiger geluid dan op het toch al sterke debuut A Million Things. Een band die het volgend jaar net zo goed op een popfestival zal doen als op North Sea Jazz.

Maar, zoals vaker op dit Mondriaan Jazz, was ook bij Rohey de vraag of dit het soort vernieuwing was dat de organisatie had beloofd. Zo bracht de Amerikaanse band Forq een wel heel slap jazzrockderivaat en was het ook elders zoeken naar echt experiment en improvisatie.

Gelukkig waren daar laat op de avond uit Nederland drummer Jamie Peet en toetsenist Niels Broos. Ze hadden volgens Broos 'niks afgesproken' en het aangedurfd samen een heel concert volledig te improviseren. Dat leverde enerverende, soms opzwepende en dan weer zoekende muziek op. Precies wat je hoopt op een festival dat zich richt op nieuwe avonturen in de jazz. En het soort jazz dat Piet Mondriaan vermoedelijk zal hebben goedgekeurd.

Meer over