Niets is overbodig in Haarlem

Steeds meer wordt de geschiedenis van de kunst in een breed perspectief getoond. Om de eenheid van Europa te benadrukken worden Europese kunstenaars bij elkaar gezet....

En dan nu een tentoonstelling met een onbeschaamde claim in de titel: De Gouden Eeuw begint in Haarlem. Haarlem?! Het lijkt bijna of er staat: vergeet Vermeer. Vergeet Rembrandt. Vergeet Ter Borch, Van Mieris en Dou.

Maar dat staat er natuurlijk niet. Er staat begínt in Haarlem. Het ontstaan van de Gouden Eeuw, ergo de vernieuwende Hollandse schilderkunst, de bakermat van de glorietijd, ligt in Haarlem. Toch: door de bravoure die het Frans Hals Museum aanslaat en de enorme omvang – vertrekkend conservator Pieter Biesboer koos voor deze afscheidstentoonstelling zo’n 140 schilderijen – vallen Delft, Amsterdam, Dordrecht, Leiden, Utrecht en Den Haag in het niet. Aan het eind heb je zoveel overtuigend materiaal gezien dat je de andere steden van de Republiek vergeten bent. Is het meestermanipulatie of speelde Haarlem echt zo’n belangrijke rol?

Het antwoord is ergens in het midden te zoeken. Haarlem was ideale potgrond voor artistieke ontwikkeling. Klein in de 16de eeuw, met veel tegenslag: ruzie met de Westfriezen, bezetting door de Spanjaarden in 1573. De adel verloor aanzien en macht, kerken bestelden geen kunst meer. Maar de handel kreeg nadat de Spanjaarden zich terugtrokken in 1577 een impuls. Bierbrouwerij, lakenhandel, bleekvelden, scheepsbouw. Het bekende verhaal van de 17de-eeuwse schilderkunst kreeg in de kleine snelkookpan die Haarlem was veel ruimte: de kunst democratiseerde doordat burgers rijker werden en er meer vrij werk werd gemaakt, de economische bloei trok aan. Haarlem was ons kent ons, de schilders woonden dicht bij elkaar.

De sterkunstenaars trekken voorbij in een glasheldere (maar wel een beetje saaie) indeling van genres: Hendrick Vroom bij het zeestuk, Pieter Saenredam bij het architectuurstuk, Job Berckheyde bij het stadsgezicht, Pieter Claesz. bij de stillevens, Frans Hals bij het portret. Adriaen van Ostade bij het genre, Jacob van Ruisdael bij het landschap. High quality schilders, onbetwist deel van de galerij der groten. Dus ja, Haarlem deed ertoe, en was bepalend voor succes.

Maar voor een tentoonstelling die zo sterk nadruk legt op de stad, valt er wel wat af te dingen. Zo waren veel van de schilders – waaronder Jacob van Ruisdael, Nicolaes Berchem en Jan van Goyen – kosmopolitischer dan het hier voorkomt. Ze werkten in vele steden voor langere of kortere tijd. En ja, dan ben je al gauw Haarlems, Delfts én Amsterdams tegelijk; zo het uitkomt.

Opmerkelijk is ook de breuk met het verleden die er in Haarlem rond 1600 plaatsvond. Schilders als Cornelis van Haerlem, Jan van Scorel en Hendrick Goltzius schilderden compleet anders dan de latere club. Weg zijn opeens de spierbundels van de classicistische ‘knollenstijl’, de hoogdravende verhalen, aangezet met zware erotiek onder het mom van exemplum virtutis (hoe het níet moet, dus). Een mogelijke reden ligt in een feit waar de tentoonstelling veel meer aandacht aan had kunnen besteden: de nieuwe aanwas in 17de-eeuws Haarlem was import.

Veel grote schilders in deze viering van Haarlem zijn Vlaams. De allochtonen maakten de stad groot. Frans Hals, Pieter de Molijn, Pieter Claesz., Esaias van de Velde, afijn, nog meer. Ze kwamen geluk zoeken in het Noorden. Ze brachten hun talent mee en de bereidheid nieuwe wegen in te slaan en vonden, in een mengelmoes van afkomst en lokale tradities nieuwe stijlen uit. Een nuchtere, sobere en vooral realistische schilderkunst. Vol ruimte en rust voor details. Niet schreeuwerig. De fluisterende burgers in de St. Bavo, de glanzende kan op een ontbijtje – een Vlaams genre, verfijnd in Haarlem. De lach die Frans Hals introduceerde, de manier waarop hij voor niets dan de persoonlijkheid van zijn klanten ruimte maakte op zijn doeken. De stille zandpaden in de duinen. Er is niets overbodig in de Haarlemse schilderkunst. Misschien dat dat Haarlems is. Maar dan wel met dank aan vele invloeden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden