Niets-aan-de-handkunst uit een foute periode

Welke kunst vonden de nazi's wel verantwoord? Een selectie uit de Nederlandse depots is te zien in Museum Arnhem. 'Je denkt aan foute kunst, maar het is eigenlijk heel onnozele kunst.'

Karel Appel, Ophaalbrug Amsterdam, 1942 Beeld Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Karel Appel, Ophaalbrug Amsterdam, 1942Beeld Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Sinds de Tweede Wereldoorlog is De Engel der gerechtigheid niet meer te zien geweest. Op het schilderij, gemaakt in 1942, staat een engel met een weegschaal in de hand waarin een briefje ligt: 'O ijdel en verlaten Londen/ gewogen en te licht bevonden.' Op de achtergrond staat de Engelse hoofdstad - toen toevluchtsoord van de Nederlandse regering en koningin Wilhelmina - in brand.

'Dit is een propagandawerk zoals je het verwacht', zegt Arno Bornebroek, als historicus verbonden aan het instituut voor oorlogsstudies NIOD. Het doek is geschilderd door Henri van de Velde in opdracht van het door de Duitse bezetter opgerichte departement dat 'volksvoorlichting' tot taak had.

De kunstenaar maakte nog een werk voor het departement, dat op de kamer van NSB-leider Anton Mussert kwam te hangen. 'Veel fouter kan je het niet krijgen', zegt Bornebroek. 'Van de Velde had een zwager, Carel van Lier, die een vermaarde kunsthandel had. Van Lier was joods en is omgekomen in een concentratiekamp. Van de Velde heeft geen vinger voor hem uitgestoken, terwijl hij veel aan hem te danken had.'

De Engel der gerechtigheid is te zien op de tentoonstelling Geaarde Kunst in Museum Arnhem. Daarin wordt een doorsnee getoond van de zevenhonderd kunstwerken die in de oorlogsjaren 1940-1945 door de Nederlandse Staat zijn aangeschaft. Circa een derde van die collectie is verdwenen. Enkele topwerken zijn in bruikleen aan musea gegeven. De rest heeft zeventig jaar in de depots van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gelegen.

Henri van de Velde, De engel der gerechtigheid, 1942 Beeld Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Henri van de Velde, De engel der gerechtigheid, 1942Beeld Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

'Ik kan me voorstellen dat de tentoonstelling niet voor iedereen even prettig overkomt', zegt Miriam Windhausen, hoofd museale zaken van Museum Arnhem. 'Maar het zegt wat over het beleid van toen. Over entartete kunst (de ontaarde kunst die door de nazi's verboden was verklaard, red.) is veel geschreven. Maar wat was de norm in oorlogstijd voor kunst die als goed werd beschouwd? Dat laten we zien.'

Wie zalen vol schuldige schilderijen verwacht, komt bedrogen uit. Brave landschappen en stillevens voeren de boventoon. 'Gezien de periode denk je aan heel foute kunst', zegt Marina de Vries, hoofdredacteur van Museumtijdschrift. 'Maar het is eigenlijk heel onnozele kunst. Het is niets-aan-de-hand-kunst.' De Vries zette met Bornebroek en Nikola Eltink (werkzaam bij het Van Gogh Museum) de expositie op, in nauwe samenwerking met Museum Arnhem.

Grote namen als Karel Appel, Pyke Koch, Jan Sluijters en Carel Willink zijn ook vertegenwoordigd. De man die bepaalde welke werken in staatsbezit kwamen, had oog voor kunst. Eduard Gerdes (1887-1945) was zelf een schilder, zij het een middelmatige.

Mooie villa

Hij had zich in het begin van zijn carrière ontvankelijk getoond voor vernieuwing. 'Hij was bevriend met Sluijters en kende Mondriaan', zegt Bornebroek, die een biografie over Gerdes voltooit. 'Later behoorde hij tot de mainstream die ambachtelijk werk maakte volgens de principes van de Rijksacademie. Hij verdiende geld met de verkoop van zijn schilderijen, maar daarmee kon hij nooit de mooie villa betalen die hij in Laren had gekocht. Hij heeft heel lang een toelage van zijn vader gehad.'

Pas in 1940, op zijn 53ste, kreeg Gerdes zijn eerste baan: hij werd chef van de afdeling beeldende kunst van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten. Dat had een groot aankoopbudget voor kunst die de nationaal-socialistische zaak propageerde. Gerdes had ook een ideëel motief: als bestuurslid van kunstenaarsvereniging St. Lucas wist hij hoe armlastig veel schilders waren. Daarom gaf hij ook financiële steun aan kunstenaars, onder wie Appel.

Eduard Gerdes, zelfportret 1937 Beeld Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Eduard Gerdes, zelfportret 1937Beeld Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Gerdes is fout in de oorlog geworden door familieomstandigheden, zo gaat de mare. Zijn vrouw had hem in 1930 met hun drie kinderen verlaten voor een andere man. Een jaar later was hij met het Duitse kindermeisje getrouwd. Haar vader was pro-Hitler geworden nadat hij failliet was gegaan. Door haar zou Gerdes ook in het nationaal-socialistische kamp zijn terechtgekomen.

'Dat is het verhaal van de familie. Het Duitse kindermeisje kreeg de schuld', zegt Bornebroek. 'Uit mijn onderzoek blijkt dat hij door de Russische Revolutie is beïnvloed. Zijn schoonmoeder was Russin. Zij kon niet meer terug naar de Sovjet-Unie, waar familieleden van haar zijn verdwenen. Gerdes' stiefmoeder was ook op de vlucht geslagen voor de Russen. Hij heeft veel Russische bannelingen over de vloer gehad en is een rabiate anti-communist geworden. Daarom heeft hij zich aangesloten bij de NSB.'

Kort na de bevrijding is Gerdes onder onduidelijke omstandigheden in een ziekenhuis gestorven. Daar was hij geopereerd aan een ontsteking in zijn hals. Bornebroek: 'Hij ging dood terwijl er bewakers voor de deur van zijn kamer stonden. Men was bang dat hem als hoge NSB'er iets werd aangedaan. Misschien is hij omgebracht. Misschien is zijn dood nalatigheid geweest.'

Geaarde Kunst - Door de Staat gekocht '40-'45. Museum Arnhem, 17 februari - 25 mei 2015

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden