Niet zonder liefde

Juma durft de liefde niet aan omdat haar ouders het verprutsten

'Niemand anders spreekt mijn naam zo veelbelovend uit.' Je moet er een beetje van houden: de Vlaamse schrijfster Marita De Sterck (1955) reserveert in haar werk veel ruimte voor poëtische bespiegelingen over de liefde, die het ook gebeiteld in grafzerken goed zouden doen. Broeierig worden haar liefdesverhalen daardoor bijna nooit. Inspirerend zijn ze wel.

In haar meerstemmige nieuwe jongerenroman Niet zonder liefde blijken verschillende generaties niet buiten het beminnen te kunnen. De half-Afrikaanse stadsrenner Arjun, die na de scheiding van zijn ouders misschien wel wat verwend is; zijn vriendin Juma, die bang is dat haar moeder dood zal gaan als zij niet voor haar zorgt; haar vader, die met kerst wil vertellen dat hij een nieuwe liefde heeft gevonden; oma Marie-Louise, die nog steeds in de streepjespyjama van opa René slaapt. Elk hebben ze in de roman hun eigen, krachtige stem en de hoofdstukken wisselen elkaar als korte verhalen af.

Het verbindend element is krachtig en eigentijds. In het eerste hoofdstuk vlucht Juma, net op het Centraal Station van Antwerpen gearriveerd, na een eerste omhelzing de metro in. De claustrofobische Arjun kan haar daar niet volgen. Hij neemt daarom bovengronds de drukke toeristenboulevard de Meir en zal al zijn rentechnieken nodig hebben om buitelend over trapleuningen, rond standbeelden en langs zonweringen op tijd bij de metrohalte te zijn waar zij weer zal uitstappen. De metrohaltes en pleinen van de overvolle stad vormen de zenuwbanen van de roman.

De sport die Arjun beoefent, heet Parkour en is ooit uitgevonden door het Franse leger als techniek om in de jungle aan de Vietcong te kunnen ontsnappen. De Sterck vertelt in haar nawoord dat ze na het ontmoeten van jonge renners en springers verliefd is geworden op hun energieke bewegingstechnieken. Dat is te merken. De beschrijving van Arjuns sprongen doet vermoeden dat ze die niet verzonnen heeft, maar echt gezien.

Wat Niet zonder liefde hier en daar enigszins verzwakt is dat De Sterck nog veel meer heeft willen zien dan beweging alleen. Parkour, dat gaat natuurlijk niet alleen om springen, maar ook over respect voor elkaar, over samenwerken, over vallen en opstaan, over het leven dus. Dat vinden die sporters zelf ook, maar dat wil nog niet zeggen dat de lezer er ook meteen van overtuigd is hier de essentie van alles in handen te hebben.

Dat dwangmatige zoeken naar metaforen en poëzie is typerend voor het werk van De Sterck. Iemand die niet meer verliefd is, is 'ontliefd', Facebook noemt ze 'die snoefmachine'. Van die vondsten die niet per se sterk, grappig of veelzeggend zijn, maar een bepaald soort lezers devoot doet knikken.

De Sterck neigt in haar boeken iets te veel naar lerarenliteratuur, die gemakkelijk klassikaal te analyseren valt. Van lezers maakt ze vogelaars: kijk, daar vliegt weer een motief voorbij! Hebben jullie het ook gezien? Liever zien we echte gevoelens, die door hun tegenstrijdigheid misschien wat minder esthetisch zijn dan gewenst.

Zoals als de onwillige Juma die naar haar schuldgevoelens wil luisteren maar dan een handpalm voelt die 'even warm is als de binnenkant van zijn mond' en even later in de taxi onder het dekentje kruipt dat Arjun net heeft ondergekotst. Daar dringt de werkelijkheid door de mooiigheid heen.

Ook het intense verdriet en de verwarring van de hoofdpersonen maken op de hoogtepunten meer indruk dan het gespeel met woorden. Vreselijk: kinderen die de liefde nauwelijks aandurven omdat hun ouders het al voor ze verprutsten.

Ook erg: ouders die je even goed kunt begrijpen, als ze jaren na een miskraam voor het eerst de naam van hun ongeboren kind uitspreken. Op zulke momenten zien we echte mensen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.