Celia García-García

Profielen Musici in opstand

Niet vol te houden voor musici: studeren, repeteren en optreden voor een paar honderd euro

Celia García-García Beeld Renate Beense

Musici komen in opstand tegen de te lage honoraria in de klassieke muziek. Wat verdienen ze dan eigenlijk? Het verhaal van vier freelancers en één trombonist in vaste dienst. 

Een echte harde actie is het niet. Er worden geen concertzalen in brand gestoken, er wordt zelfs niet gestaakt. Maar er is wel iets in gang gezet, een beweging. Musici in Nederland, vooral freelancers werkzaam in de klassieke muziek, komen in opstand tegen de lage honoraria die podia en orkesten hun bieden.

Spil in de strijd is het Platform voor Freelance Musici, dat begon als een besloten Facebookgroep waarop musici slechte ervaringen met opdrachtgevers konden delen. De Volkskrant schreef er een maand geleden over, maar het platform kreeg pas echt vleugels toen dagblad Trouw de precaire situatie agendeerde met een artikel op de voorpagina. Het NOS Journaal en andere media volgden.

Maar wat verdienen musici nou eigenlijk, en wat moeten ze daarvoor doen? Vier freelancers doen hun verhaal. En vooruit, een musicus in vaste dienst.

Celia García-García (37), piano en celesta

‘Ik had al zeker vijftien uur thuis gestudeerd op mijn partij voordat de repetities met het orkest begonnen. We zouden de Turangalîla-symfonie doen van Olivier Messiaen, ik speelde celesta (klokjesachtig klinkend toetsinstrument, red.). We hadden vier repetities van ongeveer vier uur per keer en twee concerten. Later in de maand keek ik op mijn rekening. Het orkest had 365 euro gestort. Dat was zó pijnlijk. Ik verdiende meer toen ik postbode was.

‘In 2004 kwam ik vanuit Burgos naar Zwolle om piano te studeren. Ik heb sindsdien een netwerk opgebouwd, woon in Rotterdam, heb een vriend en voel me een halve toerist als ik terug ben in Spanje. Maar soms denk ik: wat doe ik hier? Ik werk elke dag keihard, maar harder werken helpt niet. De orkesten betaalden tien jaar geleden beter.

‘Mijn bruto inkomen is 25 duizend euro. Daarvoor remplaçeer ik (remplaçant: invallend musicus in orkest, red.), speel ik kamermuziek, begeleid ik balletlessen en doe ik de programmering van de Dag van de Romantische Muziek. Hoeveel uur ik werk in de week? Lastig. Studeren, administratie, reizen… Geen freelancemusicus redt het in 40 uur in de week. Nee, dit houd ik niet mijn hele leven vol. Maar ik zou niets anders willen doen. Ik wil alleen iets meer waardering.’

Dorine Schoon (34), hobo

Dorine Schoon Beeld Renate Beense

‘Anderhalf jaar geleden heb ik het Platform voor Freelance Musici opgericht. Ik ergerde me eraan dat niemand zich uitsprak over de slechte betalingen, over opmerkingen als ‘we hebben geen budget, maar het is goed voor je cv’ of ‘je speelt toch omdat je het leuk vindt?’ We hebben inmiddels 1.700 leden en zijn zelfs bij de minister langs geweest en er zijn kamervragen gesteld. Door de media-aandacht van de afgelopen weken krijg ik veel steunbetuigingen, ook van mecenassen die aan orkesten doneren en niet wisten waar hun geld terechtkwam. Alleen vanuit de orkestdirecties blijft het tot nu toe stil.

‘Ik speel veel als remplaçant in orkesten. Dan krijg je volgens de cao 135,60 bruto voor een concert en 87,70 voor een repetitie. Belachelijke bedragen, want er gaat zoveel studie aan vooraf. Bovendien is er sinds de bezuinigingen van het kabinet-Rutte I minder werk, omdat orkesten vaak kleinschaliger repertoire programmeren. Ik heb mensen om me heen zien stoppen omdat het niet vol te houden was. Veel musici hebben een bijbaan.

‘Mijn omzet was vorig jaar 19 duizend euro, maar dat komt ook doordat ik zwanger was in het eerste kwartaal. Het jaar daarvoor was het 23 duizend euro. Een hobo kost al gauw 10 duizend euro en gaat zo’n tien jaar mee, een opknapbeurt tussendoor kan al duizend euro kosten. Ik houd van het freelancen, het is mooi om op verschillende plekken te komen. Maar als ik een maand minder werk heb, dan schaam ik me dood.’

Lars Wouters van den Oudenweijer (41), klarinet

Lars Wouters van den Oudenweijer Beeld Renate Beense

‘Een jaar of tien terug deed ik een tournee met The Academy of Saint Martin in the Fields uit Engeland. De solist was pianist Murray Perahia. Iedereen wist wat hij kreeg: 25 duizend pond voor een avond. De leden van het orkest zaten voor 180 pond te spelen. Toen ik me dat realiseerde, dacht ik: dit wil ik niet meer doen. De verschillen in honoraria tussen solisten en dirigenten enerzijds en orkestmusici anderzijds zijn echt schrijnend.

‘Ik treed vooral op in kamermuziekverband, speel in ensembles voor hedendaagse muziek en geef al vijftien jaar les op het conservatorium in Tilburg, heel af en toe soleer ik ergens. Ik wil graag veel spelen, ik voel me niet snel ergens te goed voor. Je moet in beweging blijven. Ja, ik geef ook les in een sportschool, maar dat is gewoon voor erbij omdat ik het leuk vind; dat is hooguit zakgeld, geen noodzaak.

‘Het lijkt me niet verstandig om te delen wat ik verdien. Waarom? Je onderhandelingspositie wordt er niet beter door. Je wordt in de klassieke muziek al snel in een hokje gestopt en meer beoordeeld op je marktwaarde dan op je muzikale kwaliteiten. Het lijkt wel alsof sommige concertorganisatoren je pas interessant vinden als je veel verdient. Natuurlijk hebben veel concertzalen het moeilijk, maar er wordt wel heel makkelijk gezegd dat er geen geld is.’

Femke IJlstra (36), saxofoon

Femke IJlstra Beeld Renate Beense

‘Saxofoon is een niche. Het symfonieorkest is ouder dan ons instrument, dus zijn er geen vaste banen in orkesten. Ik word eens per maand ingehuurd voor een orkestproject, voor repertoire van de late 19de eeuw of later. Ik verdien jaarlijks gemiddeld 20 duizend bruto. 40 procent komt door kamermuziekconcerten, onder meer met mijn Syrène Saxofoonkwartet. Voor een nieuw programma repeteren we vier keer. Ons streven is om per concert 400 euro per persoon op te halen, vaak valt het bedrag lager uit.

‘De rest komt uit mijn orkestwerk gecombineerd met mijn lesbaan aan het conservatorium in Groningen. Daar word je niet rijk van. Ik heb vijf studenten, je wordt per student betaald. Daar houd ik 650 euro netto aan over. Wat ik vervelender vind, is dat je naar de orkesten geen facturen meer kan sturen. Het gaat via een payrollconstructie, dat is belastingtechnisch in ons nadeel.

‘Mijn partner heeft wel een vaste baan, hij is trompettist in het Concertgebouworkest. Soms voel ik me een beetje een loser. Ik werk even hard, heb evenveel kwaliteit – ik ben de eerste die wordt gebeld als het Concertgebouworkest een saxofonist nodig heeft –, en toch verdient hij veel meer. Dat levert frictie op. Als hij wegvalt, kan ik niet op eigen benen staan en moet ik me omscholen. Ik bouw geen pensioen op.’

Martin Schippers (36), trombone

Martin Schippers Beeld Renate Beense

‘Ik ben de laatste die zal zeggen dat ik niet van mijn werk kan leven. Als trombonist in vaste dienst bij het Concertgebouworkest, verdien ik na zeventien dienstjaren 72 duizend euro bruto. Aanvoerders krijgen iets meer, voor bijvoorbeeld een concertmeester is het salaris onderhandelbaar. Maar als je onze salarissen vergelijkt met de andere toporkesten in de wereld, lopen we enorm achter.

‘Ons orkest is een uithangbord voor Nederland waarop iedereen trots kan zijn. Maar als spelers in Berlijn en Wenen anderhalf keer zoveel verdienen, komt uiteindelijk ook de concurrentiepositie van het Concertgebouworkest in gevaar. En wonen in Amsterdam is erg duur, het wordt minder aantrekkelijk om hier te komen spelen. We moeten vijftig weken per jaar in topvorm zijn, altijd oproepbaar. Wij musici zijn specialisten met een stressvol bestaan; je moet ons vergelijken met chirurgen of piloten, alleen wordt ons werk niet zo gehonoreerd.

‘Elk orkest is van zzp’ers afhankelijk, dus vind ik dat ook musici in vaste dienst voor hen moeten opkomen. Dat zalen musici niet betalen voor gratis lunchconcerten, vind ik niet uit te leggen. Dat is gewoon uitbuiting. De koffiejuffrouw of de man die het tapijt veegt, krijgt toch ook betaald? We hebben in Nederland een cultuurlandschap van topkwaliteit. Als we dat willen behouden, dan moet er gewoon geld bij.’

In vaste dienst 

Niet alleen freelancemusici hebben het financieel moeilijk. Sinds de bezuinigingen van het kabinet-Rutte I zijn veel orkesten overgegaan op deeltijdcontracten. Fulltime zouden deze musici net bovenmodaal verdienen, maar voltijdsbanen zijn er dus steeds minder. Wie rijk wil worden, kan beter topdirigent worden. De bedragen kunnen oplopen tot 25 duizend euro per concert. Een tuttispeler met een 60 procents-contract bij een provincieorkest moet daar een jaar voor werken. Orkestdirigenten in de subtop komen al snel weg met 10 duizend euro, koordirigenten verdienen meestal eenderde daarvan. Ook vioolsolisten strijken al gauw duizenden euro’s op, maar krijgen in de regel minder betaald dan de dirigent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden