Niet twee klarinettisten, maar een stuk of veertig

Van het Wereld Muziek Concours 2009 straalt iets moois af op het Koninklijk Concertgebouworkest.

De vraag is of chef-dirigent Jansons van het Koninklijk Concertgebouw Orkest op de hoogte is, maar in Kerkrade is zondag de Koninklijke Harmonie Sainte Cécile uit het Limburgse Eijsden in een kolkende Rodahal uitgeroepen tot beste harmonieorkest van het Wereld Muziek Concours 2009. In de sectie fanfare zegevierde een Vlaams orkest, de Koninklijke Fanfare Kempenbloei uit Achel.

Via beide jurybeslissingen straalt iets moois af op het KCO, dat door recensenten al werd bestempeld tot beste symfonieorkest ter wereld, en nu ook, zij het indirect, met heuse ‘wereldkampioenen’ te maken heeft – vermoedelijk zonder daar meteen publicitair munt uit te willen slaan. Een blazer van het KCO (de klarinettist Arno Piters) en een ex-KCO-trombonist en voormalig assistent van Jansons (Ivan Meylemans) droegen er in Kerkrade hun steentje aan bij.

In een WMC Kerkrade – bezocht door 20 duizend musici en een torenhoog veelvoud aan bezoekers in Rodahal en stadion – gebeurt veel meer dan waar een gemiddelde habitué van het KCO of andere Nederlandse symfonieorkesten weet van heeft. Zo vindt een belangrijk deel van de kwaliteit die men in een Concertgebouw of Vredenburg graag tegenkomt, haar oorsprong in de tradities van blaasorkesten uit regio’s die het vierjaarlijkse WMC als hun podium beschouwen. Uit Thorn, Bocholtz, Ittervoort. De wortels van Arno Piters’ klarinetkunst liggen in Eijsden.

Noordelijker ligt de bakermat van Jacob Slagter, solohoornist van het KCO. Hij groeide op in de Friese fanfare. En dan het Vlaamse blazen: Ivan Meylemans, die zijn duo-carrière als eerste trombonist van het KCO en fanfaredirigent in België onlangs heeft verruild voor de achtbaan van een internationaal dirigentenbestaan, kwam uit de Kempense fanfare.

De tachtig Achelse koperblazers, saxofonisten en slagwerkers die hij zondag in de Rodahal naar hun trofee dirigeerde, worden al jaren door hem getraind, in een concertdiscipline die spot met ieder misverstand omtrent feestneuzen die toeterend door dorpsstraten trekken. Piters, de es-klarinettist die zich zondag aansloot bij de 125 Eijsdenaren die met dirigent Jan Cober hun gooi deden naar een titel, kwam evenmin voor het eerst. Wel moest hij een paar jaar geleden zo’n vriendendienst afzeggen wegens een krap KCO-schema (ondanks de helikoptervlucht die Eijsden over had voor Piters’ bijdragen aan de zuiverheid van toon en timing).

Voor alle duidelijkheid: in een harmonieorkest als Sainte Cécile zitten niet twee of vier klarinettisten, maar twintig tot dertig. Fluiten en klarinetten nemen in de harmonie de plaats in van violen. In een magisch-exotisch fragment als de sluierdans uit Strauss’ opera Salome kan dat de klank verrassende kleuren en diepten verlenen.

Maar de troeven van Cober en zijn cohorten lagen zondag in een spektakelstuk van de Amerikaan John Corigliano: Circus Maximus, een schildering van de ondergang van het Romeinse Rijk, een bestemming die volgens Corigliano ook Amerika tegemoet gaat.

Een saaie ondergang zal het niet worden: Cober en vrienden bestookten het publiek met schel dissonerende klanksalvo’s vanaf het podium, maar ook met mitraillades van achterin de zaal en opzij. Een gewaagde Corigliano, veel boeiender dan zijn sentimentele Red Violin-muziek of zijn symfonie voor aidsslachtoffers, en stilistisch pendelend tussen Amerikaanse muziekextremisten als Varèse en Ives. Huilende wolven, valse idylles; aangrijpend was het manmoedige optochtje van trom en blazers door de zaal, tijdens een slotpandemonium waar alleen een geweerknal een eind aan kon maken.

Sterke keus, pakkender dan de ook niet gekke trouvaille uit het Belgische Harelbeke (Stax, een mix van funk en Ligeti uit de pen van de 30-jarige Belg Jelle Tassyns). En origineler dan die van de harmonievrienden uit het Oostenrijkse Feldkirch. Zij verklankten de eerste helft van Stravinsky’s Sacre du printemps. Knap, maar dat kunstje deed Oefening en Uitspanning uit Beek en Donk al in 1978, en sindsdien is in Kerkrade vrijwel de hele Stravinsky, Strauss en Bartók een aantal malen afgewerkt. Uit Thorn – de wereld is klein, zelfs bij het WMC – kwam ooit zelfs een heuse Varèse, Amériques. Zonder violen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden