Achtergrond

Niet meer op de barricades voor Vrij Nederland

Rob van Scheers, zelf destijds schrijvend voor de Haagse Post, over de roemruchte activistische journalisten van het jubilerende weekblad Vrij Nederland. En hoe hun uitroeptekens van toen vraagtekens zijn geworden.

Redactievergadering bij Vrij Nederland, begin jaren tachtig.Beeld Bert Nienhuis

De Amerikaanse schrijver William T. Vollmann (1959) is de ongekroonde koning van gevaarlijk proza. Hij gaat net zo makkelijk op zoek naar de magnetische noordpool als op visite in een kamp van de Rode Khmer te Cambodja. Hij beschrijft de hoerenbuurt vol aids van San Francisco en reist af naar het front van Mogadishu, Somalië. De veiligste introductie tot zijn non-fictiewerk is de caleidoscopische bundel The Atlas (1996). Treffende notities zijn het, vermomd als dagboekfragmenten, en wat ze vooral verraden is Vollmanns uitzonderlijke observatievermogen.

Dat vraagt om een voorbeeld. In 1994 is Vollmann in verscheurd Joegoslavië op reportage voor de BBC. Op een brug in Mostar rijden hij, de fotograaf Francis en een lokale chauffeur op een landmijn, de laatste twee komen daarbij om het leven. Waar menig reporter de ontploffing op de brug zou proberen te beschrijven, kiest Vollmann in zijn hoofdstukje That's Nice juist voor de dag erop. Dan moet hij de autoverhuurder in Split de zaak gaan uitleggen. Die is van de twee doden niet onder de indruk, hij is alleen maar woedend over zijn opgeblazen vehikel. Wie zal dat eens gaan betalen? De dialoog is even wrang als absurd, maar zelden zal de vervreemding in tijden van oorlog beter zijn weergegeven. Weliswaar is Vollmann bij ons niet zo bekend als - noem er eens een paar - Tom Wolfe, Truman Capote, Hunter S. Thompson of Gay Talese, die andere grootheden van de Amerikaanse new journalism, voor aspirant-journalisten is The Atlas een goudmijn. Zijn teksten scheppen bij de lezer een stemming die Vollmanns persoonlijke relaas overstijgen: being there, we zijn erbij.

Vrij Nederland 75 jaar
Vrij Nederland viert zijn 75ste verjaardag met een speciaal jubileumnummer, dat 9 september uitkomt, en een festival voor lezers en medewerkers in de Stadsschouwburg Amsterdam op 12 september. Met onder meer schrijver Arnon Grunberg, burgemeester Eberhard van der Laan, fotojournalist Kadir van Lohuizen en oorlogsverslaggever Minka Nijhuis. Gastheer van de avond is cabaretier en VN-columnist Micha Wertheim.

Memoires

Ook in Nederland hebben we journalisten die van gevaarlijk leven houden. Arnold Karskens is er een en voormalig reporter Kees Schaepman een ander. Deze zomer publiceerde de laatste zijn memoires: Alweer een activist - Op de barricade voor Vrij Nederland. Nu zijn er al heel wat memoires verschenen die handelen over de hoogtijdagen van Vrij Nederland, de jaren van hoofdredacteur Rinus Ferdinandusse - aangesteld in 1969, gebleven tot 1996 - en zijn kroonprins Joop van Tijn. Boeken die vol staan met het beschrijven van de pikorde, op het nippertje voorkomen staatsgrepen, jalousie de métier en noem het maar op - 75 jaar Vrij Nederland is niet zonder rimpeling verlopen - maar de bundel van Kees Schaepman is in zoverre nieuw dat hier een 'activistische journalist' aan het woord komt.

Die had je in de jaren zeventig, tachtig, wat heet: engagement was een voorwaarde, anders was je bourgeois, en bij de Volkskrant zaten er net zo goed heel veel. Sla het toenmalige redactiestatuut van de krant er maar op na - daar vind je slogans als: 'de Volkskrant zet zich in voor een betere en rechtvaardigere wereld waarin mensen kunnen leven zonder bevoogding of betutteling'. Schrijft Schaepman nu over die tijdgeest: 'Politieke verschillen van inzicht werden onder een vergrootglas gelegd en tot achter de komma uitgevochten.'

Kees SchaepmanBeeld Judith Baars

Vrij Chili

In het boek kijkt hij met een milde glimlach terug op zijn betrokken Vrij Nederland-reportages: mee op pad met het Dierenbevrijdingsfront, achter de linies bij de Amsterdamse kraakbeweging, afreizen naar Chili - waar Pinochet op dat moment wankelt - de strijd tegen apartheid in Zuidelijk Afrika, verslagen uit Nicaragua, de Balkan, het Midden-Oosten, Kees Schaepman is erbij, met zijn onafscheidelijke Zwitserse legerzakmes. Zijn conclusie, achteraf: 'Bij waarheden waar ik toen uitroeptekens achter zette, plaats ik nu vraagtekens.' Activisme en journalistiek, daar slaapt de duivel tussen, zo is hem gebleken. Enigszins besmuikt biecht hij op dat hij voor de goede zaak nog eens heeft meegesprongen bij een demonstratie in Chili, iets wat je van een journalistieke waarnemer niet zou verwachten, zacht uitgedrukt. Wat dan wel weer geestig is: Rinus Ferdinandusse zag het al aankomen. Als Schaepman jaren later zijn personeelsdossier opvraagt, vindt hij zijn eigen sollicitatiebrief terug, met in de marge een handgeschreven aantekening: 'Alweer een activist. Toch maar uitnodigen?' Hij herkent direct het nijdige handschrift van zijn hoofdredacteur. Soms kan die zich maar lastig inhouden: 'De krant heet Vrij Nederland, Kees, niet Vrij Chili.'

Wat een verschil is dat met het werk van de rondreizende correspondent William Vollmann. Die schrijft sec, zonder verontwaardigde toon, de koele, harde feiten verklappen al genoeg. Zoals hij dat stelt: 'Ik zal in mijn reportages nimmer een moreel oordeel vellen. Daar zijn weer andere mensen voor.' Het maakt hem tot een moderne reporter. Zonder eschatologische heilsverwachting, hij ziet zichzelf niet als redder. De mensen doen zoals ze doen, hij observeert, stelt eens een vraag en noteert.

Het linkse levensgevoel

Voor Kees Schaepman (1945) en zijn geestverwanten was dat ontoereikend. Iets wat we al wel wisten, maar met zijn boek geeft hij nog eens een aardig inkijkje in zijn generatie. Die van het linkse levensgevoel, op het bozige af, wij tegen de rest van de wereld. Het motto van de nuchtere Zeeuw Ferdinandusse volstond niet: 'Discussie, rumoer, Kamervragen.' Welnee, het moest beter met de mensheid en de journalistiek zou wel even de weg wijzen. Dat alles geplaatst binnen een ideologische context, dat spreekt. Naar de mode van de dag noemden ze zichzelf trotskist, maoïst, marxist, of anarcho-liberaal. Opgezwollen, maar het revolutionaire idiolect deed het goed in het café, deed het trouwens vanaf 1966 ook heel goed op de School voor de Journalistiek - de eerste vakopleiding, aan de Utrechtse Palmstraat.

Schaepman: 'De eerste maanden op school leer ik nieuwsberichten schrijven en koppen maken, maar dat is snel afgelopen. De revolutie reist mij vanuit Parijs achterna, ook in Utrecht kraait het oproer. Autoriteit van docenten wordt niet langer geaccepteerd, diploma's zijn iets van een vorige generatie, studenten kunnen het best zichzelf beoordelen. De directeur geeft zijn strijd tegen de tijdgeest op en vertrekt. Zelf pas ik mij snel aan, nog voor ik overga naar het tweede jaar groeit ook mijn haar tot op mijn schouders.'

Praktijkmensen

Het anarcho-liberale sfeertje op de school zou nog tot ver na Schaepmans tijd standhouden. Met de verhuizing naar de Ravellaan kwam midden jaren tachtig een nieuwe, pragmatischer generatie binnen. Zij noemden zichzelf geen marxist of maoïst. Je ging naar die school om te leren hoe je dat deed: goed geschreven stukken, die ook nog ergens over gaan. Weliswaar vond je in de aula nog geregeld een paar ouderejaars die zaten te klaverjassen om geld met als oogmerk 'gitaren voor Nicaragua' - alsof die daar niet aan de bomen groeien - en sprak een adjunct bij de introductieweek: 'Is er hier iemand die De Telegraaf leest? Die kan dan direct naar huis gaan', als je maar de juiste docenten koos, kon je er nog aardig wat opsteken. Het beste ging je te rade bij de praktijkmensen, die wisten van de hoed en de rand: Piet Heil, Ton van Dijk, Dick Franssen - zij gaven geen les, die droegen een vak over, zoals dat wordt genoemd. En anders werd die overspannen politieke inkleuring er wel tijdens je stage uitgeramd. Bij de Haagse Post, bijvoorbeeld, door oerbladenmaker Daan Dijksman, altijd licht geamuseerd door 'alle malligheid' van journalistiek Nederland.

En met recht; al die ego's, tjonge jonge, ook bij Vrij Nederland, juist bij Vrij Nederland - een bonte verzameling prima donna's. Columniste Renate Rubinstein noemde Schaepman 'die mulo-jongen', en het was niet bedoeld als compliment. Hij had het bestaan om als eindredacteur van dienst haar te bellen of hij een overbodige zin uit haar bijdrage mocht halen. Het idee! Niettemin haalt Schaepman over de redactie van begin jaren tachtig op: 'Ook al worden de interne verhoudingen verziekt door intriges, naar buiten vormt de redactie een gesloten front. En ik voel mij bevoorrecht als lid van die ruziënde bende.' Ze maken een krant waar hij trots op is. Vrij Nederland heeft zichzelf het predicaat 'auteurskrant' verleend, letterknechten werken bij andere media.

Utopisch denken

Als een venster naar een ander tijdsgewricht, zo leest Alweer een activist. In die zin is het complementair aan een eerdere bundel, reeds verschenen in 1991, niet lang na de val van de muur: Alles moest anders - Het onvervuld verlangen van een linkse generatie. In opstellen bespiegelen vijftien auteurs - onder wie Max van Weezel, Anet Bleich, Elsbeth Etty, Gijs Schreuders en Anja Meulenbelt - hun worsteling met de weerbarstige werkelijkheid, de bijbehorende teleurstelling en het failliet van 'hun' CPN. 'Het wereldbeeld van de 'generatie van de jaren zestig' kenmerkte zich', zo schetst Volkskrantcolumniste Anet Bleich, 'door utopisch denken: de mens was goed. Alleen de structuren deugden niet. Als die maar werden veranderd, lag het paradijs op aarde binnen handbereik. Heb ik daar ooit in geloofd?' En collega-columniste Elsbeth Etty, eerst van De Waarheid en later NRC / Handelsblad, liet weten: 'Communist was synoniem voor 'goed', zoals in de Tweede Wereldoorlog was bewezen. Met terugwerkende kracht werd ik als CPN-lid ook 'goed in de oorlog' en zelfs verzetsheldin.'

Verbijstering

Enfin. Het komt er eigenlijk op neer dat de linkse activistenjournalisten uit de jaren zeventig bij voorkeur de wereld beschreven hoe die in hun ogen zou moeten zijn, en niet de wereld die zij aantroffen. Daar hoef je tegenwoordig niet meer mee aan te komen. In een van de treuriger passages uit het verder met voldoende zelfspot gelardeerde boek vertelt Schaepman hoe hij - inmiddels als freelancer - geen voet meer tussen de deur krijgt bij zijn 'eigen' Vrij Nederland. Zijn voorstel in 2013 luidde om een reportage te maken over Halabja in het Koerdische deel van Irak. Dat is de stad waar 25 jaar eerder vijfduizend Koerden door de luchtmacht van Saddam Hoessein werden vergast. Er is daar een herdenking, hij heeft al een ticket, ziet het blad er iets in? Per ommegaande laat de nieuwe adjunct weten:

'Beste Kees, Dank voor je voorstel. Ik moet je helaas teleurstellen. We vinden het onderwerp niet urgent genoeg voor Vrij Nederland. Hopelijk heb je elders meer geluk.' Ongeloof. Verbijstering. Dat is het dan. Het einde van een bevlogen loopbaan. Er kwamen andere tijden. Zelfs bij Vrij Nederland. Er mag nog wel worden gereisd, zo af en toe, maar toon en timbre zijn veranderd. Een reporter schrijft vandaag meer in de stijl van William T. Vollmann.

Kees Schaepman: Alweer een activist - Op de barricade voor Vrij Nederland. Walburg Pers, 143 pagina's; 19,95 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden