'NIET ILLUSTREREN, JUIST NIET'

In zijn Veenfabriek maakt hij muziektheater in pure vorm. Regisseur Paul Koek heeft zich nu ontfermd over de Griekse tragedie Smekelingen van Euripides....

Het lawaai komt je van buiten al tegemoet. Een muzikant roffelt snoeihard op een grote trom, een ander bewerkt een volledig drumstel en een derde ragt op een gitaar. Daar doorheen dreunen de koren. Eerst in het Grieks, dan, nauwelijks verstaanbaar, de Nederlandse tekst.

Wordt hier een tragedie gerepeteerd? Of is dit een popconcert? Regisseur Paul Koek kijkt toe vanaf de kant, driftig de maat meetrappend. Ineens springt hij op, rent naar het drumstel en begint als een razende te spelen. De anderen lachen, dit kennen ze. Want Koek mag dan regisseren, hij is vooral muzikant. Hij stopt en plots klinkt vanuit de stilte een fluweelzacht geluid: de harpsichord, voorloper van de piano forte.

'In de muziek zoeken we vooral naar contrasten', vertelt Koek na de repetitie voor Smekelingen. 'We vertellen deze tragedie van Euripides als popband, het hele script hebben we ingedeeld in songs. Het is razend interessant hoe deze jonge acteurs en muzikanten omgaan met zo'n Grieks stuk. Aan verantwoorde opvoeringspraktijken en tradities hebben ze maling. Ze maken van een koorzang een popnummer, vertalen de tekst in het Engels, maar geven wel precies de inhoud weer. Zonder iets te verliezen.'

De muzikanten en de acteurs zijn midden twintig. Koeks eigen zoon zit erbij, hij speelt slagwerk, danst en maakt deel uit van het koor. 'Ik behandel hem niet anders dan de anderen, realiseer me tijdens het werk nauwelijks dat hij mijn zoon is, hij is gewoon muzikant.'

Al bij Toneelgroep Hollandia, waar hij vijftien jaar samen met Johan Simons de artistieke leiding voerde, leverde Paul Koek (52) memorabele tragedies af die hij samen met Simons regisseerde, Perzen, Prometheus, Bacchanten. Koek als bezeten muzikant, Simons als doorgewinterd theaterman, maar die twee gebieden gingen steeds meer in elkaar over. Hun samenwerking strandde zo'n vier jaar geleden en Koek koos zijn eigen koers.

Hij verliet Hollandia en richtte de Veenfabriek op, in een fabriek voor wollen dekens die al vijftig jaar leeg had gestaan. Hij maakt er puur muziektheater.

In 2004 opende het gezelschap met Weef, een voorstelling van Boukje Schweigmann als ode aan het gebouw. Het publiek maakte tijdens een rondgang door het pand de gang mee die de wol maakte: beginnend bij een kudde schapen met een herder eindigden de bezoekers op de zolder, gehuld in een wollen deken. Dédé le taxi werd daarna lovend ontvangen, een productie die de komende maanden weer een tournee maakt. Voet volgde, muziektheater met tapdanser Peter Kuit, en Maka, een slagwerkersperformance en een coproductie met een modern muziekensemble uit Stuttgart.

Met de toegekende subsidie, minder dan de helft van wat hij vroeg, probeert Koek zijn plannen zo goed en zo kwaad mogelijk uit te voeren. 'We slepen overal geld vandaan. Het is terug naar af, maar wel een nieuw begin.'

Koek is een eigenzinnig muzikant die in het theater verzeild is geraakt. 'Alle geluiden ervaar ik als muziek. Hoor ik iemand praten, dan hoor ik vooral het ritme en de klank. Ik heb dat altijd gehad. Het timbre van een stem associeer ik meteen met een instrument: de een is voor mij een fagot, de ander een piano.' Zelf is hij slagwerker, maar ook componist. Al levert hij geen muziek op bestelling. Hij verdiept zich in een tekst, wil alles weten, overlegt, luistert en slaat pas dan aan het componeren. 'Onder elke tekst kan een mooie muzikale boodschap zitten die in veel gevallen dwars tegen de betekenis ingaat, waardoor het verhaal zich niet meer zo vanzelfsprekend ontrolt. Emoties plaatsen op momenten die er in de tekst helemaal niet zijn. Muzikale emoties. Als tegenbeweging. Niet illustreren, juist niet. Ik zoek naar een muzikale, theatrale structuur, dat is nu, bij Smekelingen, niet anders.'

Oorspronkelijk moest Koek, geboren, getogen en nog steeds gevestigd in Roelofarendsveen, tuinder worden. Op zijn veertiende had zijn vader al een tuin voor hem gekocht om zijn toekomst veilig te stellen. Maar de zoon wilde drummen. Op de tuinbouwschool glipte hij een dag per week weg naar de repetitieruimte van zijn band. Op een dag werd dat ontdekt door zijn vader. Na vier dagen zwijgen zei de man ineens: ik heb je opgegeven voor de muziekschool in Leiden. 'Ik ben hem nog altijd dankbaar. Maar mijn vader was pas gelukkig toen ik in een lullig rokkostuum meespeelde in het Residentie Orkest.'

Via het conservatorium kwam hij bij toneelgroep De Appel terecht. 'Ik kwam binnen, Erik Vos wees op de trommels en zei: ga maar improviseren. De acteurs zeiden koorteksten, ik begon als vanzelf mee te spelen. Ik hoorde niet eens wat ze zeiden, maar ik hield niet meer op. Drie uur lang. Waarna Vos zei: jij moet hier maar komen.'

Bij De Appel leerde hij Johan Simons kennen. Samen maakten ze jarenlang furore met Hollandia en hun eigenzinnige locatievoorstellingen: in een kas, een voormalige gistfabriek of een kippenhok, niets was te gek. 'Vaak was het moeilijk, maar we konden elkaar geweldig inspireren. We hebben samen krankzinnige dingen gedaan.'

Drie jaar is hij er nu weg. Zeker na de verhuizing naar Eindhoven ging het gezelschap steeds meer de theaterkant op, de muziek kwam steeds minder aan bod. Hoe kijkt hij nu terug op die tijd? 'Het is een dubbel gevoel. Ik vraag me vaak af: heb ik daar nou iets laten liggen? Ben ik toch niet krachtig genoeg geweest om de dingen te ontwikkelen die ik nu doe? Heb ik muzikaal moeten inleveren? Ik heb wel altijd ruimte gekregen voor de muziek, maar blijkbaar is dat voor mij nooit genoeg.'

Hij heeft nog steeds twijfels. 'Die moeten er kennelijk blijven. Ik breek me nog steeds het hoofd over de vraag wat toch die balans is tussen acteurs en die geweldige muzikanten op een podium. Wat muziektheater precies is, valt heel moeilijk te omschrijven. Het is beïnvloed door zoveel verschillende kunstvormen, dat je hoogstens kunt zeggen dat er een bepaalde balans is tussen tekst, muziek en spel. Er is geen recept vooraf, geen partituur, het heeft niet de wetmatigheid van musical of opera. De muziek bij Smekelingen is wel gecomponeerd, maar dat lijkt eerder op het doen van voorstellen. Ik kom aan met ritmische structuren, we gaan het spelen en vervolgens gaat iedereen daarmee verder.'

Hij componeert, regisseert en wil in deze nieuwe formatie per se die Griekse tragedies voortzetten. 'Bij Hollandia was ik daar het meeste mee bezig. Alles zit erin, opera, muziektheater, dans en ongelofelijk veel inhoud.'

Het verhaal van deze tragedie uit 421 voor Christus is simpel. De stad Thebe is bestormd door legers uit Argos, de aanval is mislukt en de lijken van belangrijke mannen liggen in de bloedhete zon. Hun moeders en zonen smeken om de doden zodat ze hun lichamen kunnen begraven. Thebe weigert. De koning van Athene, Theseus, gaat vervolgens als bemiddelaar pleiten om die lijken vrij te geven.

'Het gaat over persoonlijk verlies en politiek gewin. Het is een stug stuk, bijna iedereen vraagt me: waarom speel je niet de versie van Aeschylus? Die is veel toegankelijker. Maar ik hou zo van Euripides. Bij Aeschylus is de muziek eigenlijk al aanwezig, die zit al in de bloemrijke tekst. Euripides is vierkanter, rationeler ook, hij schrijft bijna politieke dialogen, hard, zakelijk. Het muzikale panorama moet je toevoegen. Je moet die tekst optillen, een tapijt geven.'

Smekelingen is een coproductie met het Griekse avant-garde-gezelschap van Michael Marmarinos, die zelf meeregisseert. Koek ontmoette hem tien jaar geleden in Maastricht waar Hollandia Perzen speelde. Marmarinos was onder de indruk en raakte met Koek aan de praat. Ze besloten in de toekomst iets samen te doen. Dat is nu Smekelingen geworden. Er wordt deels in het Grieks gespeeld, ook omdat de productie in juli in het grote amfitheater van Epidauros zal staan.

Voorafgaand aan de repetities organiseerde het gezelschap een aantal Veenproeves, avonden ter voorbereiding van deze productie. Deskundigen lichtten aspecten uit het stuk toe. Zo zette een patholoog-anatoom uiteen waarom Theseus haast heeft met zijn missie: een lijk is na twee dagen in de brandende zon ontoonbaar. Koek: 'Zo proberen we hier, in Leiden, een publiek aan ons te binden, of in elk geval te zorgen dat ze ons kennen. Die avonden hebben voor onszelf ook veel opgeleverd. De acteurs zijn nu veel meer betrokken, de inhoud is in hun bloedsomloop gaan zitten.'

Op een vrijdagavond druppelt het publiek binnen voor zo'n Veenproeve, in hun eigen ruimte in Leiden. Bij binnenkomst lijkt het meer op een grote werkplaats dan op een theaterruimte. Her en der staan muziekinstrumenten, er is een bar met lange tafels. Een loods is het, van drie verdiepingen hoog. De toiletten vormen met die ruige omgeving een merkwaardig contrast: luxe, gloednieuw. 'Terwijl we het al hebben betrokken wordt het nu verbouwd. We willen het gebouw op deze manier teruggeven aan de stad. De mensen moeten dit gebouw weer leren kennen, het is geen donker hol meer.'

Deze avond komt een historica praten over haar onderzoek naar vrouwen die na de oorlog in Joegoslavië als weduwe zijn achtergebleven. Als levende doden. Het publiek krijgt een maaltijd. Er klinkt koorzang, tussendoor wordt gepraat en gejamd. 'Dat enthousiasme, die energie. Deze jonge mensen zijn alleen maar bezig met: is dit het juiste lied, de juiste toon. Om luxe of veel geld malen ze niet. Ik focus me op deze jonge generatie, ik wil ze alle ruimte geven.' Tenslotte laten muzikant Rik Elsgeest en actrice Henriëtte Koch een song horen die ze die middag hebben ingestudeerd, breekbaar en zacht. 'Die houden we er in, prachtig', fluistert Koek, zichtbaar aangedaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden