Niet iedere massa is bij voorbaat gevaarlijk

Ineens sloeg de massa op de vlucht. Er was iets gebeurd waardoor ze kennelijk niet anders kon dan naar voren vluchten. Men keek niet om, kon zelfs niet omkijken, want het grote lichaam was onstuitbaar in beweging gekomen en meedeinen was de enige mogelijkheid. Hekken en mensen vielen om.

Tijdens de dodenherdenking op 4 mei – een pregnant moment, de mensen waren immers juist bij elkaar gekomen voor een ogenblik van stilte en reflectie – vormde zich op de Dam in Amsterdam wat Elias Canetti een ‘vluchtmassa’ noemt. Minieme gebeurtenissen vormden de aanleiding: een harde schreeuw, een gevallen koffer, een gerucht (‘bom’).

Canetti: ‘De vluchtmassa ontstaat door een dreiging. Kenmerkend is dat alles vlucht, alles wordt meegezogen (), de mensen duwen elkaar voort in dezelfde richting.’

Gelukkig viel het mee op deze vierde mei; de organisatoren, de politie en de koningin hielden allen het hoofd koel, en de vluchtende massa kwam weer snel tot staan. Maar uit het incident op de Dam (met toch nog zo’n zestig meest licht gewonden) blijkt wel hoe moeilijk te beheersen zo’n van eigen leven vervulde, samengestroomde massa is.

Van 1925 tot 1960 werkte de schrijver en denker Elias Canetti (in 1905 geboren in het Bulgaarse Roese en in 1994 in Zürich overleden) aan zijn studie Masse und Macht, die in 1960 verscheen. Hij heeft vooral oog voor de massa als een zelfstandig, haast fysiek fenomeen. Dat is ook de aantrekkingskracht ervan op individuele personen. Het individu gaat letterlijk op in de massa, wordt daarin één met alle anderen. ‘Ter wille van dit moment van geluk’, schrijft Canetti, ‘waarin niemand meer of beter is dan een ander, worden de mensen tot massa.’ De kracht van Canetti’s analyse zit in de scherpe blik waarmee hij een massa observeert en haar eigenschappen in kaart brengt.

Hij onderscheidt verschillende typen massa; de meest huiveringwekkende is de haatmassa die eropuit is gezamenlijk te doden of minstens te genieten van de dood van een ander (denk aan pogroms, het stenigen van overspelige vrouwen of openbare executies). De afkeer van dit samen doden is, constateert Canetti, van recente datum en moet volgens hem ook niet worden overschat. ‘Ook tegenwoordig neemt iedereen deel aan openbare terechtstellingen via de krant.’

Dat lijkt een extreme bewering, maar vormt wellicht toch een verklaring voor de grote publieke belangstelling (op televisie, in de pers en op internet) voor zaken die verband houden met agressie en misdaad.

De kijkcijfers bijvoorbeeld die Peter R. de Vries wist te trekken met zijn pogingen tot ontmaskering van Joran van der Sloot roepen bij mij zeker associaties op met een menigte die op bloed uit is. Het leidde trouwens op een gegeven moment inderdaad tot het bijeengroepen van opgewonden types voor de (vermeende) woning van de betrokkene.

Niet alle soorten massa zijn zo onaangenaam. Zo zijn er volgens Canetti ook feestmassa’s, die gezamenlijk genot als doel hebben, de al genoemde vluchtmassa’s, verbodsmassa’s die iets doen dat in het dagelijkse leven verboden is, zoals staken, en (revolutionaire) omkeringsmassa’s die zich willen losscheuren uit het keurslijf van de bestaande machtsstructuren. Het enige dat alle soorten massa gemeen hebben, is het één zijn, de daarmee gepaard gaande (lichte tot zeer sterke) euforie, de behoefte als massa te blijven bestaan en een neiging tot vijandigheid jegens degenen die buiten de massa staan en zich niet door haar willen laten meeslepen. Kenmerkend voor Canetti’s zienswijze is dat hij de massa beschouwt als verschijnsel op zichzelf, waartoe in principe iedereen kan behoren. We hebben als het ware allemaal een instinct dat ons ertoe kan brengen in een massa op te gaan.

Een veel negatiever oordeel over het deel uitmaken van de massa velt de Spaanse filosoof José Ortega y Gasset (1883-1955), wiens La Rebelión de las Masas (in het Nederlands wel heel afschrikwekkend vertaald als De opstand der horden) dit jaar zijn tachtigste verjaardag beleeft. Ortega richt het vizier niet zozeer op de massa als zelfstandig sociologisch fenomeen, maar veeleer op de massamens, in zijn ogen de tegenpool van ‘de uitstekende mens, de man die meer van zichzelf verlangt dan ieder ander, ook al gelukt het hem niet persoonlijk aan deze hogere eisen te voldoen.’ Tot de massa daarentegen behoort degene ‘die zichzelf geen bijzondere waarde toekent (), maar zich voelt ‘als iedereen’, en daardoor toch niet beklemd wordt, integendeel, zich behagelijk gevoelt in het bewustzijn van aan de anderen gelijk te zijn.’

De massamens vertoont volgens Ortega grote gelijkenis met een verwend kind. Ook hij is ondankbaar jegens degenen die hem zijn makkelijke leventje mogelijk maken, kent geen grenzen en erkent niet dat er iemand boven hem is gesteld. Weliswaar betoogt Ortega dat het verschil tussen de voortreffelijke minderheden die de maatschappij zouden moeten leiden en de massa in zijn visie niet samenvalt met het onderscheid tussen standen of klassen, maar hij weet niet goed duidelijk te maken wat dan wel het onderscheidende element is.

‘Wij leven in een tijd van nivellaties: men haalt de schaaf over de vermogens, men neemt de beschavingsverschillen van de verschillende standen weg, en men heft het onderscheid der seksen op’, merkt Ortega misprijzend op en hij wekt daarmee de stellige indruk dat hij de ‘massamens’ wel degelijk in de lagere sociale klassen situeert, al zijn er wellicht individuele uitzonderingen denkbaar.

Het denken van Ortega, die zich op zijn beurt weer heeft laten inspireren door Friedrich Nietzsche, was vooral in de jaren dertig van de vorige eeuw zeer invloedrijk; spreken in termen van elite en massa was destijds gebruikelijk. Zelfs een vooruitstrevende denker als Jacques de Kadt verwijt in zijn klassieker Het fascisme en de nieuwe vrijheid de socialisten en democraten van zijn tijd dat ze te weinig achting zouden hebben voor verheven zaken als ‘geloof, schoonheid, volk, vaderland, morele waarden, cultuur’, en als enig ideaal ‘een warme stal en goed voer en een pretje op z’n tijd’ zouden koesteren. En de schrijver Menno ter Braak noemt het in De nieuwe elite paradoxaal dat de laatste jaren juist ‘de democraat aristocratische waarden heeft moeten verdedigen’, (tegenover het volgens ter Braak nog veel vulgairdere fascisme).

Kunnen we vandaag de dag nog iets duiden of verklaren met behulp van de door Canetti en Ortega y Gasset gemunte begrippen ‘massa’ en ‘massamens’? Neerkijken op de massa is tegenwoordig minder gebruikelijk dan zich afzetten tegen (falende) elites. Hoger en middelbaar onderwijs hebben de afgelopen halve eeuw zo’n grote vlucht genomen dat het in principe voor iedere individu is weggelegd om zich aan ‘de massa’ te onttrekken en een maatschappelijk en cultureel vooraanstaande positie te bereiken.

Maar het feit dat kennis en het vermogen daarmee om te gaan binnen veler bereik is gekomen, betekent nog niet dat er zich geen massa’s meer manifesteren. Denk alleen maar aan de Ajax- en Feyenoordsupporters die als twee vijandige massa’s (in Canetti’s zin) tegenover elkaar staan. Aan feestmassa’s (Koninginnedag, carnaval) ontbreekt het evenmin en op het internet formeert zich zo af en toe een haatmassa van reaguurders die met het nodige virtuele gebrul over hun slachtoffer heen vallen.

Met Canetti meen ik dat niet iedere massa bij voorbaat verwerpelijk of gevaarlijk is (in carnaval steekt geen kwaad, al zal niet iedereen ervan houden). Ook zijn omschrijving van wat een massa kenmerkt (het opgaan van individuen in een groter geheel, de ontremdheid die dat met zich mee kan brengen en de (irrationele) vreugde die dat oplevert) biedt nog altijd de nodige aanknopingspunten. Méér dan de neerbuigende houding van Ortega y Gasset tegenover de ’middelmatige’ massamens. Diens geloof in de heilzame werking van hiërarchie, verschil tussen ‘hoger’ en ‘lager’ doet in deze tijd van individuele mondigheid nogal anachronistisch aan.

Tegen ongewenste massavorming, zoals het aanlopen achter (politieke) idolen en het koesteren van mediahypes, is een beter tegengif voorhanden: het cultiveren van beargumenteerde oordeelsvorming, non-conformisme en nuchterheid.

Paniek op de Dam. (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden