Niet Gregory Porter zelf, maar het Metropole Orkest overtuigde het meest in Carré

Gregory Porter kan aardig croonen, maar komt pas in het tweede bedrijf op dreef. In de wonderschone akoestiek van Carré overtuigt vooral het uitgebalanceerde orkest.

Gregory Porter Beeld Edu Hawkins/Getty

De belangstelling voor het concert dat Gregory Porter maandag in Carré in Amsterdam gaf, was zo groot dat er al snel een tweede en derde datum aan moesten worden toegevoegd. Vermoedelijk was de jazzvocalist met de donkere stem populair genoeg om de zaal ook alleen wel vol te krijgen, maar dat het voltallige Metropole Orkest hem zou bijstaan heeft de toeloop ongetwijfeld vergroot.

Gregory Porter & Metropole Orkest (***), jazz
19/3, Carré, Amsterdam.

Het was immers de aan dit orkest verbonden dirigent Vince Mendoza die tekende voor de arrangementen op het album Nat 'King' Cole & Me dat Gregory Porter vorig jaar uitbracht. Een mooie plaat waarop de strijkers een heerlijk oorstrelend verbond aangaan met de voor de gelegenheid extra zoet klinkende stem van Porter.

Gregory Porter (46) kan aardig croonen, zoals bleek op de albumversies die hij opnam van de van Cole bekende liedjes als Mona Lisa, Smile en Nature Boy. Maar een plaat lang dit in tempo eenvormige materiaal, bleek wat veel van het goede.

De aankondiging van een heel concert met vooral liedjes van Nat 'King' Cole was dus niet iets om opgewonden van te raken. Porter kan meer met zijn stem dan alleen zoete liedjes zingen.

Daarop moesten de bezoekers maandag in Carré wel tot na de pauze wachten, toen Porter zijn eigen Liquid Spirit onder luid ritmisch handgeklap van publiek en orkest ten gehore bracht.

Het was niet Porter zelf maar het orkest dat het meest overtuigde. De akoestiek was wonderschoon. De strijkers voor op het podium en de blazers en ritmesectie achterin brachten een uitgebalanceerd honingzoet geluid voort. Heerlijk om je in onder te dompelen tijdens liedjes als L-O-V-E en Miss Otis Regrets. Porter zelf zong hierbij eigenlijk iets te schel en hard.

Het mooist is dit soort liedjes toch als stem en violen echt samensmelten. Iemand als Frank Sinatra had daar precies de stem voor, en ook Tony Bennett heeft die. Gregory Porter net niet; zijn zang loste niet op in de orkestmuziek, maar bleef ervoor hangen.

Wel bleek Porter een sterke persoonlijkheid, zoals hij met zijn kolossale gestalte voor het orkest stond. En hij had mooie verhalen over hoe Nat 'King' Cole hem had geïnspireerd, of hoezeer de vraag in diens I Wonder Who My Daddy Is op hemzelf van toepassing was.

Maar de extra pit die liedjes als Liquid Spirit en Musical Genocide in de tweede set kregen, was bepaald geen overbodige luxe, want de muziek bleef tot dan toe net iets te veel in dezelfde sfeer hangen. Het opbeurende dat Gregory Porter live doorgaans kenmerkt liet lang op zich wachten en toen hij het eenmaal in de vingers had, was het concert alweer afgelopen. Het orkest bleef nog even zitten, maar de zanger vond het mooi geweest. Hij moest nog twee avonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden