Review

Niet eerder zag u Bol en Flinck zo royaal gepresenteerd als in deze dubbeltentoonstelling

Kunst - Ferdinand Bol en Govert Flinck, Rembrandts meesterleerlingen

Niet eerder werden Ferdinand Bol en Govert Flinck, Rembrandts succesvolste leerlingen, zo royaal en indrukwekkend gepresenteerd. Het zijn de schuttersstukken en portraits historiés waarin de mannen echt uitblonken.

Ferdinand Bol, Portret van Frederick Sluijsken, (1644-1710). Foto National Gallery

Wie nog niet overtuigd was van Gods oneindige sadisme, leze het verhaal van Abraham. Abraham had een zoon, Isaak, en God droeg hem op die te offeren. Daar Abraham een gezagsgetrouw type was, nam hij Isaak mee naar de Tempelberg, bouwde een altaar van hout en reikte naar zijn mes. Op dat moment gebeurde er iets wonderlijks: een engel verscheen en hield Abraham tegen. Orders van hogerhand: in plaats van Isaak mocht de oude man een ram offeren. God blij, Abraham blij, Isaak, bijgebracht met wat reukzout, ook blij; alleen de ram was niet blij, die was dood. De climax van dit verhaal werd geschilderd door Ferdinand Bol, Het offer van Abraham (1646).

Ferdinand Bol en Govert Flinck, Rembrandts meesterleerlingen

Beeldende kunst
Museum Het Rembrandthuis en Amsterdam Museum, t/m 18/2.
Catalogus: Wbooks, € 29,95.

Dat schilderij, uit het Italiaanse Lucca, is kolossaal maar niet per se indrukwekkend. Het ontbeert de vereiste pathos, zoals bijvoorbeeld Rembrandt die in zíjn voorstelling wel wist op te roepen. Komt door de statische, losstaande figuren, in het bijzonder de engel die Abraham op de schouder tikt als een verdwaalde toerist ('Pardon me, sir'), en door de ongedifferentieerde weergave van de details. Kijk dat mes!, lijkt Bol ons toe te roepen. Maar ook: Kijk, die rondslingerende kleren! En: Kijk, die reusachtige kalebas! Het werk, aanwezig op de Ferdinand Bol (1616-80) en Govert Flinck (1615-60)-tentoonstelling in het Rembrandthuis en het Amsterdam Museum, is een casestudy in besluiteloosheid.

Deze co-productie stelt niet teleur. Niet eerder zag men Rembrandts succesvolste leerlingen zo royaal gepresenteerd als hier. De tentoonstelling, die aanvangt in het Rembrandthuis met de leertijd van Ferdinand en Govert (waaronder talloze tronies en kopieën naar de meester zelf) en die in het Amsterdam Museum wordt voortgezet met hun werk uit de post-Rembrandt jaren, rijgt de ene indrukwekkende bruikleen aan de andere. De grootste hobbel van het project (zorgen dat het publiek deze ogenschijnlijk soortgelijke schilders uit elkaar kan houden) wordt succesvol genomen door strategische plaatsing van de werken en onderscheidende steunkleuren.

Lees verder onder het schilderij.

Ferdinand Bol, De krijgsraad van de Goudse schutterij (1653). Foto Museum Gouda

Wat deze kostbare tentoonstelling goed toont, is dat Flincks en Bols krachten vooral bij het portret lagen, bij Bol meer nog dan bij Flinck. Vergeet de 'heldere', in classicistische stijl geschilderde historiestukken, die ingenieus zijn maar tam, eerder kamermuziek dan de beoogde symfonie. Het zijn de schuttersstukken en portraits historiés waarin de mannen echt uitblonken.

Bols portret van de krijgsraad van Gouda, een vijfkoppig monster, niets dan uitgestoken ellebogen en glimmende sjerpen, en Flincks Van Dyckiaanse portret van Margaretha Tulp: ze geven een shot visueel genot, ongeacht hoe je over de geportretteerden denkt. Het is vleierij op niveau.

Bols portret van de 8-jarige Frederick Sluijsken uit de Londense National Gallery nog wel het meest. Het toont het zoontje van een prominente Amsterdamse wijnhandelaar ten voeten uit, één hand rond een wijnroemer, een in de zij, een wakkere oogopslag en een paar verse Nikes aan de voeten; oh, de argeloze schittering van de jeugd. Ga uw gang: zeg dat het te lievig is, te zoetjes, te cute; bekijk het met eigen ogen en u zult evengoed overrompeld worden.

Fredericks manchetten zijn van het witste wit dat ooit een stuk linnen trof, de citroen op tafel geeft je het zuur in je mond en... ach wat, alle spulletjes op het schilderij hebben de intensiteit van gloeiende sintels. Toen ik het werk zag, ervoer ik een vreemd déjà-vugevoel dat ik pas nu, dagen later, kan verklaren: Bols werk loopt vooruit op Rembrandts beroemde Jan Six-portret, dat diens kleurenpalet tot in de fijnste nuances echoot.


Flinck en Bol, met die jongens kon je tenminste werken

Slimme netwerkers waren het, die bovendien tegemoet kwamen aan de wensen van hun klanten.

Op tenminste één vlak verschilden Flinck en Bol wezenlijk van hun leermeester: hun talent om te netwerken. Anders dan Rembrandt, die zijn afspraken niet nakwam en het vroeg of laat altijd met zijn opdrachtgevers aan de stok kreeg, waren Flinck en Bol klantvriendelijke jongens. Ze zagen er geen been in om tegemoet te komen aan de wensen van hun kopers. Moesten ze een ontwerp voor een opdracht aanpassen? Geen probleem.

Het wierp vruchten af. Door slim gebruik te maken van hun familienetwerk en strategisch te trouwen, verwierven ze prestigieuze opdrachten in de doopsgezinde gemeenschap (Flinck) en de admiraliteit (Bol), alsmede bij Duitse keurvorsten (Flinck) en Amsterdamse regenten (beiden), en maakten ze carrière, Flinck iets sneller dan Bol.

Het tweetal tekende voor de decoraties van de burgmeestersvertrekken van het Amsterdamse stadhuis (Bol en Flinck) en de Kloverniersdoelen (Flinck), en rekende prominente families als de Spiegels en de Van Baerles tot hun afnemers. Bol wist zich zelfs op te werken tot de regentenklasse die hij aanvankelijk portretteerde. De laatste tien jaren van zijn leven schilderde hij niet meer.