De zaal met als thema Zelfportret in opbouw.

Beschouwing Lang leve Rembrandt

Niet alle mannen met baarden kregen een plekje aan de wand van Lang Leve Rembrandt

De zaal met als thema Zelfportret in opbouw. Beeld Simon Lenskens

3.000 inzendingen had het Rijksmuseum verwacht voor Lang Leve Rembrandt. Het werden er 8.500. Hoe je daar de 600 beste uit kiest? De Volkskrant volgde de wording van de giga-expositie. 

‘Lang Leve Rembrandt’ heet het tentoonstellingsfeestje dat aankomende maandag 15 juli gevierd gaat worden, op Rembrandt van Rijns geboortedag, 350 jaar nadat hij in Amsterdam zijn laatste adem uitblies. Een partijtje waarvoor het Rijksmuseum zo’n zeshonderd (amateur)kunstenaars heeft geselecteerd. Niet alleen professionals, maar vooral iedereen die ‘iets’ met Rembrandt heeft. En die dat ‘iets’ in een eigen kunstwerk hebben weten om te zetten, met verf of etsinkt, in klei geboetseerd of in kruissteken geborduurd, dat maakte niet uit.

Vanaf maandag hangen al die nieuwbakken ‘Rembrandts’ in het Rijks aan de muur. De Volkskrant volgde de afgelopen twee maanden het project, van de eerste selectie tot de uiteindelijke inrichting van de tentoonstelling.

Zomerexpo

Het fenomeen ‘zomerexpo’, waarvoor amateur én professional een kunstwerk kunnen inleveren, is vooral beroemd geworden door de Royal Academy of Arts in Londen. Daar wordt al sinds 1769 elk jaar een Summer Exhibition georganiseerd, samengesteld door een van de academieleden. Dit jaar: Jock McFayden. Meer dan duizend schilderijen en beelden hangen en staan er in de zalen van dit gedenkwaardige instituut aan Piccadilly, waaronder ook van grote namen als David Hockney, Tracey Emin, Anselm Kiefer en James Turrell. Geopend t/m 12 augustus.

Een van de geselecteerde werken wordt het museum binnengebracht. Beeld Rebecca Fertinel

16 en 18 april: Titus met een hoodie en Jeremia treurend bij een afvalberg. 15 seconden om te beslissen of een kunstwerk goed genoeg is.

Vijftien seconden. Meer tijd hebben Pieter Roelofs en Annemies Broekgaarden niet om een keuze te maken of een werk doorgaat naar de volgende ronde. Althans, willen ze niet dag en nacht achter hun computer gekluisterd zitten. Want ja, hoe krijg je anders achtenhalfduizend ingezonden kunstwerken beoordeeld? En in een paar weken tijd teruggebracht naar achthonderd? Zonder hoofdpijn te krijgen.

Roelofs, Hoofd Schilder- en Beeldhouwkunst, en Broekgaarden, Hoofd Publiek & Educatie van het Rijksmuseum, zijn er nog beduusd van. In januari maakte het museum bekend dat iedereen die zich door Rembrandt ‘geïnspireerd’ voelde, ‘een eigengemaakt kunstwerk’ kon inzenden. Nou, dat deden ze. Ze hadden drieduizend aanmeldingen verwacht. Het werden er vijfenhalfduizend meer, terwijl er in de zes zalen van de Philipsvleugel maar voor ongeveer zeshonderd kunstwerken plaats is, en de tentoonstelling over twee maanden moet openen. Help!

Op haar kantoor, ‘het mooiste van het museum’, met uitzicht op het vroegere atelier van Carel Willink, scrolt Broekgaarden behendig door het afbeeldingenbestand. Samen met Roelofs en vier anderen ‘tijgert’ ze nu al dagen door de digitaal aangeleverde kunstwerken: alle zes hebben ze alle inzendingen beoordeeld. Een kunstwerk met drie ja’s is door de eerste ronde. Een duizelingwekkende Rembrandt-variëteit: Titussen met hoodies, badende vrouwen in de vijver van het Museumplein, meisjes die uit het raam hangen, de Staalmeesters als trekpoppetjes en treurende Jeremia’s, al dan niet voor een brandende afvalberg.

Opvallend: het grote aantal Nachtwachten, geborduurd, in reliëf, gekleid, als patchwork, met agenten in gele hesjes, als Donald Duck, Barbie-poppen of de spelersgroep van FC Utrecht. Ook talrijk: zelfportretten van de Grote Meester, in spijkerjasje, legoblokjes of reliëfverf, op afvalhout, een gele zonnebril op zijn dikke neus.

Hoe de populariteit van Neerlands ‘beste kunstenaar’ te verklaren is? Waarschijnlijk, volgens Broekgaarden, door de tentoonstelling Alle Rembrandts die eerder dit jaar in het Rijks te zien was – of juist níét te zien was, door de ongelooflijke drukte. Of dankzij het tv-succes van Project Rembrandt, de zoektocht onder amateurs naar de waardige opvolger van Rembrandt, dat wekelijks anderhalf miljoen kijkers trok. ‘Rembrandt leeft’, zeggen Broekgaarden en Roelofs in koor. ‘Hij is van en voor iedereen, net als het Rijksmuseum.’

Nu Roelofs er al zo’n vijfduizend heeft bekeken, moet hij wel bekennen dat het nog best moeilijk zal zijn zeshonderd goede inzendingen over te houden. Het aandeel ‘bizarre rariteiten’ is aanzienlijk. Schilderijen van overleden dierbaren, aandoenlijke Flappie-konijnen in strijklicht, trouwfoto’s à la Het Joodse Bruidje, dat soort werk. Ogenschijnlijk lukraak ingestuurd. Niet onderscheidend genoeg. ‘Niet alle mannen met baarden halen het’, zegt Broekgaarden.

De jury beoordeelt een inzending. Beeld Rebecca Fertinel

30 april: na twee weken zweten is het einde van de eerste schifting in zicht. ‘Geweldig! Dat kan een echte kunstenaar niet.’

Het zweet staat Irma de Bruijne, Hoofd subafdeling Ateliers van het Rijksmuseum, op het voorhoofd. Niet alleen door de warmte buiten en binnen, maar ook door het dilemma: hoe beoordeel ik in godsnaam al die welwillende inzenders? Vanachter de computer in een non-descript kantoor: ‘Ik heb er al achtduizend gedaan. Over het geheel ben ik niet ontevreden, maar het is wel héél lastig.’

De Bruijne geeft leiding aan de vermaarde Teekenschool van het Rijks, voor cursussen tekenen, schilderen en fotograferen. Als geen ander blijkt ze in de huid van Rembrandt te kunnen kruipen als de afbeeldingen op haar scherm verschijnen. ‘Waarschijnlijk omdat ik zelf lesgeef. Voor mij is het makkelijker.’

Waar ze op let? Of het ingezonden werk met lef is gemaakt, zegt De Bruijne, ‘in de lijn van Rembrandt’. Dat valt niet altijd mee. ‘In het begin gaf ik weinig ja’s.’ Amateurs zijn volgens haar eerder geneigd iets te doen wat ze al kennen. Toch gaat de regel niet altijd op. De Bruijne wijst op haar scherm naar een portret, gemaakt met een schuursponsje. ‘Geweldig! Die wil ik in het echt zien. Dat kan een echte kunstenaar namelijk niet. Zo’n experiment is voor hem een gepasseerd station.’

Allround constatering na een uurtje computerstaren: de overvloed aan pasteus geschilderde portretten. ‘Zie je veel, waarschijnlijk omdat je met dikke verf lekker kan uitpakken en ook wat kunt aanrommelen. Het is toch makkelijker dan een tekening in zes lijnen.’ Ook in overvloed: de talloze kopieën. Begrijpelijk, volgens haar, en leerzaam. ‘Door Rembrandts werk exact na te schilderen, krijg je inzicht in de beslissingen die hij heeft genomen.’

De Bruijne zegt niet op zoek te zijn naar de ‘superopvolger’ van Rembrandt, of het allerbeste kunstwerk. Wel: ‘Dat mensen zich op de tentoonstelling zullen verwonderen: wat is dat nou voor iets geks?’ By the way, wil De Bruijne nog even kwijt: ‘Ik zou het wel leuk vinden als het Rijks een kindertekening aankoopt.’

Het werk van Naomi Donkers, naar een vrouwenportret van Rembrandt. Beeld Rebecca Fertinel

7 mei: wie er ook doorgaan naar de finaleronde, ‘dit wordt dé tentoonstelling van het jaar!’

De stemming onder de aanwezigen is opgetogen. Voor het eerst is de voltallige jury bijeen die de finale selectie moet vaststellen. De zeven leden, plus alle medewerkers die voor de organisatorische ondersteuning zorgen, hebben zich verzameld in een vergaderzaaltje van het Rijksmuseum, inclusief projectiescherm en flipover, en een paar laptops. 

De komende weken moet het aantal van achthonderd geselecteerde werken uit de eerste ronde worden teruggebracht naar zeshonderd. Meer kan er niet in de Philipsvleugel aan de muur worden gehangen. Waar ze op moeten letten, volgens voorzitter Pieter Roelofs: Rembrandts techniek, zijn verf- en lichtgebruik, en of de inzendingen vernieuwend zijn. ‘Bedenk ook dat Rembrandt een verhalenverteller was.’ 

Ander puntje van aandacht: kinderen. Het voornemen is dat eenderde van de geëxposeerde werken door een kind moet zijn gemaakt. Want, zo luidt de Rijksmuseum-theorie die al sinds de vorige directeur, Wim Pijbes, geldt: wie ooit als kind in het Rijks is geweest, heeft een ervaring voor het leven. 

Aan de juryleden wordt uitgelegd hoe de keuzeknoppen ‘Ja’, ‘Nee’ en ‘Misschien’ te bedienen. Al tijdens deze eerste oriëntatiesessie klinken vanachter de computers de eerste kreten van enthousiasme: ‘O, wat prachtig allemaal!’, ‘Ik vind het heerlijk, het is een soort snoepwinkel’, ‘Dit wordt dé tentoonstelling van het jaar!’.

De komende week moeten ze met hun keuze klaar zijn. Algemeen advies van Roelofs: wie elk werk één minuut bekijkt, een paar uur per dag, is in vier dagen klaar. Daarna krijgen de finalisten bericht dat ze hun werk mogen inleveren.

15-30 juni: de kunstwerken mogen worden ingeleverd  mits er geen houtworm in de lijst zit. 

‘Als je sacherijnig bent, moet je hier komen staan.’ Achter een tafel in de glanzende hal van de Philipsvleugel neemt Hans Rooseboom, conservator Fotografie van het Rijks, werk in ontvangst dat door de deelnemers wordt binnengedragen. Daar word je vrolijk van. 

Voor de ingang is een partytent neergezet, tegen de felle ochtendzon. Eronder staat een groepje deelnemers zenuwachtig te wachten, schilderijen stevig onder de arm geklemd, verpakt in meters bubbeltjesplastic, een stuk touw er strak omheen geknoopt. Binnen vertelt Rooseboom: ‘Net was hier nog een familie uit St. Petersburg, met een opgerolde Nachtwacht die ze ter plekke hebben opgespannen. Zelfs het spieraam hadden ze in delen meegenomen.’

Lang Leve Rembrandt mag een logistieke uitdaging zijn, opvallend is wel hoe geolied alle inkomende werken worden aangenomen en afgehandeld. Dat van iedere deelnemer een portretfoto wordt gemaakt, waarna het werk wordt ingeschreven en van een kleursticker en registratienummer voorzien, en uiteindelijk met handschoenen de trap op wordt gedragen, richting tentoonstellingszalen.

‘Alles krijgt hier dezelfde zorg alsof het een bruikleen is uit het Louvre’, legt Pieter Roelofs uit. Vereiste was wel: dat de inzenders hebben gezorgd voor een deugdelijk ophangsysteem. Ander detail: er mag geen houtworm in de lijst zitten. 

Sommige conservatoren twijfelden of een museum als het Rijks, toch de nationale hoeder van Hoge Kwaliteit en Goede Smaak, wel een tentoonstelling als Lang Leve Rembrandt moet organiseren, inclusief de verwachte Nachtwacht in ongebakken klei, gemacraméde Staalmeesters en met de voet geschilderde Titussen.

‘Goed dat die twijfel ter sprake is gekomen’, zegt Roelofs. ‘Het was voor ons ook iets buiten onze comfortzone. We hebben het nooit eerder gedaan. Maar kijk om je heen.’ ‘Iedereen is blij’, vult Annemies Broekgaarden hem aan. ‘Ze krijgen een kijkje achter de scherm van dit bedrijf, zien dat we hen serieus nemen. En omdat ze veelal met zijn tweeën komen, hebben wij er weer twaalfhonderd ambassadeurs bij.’

Een muur vol nachtwachten in de zaal. Beeld Simon Lenskens

Rembrandt overal

Het zal u niet zijn ontgaan: dit jaar wordt Rembrandts 350ste sterfjaar herdacht. Het aantal tentoonstellingen is oeverloos. Alleen al rond zijn geboortedag, 15 juli. Naast Lang Leve Rembrandt in Het Rijksmuseum wordt in het Amsterdamse Rembrandthuis het Rembrandt Art Festival georganiseerd, met workshops en muziek. In Leiden, waar de Grote Kunstenaar in 1606 werd geboren, vinden komend weekend de Rembrandt Dagen plaats en ’s avonds op de verjaardag een lichtshow bij de Waag. Terwijl in Museum De Lakenhal de tentoonstelling Rembrandt & de Gouden Eeuw is te zien. In het Haagse Mauritshuis is er (vanaf 20 juli) voor het hele gezin de ‘doe-tentoonstelling’ Hallo Rembrandt!.  

21-30 juni: het resultaat is verbluffend. ‘Normaalgesproken hangt hier alleen de wereldtop. Nu niet. Maar de kwaliteit is gegroeid door het zo bij elkaar te hangen.’

Of iemand nummer 6120 nog even wil nakijken? ‘O ja, prachtig. Kijk die verf. De textuur van de huid. Ongelooflijk.’ Lita Cabellut, jurylid, zelf kunstenaar en dankzij het tv-programma Project Rembrandt een BN’er, kraait van enthousiasme. Die pointillistische Madonna, die door de vader van de maakster vanuit Brazilië is meegenomen? ‘Fantastisch!’ Een treurende Jeremia met iPhone? ‘Heel actueel. Ben net in Marokko geweest. Daar zag ik veel oude mannen in djellaba met een iPhone.’

Bij deze laatste jurering, ruim drie weken voor de opening, staan alle vijfhonderdtachtig kunstwerken provisorisch op de grond tegen de muur. Er blijken toch nog enkele afvallers te zijn. Een aantal tekeningen heeft geen lijst; een serie zwart-witfoto’s is  te groot. Een vrouwenportret heeft bij nader inzien niets met Rembrandts Flora te maken, eerder iets met het zusje van de maker. De 3D-Staalmeesters, die je met een vernuftig hendeltje kan laten opstaan en zitten, gaan wel door, mits voorzien van een speciale perspex doos en op risico van de maker.

Nice to know: de enige inzending die van alle juryleden een ‘Ja’ kreeg, een kopie van Rembrandts Zelfportret met twee cirkels, blijkt van de Groningse fijnschilder Henk Helmantel te zijn, landelijk bekend door zijn hyperrealistische fruitschalen met christelijke inslag. (Helmantels site wijst uit dat het al in 1993 is geschilderd.) Andere bekende kunstenaars zijn wel afgevallen, vertelt Roelofs. Welke? ‘Dat moeten we maar niet zeggen.’ Wel dat verderop een dubbelportret tegen de muur staat dat Normaal-zanger Bennie Jolink maakte van Rembrandt en motorcrosser Jeffrey Herlings, zijn grote helden.

Een paar dagen later legt Roelofs de laatste hand aan de wand met Rembrandts ‘zelfportretten’, een bonte verzameling waarin weinig overeenkomst zit in formaat, kleur en materiaalgebruik. Duidelijk is dat de expositie een puzzel is van honderden stukjes, die niet allemaal gelijk in elkaar passen, en je kunt al die schilderijen niet zomaar even verhangen. Daarom zijn de opstellingen eerst uitgeprobeerd, uitgelegd op de grond. Lang Leve Rembrandt wordt sowieso de grootste tentoonstelling die het Rijksmuseum ooit heeft georganiseerd. Zelfs groter dan Alle Rembrandts, dat begin dit jaar al meer dan vierhonderd werken bevatte.

Het uiteindelijke resultaat, twee weken voor de opening, is verbluffend. Door de ‘salon hanging’ zijn veel muren, van onder tot boven en van links naar rechts, behangen met Nachtwachten en ‘Jonge meisjes in het venster’, zelfportretten en andere gezichten die je indringend aankijken. In streeploos gezeemde vitrines liggen geboetseerde Rembrandt-koppen en weelderige keramische kragen. In het midden van een zaal hangt als Rembrandts Geslachte os een ‘vleesgordijn’ aan het plafond. Vormgever Irma Boom heeft onderaan elke muur een brede, wellicht iets te nadrukkelijke kleurbaan aangebracht, voor de oriëntatie van het ene thema naar het andere: zoals Mijn Rembrandt, De mens, Zelfportretten, De verhalenverteller en, in de slotzaal, De Nachtwacht.

Salon hanging

‘Salon hanging’ of ‘gallery hanging’ is een Engelse benaming voor de Franse vondst om schilderijen tegen een muur te hangen, over de volle breedte en hoogte. Ontstaan in de 17de eeuw en populair geworden tijdens de Parijse Salon: de jaarlijkse tentoonstelling voor het grote publiek, aanvankelijk voor afgestudeerden aan de Academie voor Schone Kunsten, maar later ook voor andere kunstenaars. Om zich af te zetten tegen de elitaire hiërarchie werd hier alles op een democratische manier boven en naast elkaar gehangen, en vooral door elkaar.

Anders dan overige zomerexpo’s (zie balkon), zoals in de Londense Royal Academy of het Gemeentemuseum Den Haag, blijkt Lang Leve Rembrandt een slimme tentoonstelling te zijn. Door amateurs te vragen zich te laten inspireren door de Grote Meester, nemen zij automatisch iets van zijn kwaliteit over. Daarmee wordt de slogan dat ‘Rembrandt van en voor ons allemaal is’ in praktijk gebracht. ‘Rembrandt leeft’, zoals Roelofs en Broekgaarden al meer dan eens zeiden. De prognose dat er 30 duizend bezoekers op af zouden komen, is dan ook bijgesteld naar 80 duizend. ‘Toch mooi’, vindt Roelofs, ‘want daarmee gaan ook de pr-budgetten omhoog.’

Of er iets concluderends over de inzendingen is te zeggen? Het viel fotografieconservator Hans Rooseboom in elk geval op dat er, ondanks het vele realisme, nog heel wat ‘rebellen’ tussen zitten, ‘met experimenteler werk dan Rembrandt zelf gemaakt zou hebben.’ Pieter Roelofs: ‘Normaal hangt hier alleen de wereldtop aan de muur. Nu niet. Er zal zeker kritiek komen of we dit wel hadden moet doen. Maar wat als onrijp en groen binnenkwam, is toch gegroeid in kwaliteit door het zo bij elkaar te hangen. En het laat je op een nieuwe manier naar Rembrandt kijken.’ 

Lang Leve Rembrandt, Rijksmuseum, Amsterdam. 15 juli t/m 15 september.

De tentoonstellingszaal rondom het thema Zelfportret in opbouw. Beeld Simon Lenskens

De kunstenaars 

Naomi Donkers (16)

Het moet monnikenwerk zijn geweest: om elke bubbeltje in het één vierkante meter grote plastic vrouwenportret van Rembrandt met verf te injecteren. Onbegonnen werk. Niet voor de 16-jarige Naomi Donkers uit het Brabantse Haghorst, tussen Tilburg en Eindhoven. Ze doet voor het eerst aan een wedstrijd mee, tekent graag bloemen, maakte al een ‘3D-hoofd van spijkers’, houdt van Rembrandts landschappen, maar vindt diens portretten toch het mooist. Vanwege de detaillering. De psychologie. Wanneer ze voor het eerst in het Rijksmuseum was? Vier jaar geleden, met school. Ze vond De Nachtwacht wel het indrukwekkendst. Zo groot. En wat je er allemaal op ziet. Later wil ze naar de Design Academy in Eindhoven. Om meubels te maken. En, o ja, ze moest wel huilen, toen ze zich omkleedde voor een korfbalwedstrijd, een paar weken geleden, en het telefoontje kreeg dat ze haar werk in het Rijks mocht laten zien.

Naomi Donkers (16) levert haar werk in bij het Rijksmuseum. Beeld Rutger Pontzen

Marysia Kozlowska (11)

Ze staat er wat schuchter bij, naast haar vader, Marysia Kozlowska, uit het Limburgse Heythuysen, iets boven Roermond. Er wordt haar altijd gevraagd of ze Pools of Nederlands is. Nou, Nederlands natuurlijk. Want ze is hier geboren en zit hier op school. Maar ze gaan wel elke zomer naar Polen op vakantie. Ze heeft als enige van haar klas iets ingezonden, daarvoor aangemoedigd door haar tekenjuf van wie ze eens in de twee weken les krijgt. Het is haar eerste bezoek aan het Rijksmuseum, maar niet haar eerste kennismaking met Rembrandt, die ze uit de boeken kent, en bewondert vanwege zijn precieze stijl en schaduwen, zoals ze in een paar rake bewoordingen diens oeuvre analyseert. Het portret dat ze heeft ingestuurd is losjes gebaseerd op Het meisje in het venster, maar dan met los haar, krullen en vlechtjes en een capuchon. In twee maal twee uur geschilderd. Waarbij ze de groene achtergrond het moeilijkste vond.

Marysia Kozlowska (11) levert haar werk in bij het Rijksmuseum. Beeld Rijksmuseum

Hendrika ter Elst (60)

Grote afwezige op de foto is de maker van het werk. Want terwijl haar moeder en schoonzusje met de kleine ets in het Rijksmuseum voor de camera poseren, verblijft Hendrika ter Elst in New York. Al sinds 1982 om precies te zijn. Ze wilde eigenlijk helemaal niet weg uit Nederland, vanwege Reagan enzo. Maar ja, de liefde trok, toen. Ze is gebleven, woont nog op hetzelfde adres en maakt nu, als autodidact, schilderijen en etsen. In dit geval een ‘zon-geëtste print’, waarbij de etsplaat niet met zuur is uitgebeten, maar door UV-licht.Ter Elst ­experimenteert met techniek en licht – zoals Rembrandt dat deed. Waarom ze een detail uit het Bathseba-schilderij uit het Louvre heeft genomen – herkent u de brief? – is een aangrijpend verhaal. Borstkanker noodzaakte haar in 2003 tot een consult bij een Amerikaanse oncoloog en kunstliefhebber. Die wist haar te vertellen dat Bathseba een portret is van Rembrandts geliefde, Hendrickje Stoffels, haar naamgenote, die volgens de oncoloog op dat moment ook borstkanker had. Waarna hij zei: die Hendrickje heeft het niet overleefd, maar jij wel! Telefonische bevestiging vanuit New York: ‘Het gaat me goed.’

Het werk van Hendrika ter Elst (60) wordt ingeleverd door haar moeder en schoonzus. Beeld Rijksmuseum

Lenka Rodanicová (41)

Het is een klassieker: manager van international neemt ontslag om zich fulltime te storten op het kunstenaarschap. Lenka Rodanicová uit Praag deed precies dat. Als ‘contracts manager’ van ExxonMobil stopte ze twee jaar geleden met het wereldwijd inkopen van olie en smeervetten. Sindsdien maakt ze prenten, tekeningen en schilderijen, in ‘klassiek-realistische stijl’. Toen ze googlede op ‘gratis deelname aan tentoonstellingen’, stuitte ze op de Lang Leve Rembrandt-expo in het Rijks. Tot haar eigen verbazing kwam ze door de selectie. Nu is ze per bus uit Praag gearriveerd met, inderdaad, een klassiek-realistische kopie van Rembrandts Portret van Johannes Wtenbogaert, uit 1633, verpakt in karton. Ze kende het werk van Rembrandt al als kind, maar zag twaalf jaar geleden pas voor het eerst een schilderij, in Londen. Ach ja, die techniek, dat zowel dik als dun kunnen schilderen, de balans in de compositie, noem maar op, het is allemaal even geweldig. Straks gaat ze weer terug naar Tsjechië. Of ze bij de opening zal zijn? Yes!

Lenka Rodanicova (41) levert haar werk in bij het Rijksmuseum. Beeld Rijksmuseum

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden