Goed & Slecht Poezië

Niet alle dichters werpen een nieuw licht op de dingen

Niet alle dichters werpen een nieuw licht op de dingen, merkt Arjan Peters, als hij Peter Theunynck en Lela Zeckovic leest.

Beeld Getty, bewerking Studio V

Geen bezwaar tegen een actueel gedicht, met verwijzingen naar nieuwsberichten. Alles kan immers onderwerp zijn. In de ‘Ode aan de ING vorm’ van Peter Theunynck, dat hij bundelde in Tijdrijder (Wereldbibliotheek; € 20,99), moeten een zekere bank en een bepaalde president het ontgelden:

‘Vermarketing, verdonalding,
verslaving en versluiering,
verblinding en verbastering,

Verdierlijking, verdoezeling,
verharding en verhuftering’ 

– maar wacht eens, gaat dit zo door? Even over paar ingen springen, naar het slot:

‘Verruwing en vernedering,
verkilling en verkleutering,
o de verduistering van de verlichting.’

Hier gaan we niet voor applaudisseren. De laatste regel had een uitsmijter moeten zijn, om het eendimensionale geklaag nog enigszins draaglijk te maken. Maar het werd een sisser. Een woordgrap. Moet ik nog meer zeggen?

Misschien dit: zojuist verscheen de bundel Lapis lazuli (Avalon Pers; € 35,-) met enkele glasheldere nagelaten gedichten van Lela Zeckovic (1936-2018), de Kroatische vrouw van de dichter Hans Faverey. Vanaf 1960 woonde ze met hem in Amsterdam, tot zijn dood in 1990.

Zij dicht dit:

‘Het allermooiste in alles wat gebeurt
is de mensenhand die het licht
aan- en uit doet,
een zin op papier zet,
de Italiaanse glacéhandschoenen
aanraakt en verfrommelt,
en blijft ondanks alles

door de poriën ademen,
zelfs wanneer achteloos gelegd
op het vlak van de tafel.’

Het werkwoord ‘blijft’ is naar voren gehaald en krijgt daardoor nadruk. Deze versregels zijn kalm en laten je een moment anders kijken, naar het licht en naar je hand.

Daar was ze goed in, aparte zinnetjes. In haar enige andere dichtbundel, Belvédère (1981), las ik ooit:

‘Zij huilt prachtig, als regen,
als een ouderwetse ansichtkaart’

En dat is inderdaad prachtig. Lela Zeckovic leefde na de dood van Faverey in Zagreb en Triëst, waar ze stierf in 2018. Haar gedicht ‘Tijd baart rozen’ stond twintig jaar geleden in tijdschrift De Revisor. Postuum is het eindelijk gebundeld. Rijkelijk laat wellicht, maar ook een troostrijk gegeven; zelfs in het definitieve donker kan iemand het licht weer aandoen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden