Niemand pelt een eitje zoals Kraaijkamp senior

John Kraaijkamp is 79 jaar en dus tien jaar jonger dan het personage dat hij speelt: Gregory Solomon in Arthur Millers toneelstuk The Price....

Je houdt je hart vast. Hier vallen persoon en personage bijna angstaanjagend samen. Kraaijkamp heeft eerder dit jaar een zware hartoperatie ondergaan. Op toneel is hij zichtbaar verouderd, maar nog vitaal genoeg om het publiek om zijn vingers te winden.

Is het verantwoord om een oude acteur weer in de spelersbus naar Kampen te zetten (hoewel het in dit geval ongetwijfeld een auto met chauffeur is)? Medisch gezien zeker. Joop van den Ende, die zich om het wel en wee van zijn geliefde acteur bekommert, zal alles goed hebben afgewogen. Maar is het ook artistiek verantwoord? Kraaijkamp speelt toneel met een 'oortje', een technisch hulpmiddel dat oudere acteurs in staat stelt de tekst die niet meer helemaal het hoofd in wil, toch te 'onthouden'.

Aan de andere kant van dat oortje zit een souffleur die hem voortdurend bij de les houdt. In het geval van Kraaijkamp zie je dat ook, je hoort als het ware aan de manier van tekstzeggen dat er een directe communicatie met de persoon achter de coulissen is en minder met de tegenspelers op toneel. Dat heeft iets onnatuurlijks, maar Kraaijkamp komt er een eind mee weg. Zijn gevoel voor timing, zijn vermogen tot improviseren, zijn handigheidjes met stopwoordjes, herhalingen en uitvallen, die vreemde motoriek en dat jongleren met klemtonen dwingen bewondering af.

Je zit erbij en kijkt naar hem, en je ziet een begenadigd en soms geniaal acteur - zo eentje die onder het komische een bodem van tragiek legt. Maar wel een heel oude acteur die alleen met behulp van moderne techniek zijn vak kan uitoefenen. En wil uitoefenen, want naar het schijnt kan Kraaijkamp zich een leven zonder toneel niet voorstellen.

Om Kraaijkamp te laten spelen, heeft zijn producent dus Millers The Price uit de kast getrokken. Een ongelukkige keus, want dit stuk uit 1967 is in de verkeerde zin ouderwets, met een tuttige moraal en veel gedoe om niets. In het ouderlijk huis dat gesloopt moet worden, treffen twee broers en een schoonzus elkaar om schoon schip te maken met het verleden.

Victor, de ene broer (gespeeld door Victor Löw), had graag willen studeren maar is politieman geworden om zijn oude vader te kunnen verzorgen. Zijn vrouw Esther (Edda Barends) is derhalve hevig in hem teleurgesteld. Walter, de andere broer (Hans Ligtvoet), ging zijn eigen gang en werd een welgesteld chirurg.

De onderlinge conflicten draaien eigenlijk maar om één ding: geld. Miller, toch ook schrijver van klassiekers als Dood van een handelsreiziger en Van de brug af gezien, heeft van zijn personages in The Price vervelende, inhalige en zeurderige mensen gemaakt die geen enkele sympathie opwekken. Eén ding kunnen ze goed: ouwehoeren, en dat alles voornamelijk op verongelijkte toon.

In regie van Arian Brine zijn zowel decor als spel stijlvast. Dat wil zeggen: gedegen en adequaat, maar ook compleet ongevaarlijk. Tussen die stumperds door scharrelt Kraaijkamp rond als een leuke, gekke en geslepen opkoper, een rol die voor hem geschreven lijkt.

'We kennen ons geluk pas als het voorbij is', zegt hij tegen het eind. Een magere conclusie na bijna drie uur toneel. Dat geluk laat zich in The Price slechts gelden in de luttele minuten waarin Kraaijkamp met verbazend mooie mimiek een eitje pelt, of met dat schriele lichaam van hem een onverwachte draai maakt en zijn stem onnavolgbaar omhoog laat schieten.

Nog één keer dat kunstje. Nog één keer die toneelspeelkunst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden