Taalgebruik De zin van de week

‘Niemand op de wereld was zo overbodig als hij’

De Volkskrant staat elke week stil bij de mooiste, lelijkste of anderszins opvallendste zin.

De zin van de week: 

‘Niemand op de wereld was zo overbodig als hij.’

Waar?

Vrij Nederland, donderdag 22 november, “Is hier ook wifi?’ Worstelen met de doelloosheid in het klooster’.
Maar eigenlijk uit Vlucht zonder einde van Joseph Roth. 

Waarom?

Vaak slaan mensen een boek open om de eerste paar regels te lezen. Dan weet je hoe je binnenkomt, zeg maar. Is het welkom of juist ontoegankelijk? Er zijn een aantal wereldberoemde (gedeeltelijke) beginzinnen in ons collectief geheugen gegrift. Zoals ‘Het was de beste der tijden, het was de slechtste der tijden’, uit A Tale of Two Cities van Dickens. Of de zin uit Anna Karenina met de gelukkige gezinnen en ongelukkige gezinnen. En uit Nederland natuurlijk ‘Jongens waren we – maar aardige jongens’, uit Titaantjes van Nescio. 

Ik als woordfetisjist ken ze allemaal uit mijn hoofd, maar nog veel mooier vind ik eigenlijk eindzinnen. Die laatste woorden die je leest voordat je een boek dichtslaat, die moeten erin hakken, keihard hout snijden, anders kun je net zo goed de appberichten van je demente oma gaan lezen. Mijn favorieten zijn de laatste zin uit De Avonden, wat overigens eigenlijk de één na laatste zin is: ‘‘Het is gezien,’ mompelde hij, ‘het is niet onopgemerkt gebleven.’’ Die uit Under the Vulcano: ‘Iemand gooide hem een dode hond na in het ravijn.’ En die uit American Psycho: ‘Dit is geen uitgang.’ 

Maar sinds kort heb ik er met stip een nieuwe bij. Ik las hem in Vrij Nederland, in een schitterend stuk van Jonah Falke over zijn ervaringen in een klooster. Niet een zin van Jonah zelf helaas, hoewel die ook verdomd aardige zinnen kan produceren, zoals: ‘Ik vermoed dat hij mijn woorden te groot vindt voor dit tijdstip’ en ‘Egbert komt niezend de kerk in’, maar van Joseph Roth: ‘Niemand op de wereld was zo overbodig als hij.’ Woorden die meteen tranen naar mijn ogen brachten. Het meest overbodig zijn van iedereen. Nog nooit heb ik eenzaamheid beter omschreven gezien dan in dat desolate beeld. Het is alsof er een krater in die zin zelf zit. Een ravijn waarin iemand een dode hond gooit. Ik droom ervan een laatste zin van dat kaliber te schrijven. Een eindzin die het einde van alle eindzinnen betekent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden