Nico Scheepmaker en de heren van de NV Holland Beton

UIT ALLES blijkt dat onze jongens in het Vista Palace Hotel in Roquebrune-Cap Martin te weinig te doen hebben. Dan gaan ze dingen bedenken....

PAUL ONKENHOUT

'Laten we die krant dan boycotten', opperde er eentje.

'Jottem', riep een andere, en zoals het dan in jongensboeken heet: 'Een plan was geboren.'

Eergisteren deelde Frank de Boer mee, dat er geen persconferenties meer gehouden zouden worden zolang er een journalist van de Volkskrant bij was. Dat idee werd hem al snel uit het hoofd gepraat, maar wat overbleef was dat de spelers niets zeiden tegen de aanwezige Volkskrant-muskiet, of zwegen als die ergens zijn oor te luisteren legde.

Dit hele eerste deel, tot en met het woord 'legde', werd geschreven door Nico Scheepmaker, in 1974. Ik heb slechts twee ingrepen gedaan: 'Hiltrup' is in de eerste zin vervangen door Vista Palace Hotel in Roquebrune-Cap Martin en waar nu Frank de Boer wordt genoemd, schreef Scheepmaker Cruijff, de toenmalige aanvoerder van het Nederlands elftal.

Toen ik het artikel vanmiddag toevallig las, troffen de parallellen met 1998 me. Er is niet veel veranderd, alleen de namen. Sommige spelers weigeren sommige journalisten te woord te staan, en zwijgen als verslaggevers ergens hun oor te luisteren leggen.

Wij van de Volkskrant'98-equipe hebben het tot nu toe getroffen: ik meen dat alleen Koeman ons niet te woord wil staan, en Jorritsma en Davids, maar die praten met niemand, behalve met elkaar.

Het artikel van Scheepmaker is opgenomen in de bundel Voor Oranje trillen al mijn snaren, Markante beschouwingen over het Nederlands elftal.

Henk Spaan schreef er een inleiding bij, een lofzang op 'de eerste sportjournalist in Nederland die verstand had van literatuur, van buitenlandse politiek, van beeldende kunst, van televisie en van geschiedenis. Het triviale stond bij hem op hetzelfde plan als het hogere.'

Scheepmaker is dood en ik ben bang dat hij niet alleen de eerste sportjournalist was die overal verstand van had, maar ook de laatste.

Ik heb Scheepmaker slechts even gekend, maar goed genoeg om te weten dat hij hier in Frankrijk prachtige stukjes zou hebben geschreven over, bijvoorbeeld, de persconferenties van het Nederlands elftal, het gesprekje tussen Kluivert en Staelens, de gekleurde schoenen van Seedorf, het Surinaams-Nederlandse woordenboek in de koffer van Jorritsma en de namen van de spelers van Zuid-Korea.

Hij zou wel raad hebben geweten met de 'Richtlijnen voor de media' die ons al in Nederland werden verstrekt. Punt 1: 'Voor alles staat dat het functioneren en presteren van het Nederlands elftal op geen enkele manier negatief mag worden beïnvloed door externe factoren.'

Externe factoren, dat zijn wij, de ongelukkigen die al een week lang moeten speculeren over de opstelling van het Nederlands elftal tegen Zuid-Korea, maar onze rituele dansen voortdurend zien onderbroken door gesloten deuren bij trainingen en een bondscoach die over het elftal niet zo bar veel wil vertellen.

In Frankrijk zijn de externe factoren door de KNVB voor de eerste maal gesplitst. De externe factoren van radio en televisie krijgen op persconferenties vier spelers toegewezen, en de externe factoren van de schrijvende pers vier anderen. Het is verboden om een speler aan te spreken die aan de andere externe factoren is toebedeeld. We doen het wel, maar stiekem.

De kranten konden donderdag kiezen uit Bergkamp, Jonk, Van Hooijdonk en Seedorf. Dat viel nog mee: nóg een gelijkspel en we zitten op een persconferentie tegenover De Goey, Ooijer, Van Bronckhorst en Hesp, aardige jongens, maar ongeschikt om te interviewen over de 0-0 tegen Zuid-Korea.

Maar we zullen het, als het niet anders kan, wel doen, met groot enthousiasme, want alles is nieuws en alles is belangrijk want Nederland is Oranjeland.

In Voor Oranje trillen al mijn snaren drijft Scheepmaker de spot met de voetballers én de verslaggevers van toen, en indirect ook met de huidige generatie. Hij doet verslag van een ontmoeting in 1978 tussen journalisten en personeelsleden van de NV Holland Beton. Het zou ook 1998 kunnen zijn.

'Als eerste stapt de heer F. de Boer, de afdelingschef, naar buiten. Hij wordt onmiddellijk omringd door de verslaggevers. Hoe was de stemming vandaag op kantoor, meneer De Boer.

''Zijn gangetje. Er heerste een goede sfeer en iedereen was bereid zich voor het collectief op te offeren.''

Is de firma erg geschrokken van de nogal opzienbarende acties van de concurrentie?

''Ach, wat heet geschrokken. Voor de lunchpauze kon je wel een zekere onrust bespeuren.''

Op de vraag of iedereen fit is, antwoordt de heer De Boer dat meneer Stam met zijn achterhoofd tegen de onderkant van zijn bureau is opgeknald. Tevens maakt de firma zich zorgen over het rokershoestje van de heer Van der Sar.

Intussen hebben wij notities gemaakt, onze vragen gesteld en domme, ontwijkende antwoorden gekregen. En morgen staat het allemaal in de krant.'

Scheepmaker: 'Ach, wij als journalisten stellen dan toch maar de vragen, tonen ons begerig naar de antwoorden en zetten die ook trouwhartig in de krant. Af en toe schijnen we ook wel eens iets uit onze duim te zuigen.

'Maar dat is voor een groot deel ook weer een kwestie van uitlokking. Waar zo weinig gezegd wordt, zulke raadselachtige antwoorden gegeven worden, zo ontwijkend gereageerd wordt, lok je zelf de verzinsels uit.

'Ik ken geen terrein op het gebied van de publiciteit (politiek, bedrijfsleven, kunsten en wetenschappen) waar met zoveel Wichtigmacherei zo weinig gezegd wordt over zoveel onbenulligs als in de voetballerij.'

Paul Onkenhout

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden