ESSAY

Neuzen tussen verborgen modeschatten van het Centraal Museum

Cécile Narinx selecteert modeitems voor het DWDD pop-upmuseum

Het tv-programma DWDD heeft een pop-upmuseum geopend. Cécile Narinx, hoofdredacteur van modeblad Harper's Bazaar, is een van de tien gastconservatoren. Zij maakte een selectie uit de modecollectie van het Centraal Museum Utrecht. Welke schatten trof zij daar aan?

Cécile Narinx in het Allard Pierson Museum in Amsterdam, bij een jurk van Illustrious Imps. Foto Stefanie Gratz

Wie denkt dat het modedepot van het Centraal Museum in Utrecht een soort Ali Baba-schatkamer is, met zware barokke deuren van waartussen de pailletten en de parels je tegemoet blinken, die moet ik teleurstellen.

Wie daarentegen denkt dat het juist een Bijlmerbajes-achtige betonnen kolos is met hoge hekken, overal camera's en een zwik potige beveiligers voor de deur, die zou ook lelijk op zijn neus kijken. Het depot van het Centraal Museum is namelijk zo niksig als het maar zijn kan. Waren er ooit buitenopnamen nodig geweest voor Debiteuren/Crediteuren van Jiskefet, dan hadden ze hier moeiteloos kunnen worden gemaakt: een fletse gevel met een non-descripte deur, ramen met bleke lamellen ervoor. Hoofdpersonen Edgar en Jos hadden zich er bijzonder senang gevoeld.

DWDD Popup Museum

Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan heeft het tv-programma De Wereld Draait Door een tijdelijk museum 'opgericht' in het Amsterdamse museum Allard Pierson. Tien gastconservatoren hebben elk een zaal ingericht en deden daartoe een keuze uit de collectie van een museum. Onder hen Jasper Krabbé (Stedelijk Museum Amsterdam), Herman Pleij (Museum Catharijneconvent), Halina Reijn (Museum de Fundatie), Pieter van Vollenhoven en Nico de Haan (Rijksmuseum/Bijzondere Collecties van de UvA) en Fidan Ekiz (Nederlands Fotomuseum). Het DWDD-museum wordt vanavond geopend en sluit 26/5 weer.

Schoenen van Lola Pagola. Foto Collectie Centraal Museum, Utrecht

Bouwmarkt

Waar het depot staat? Ergens in een saaie straat in Utrecht, maar waar precies, dat mag ik niet verklappen. Dat is geheim en blijft geheim. Want met de beveiliging zit het, ook al zie je er niks van, beslist wel snor in dat depot. Het duurt zodoende ook even voor je de veiligheidssluis door bent.

Binnen blijkt pas hoe groot het gebouw is, want achter de doordeweekse gevel gaat een gigantische opslagruimte schuil, maatje Gamma.

Dat is sowieso de eerste associatie die het interieur oproept door de hoge plafonds en de diepte van het pand. Verschil met een bouwmarkt is wel dat er tussen de gangen en kamers dikke deuren zijn, met zware sloten.

Marielle Bolier, damesbadpak uit 1986. Foto Collectie Centraal Museum, Utrecht

Schatten

De modezaal, op een bovenverdieping achterin links, heeft het formaat van twee klaslokalen. Aan het verlaagde systeemplafond hangen tl-balken en bij binnenkomst zie je niets wat met mode te maken heeft, op een blote paspop na. De vloeren zijn van grijs linoleum, het is er bar fris en de ruimte staat vol rekken met daarop bruine kartonnen dozen.

In die dozen zitten de schatten.

Op de zijkant zitten stickers met cryptische streepjescodes, maar soms staan er fijne dingen op geschreven als 'kraamcorset, roze, ca. 1900' of 'zwarte hoed, fluweel en struisveer, 1875'.

En het allerleukst is het als de museale hoed in kwestie nog in de originele doos uit 1909 zit ook, met de ouderwetsche firmanaam er nog op: 'Maison de Bonneterie, Amsterdam 's - Gravenhage'. Het fijnst is het natuurlijk om lukraak wat dozen uit het rek te trekken en er ongegeneerd in te kijken. Omdat ik niet in het depot ben binnengebracht om er alleen een laf kijkje te nemen, maar er ben losgelaten om vergeten schatten op te diepen voor het DWDD pop-upmuseum, doe ik dat ook enthousiast. Als mijn deskundige begeleidster, mode-curator Ninke Bloemberg, erbij is doe ik dat heel plechtig en voorzichtig, uiteraard met de verstrekte witte handschoentjes aan. Op de momenten dat ze even uit beeld is kijk ik snel-snel nog onder zo veel mogelijk andere deksels, als een klein kind dat stiekem alle luikjes van de adventkalender checkt.

Marielle Bolier, damesbadpak uit 1990. Foto Collectie Centraal Museum, Utrecht

Charles Frederick Worth

Wat Ninke als eerste laat zien, en waarop ze terecht bijzonder trots is, is een jurk uit 1886 van de hand van Charles Frederick Worth. Een naam die de gemiddelde krantenlezer niets zal zeggen, maar waarvan ik als modevriendin toch behoorlijk in katzwijm val.

Worth, moet u weten, is de eerste couturier ooit. Hij was de eerste die niet klakkeloos de jurken maakte waar de rijke dames om vroegen (doorgaans kopieën van wat keizerin Eugénie droeg), maar van tevoren een aantal ontwerpen maakte en die op modellen showde om zijn klanten te tonen: dit zijn de stoffen, kleuren en modellen die ik heb, en daar kun je uit kiezen.

De jurk van Worth ligt ook in een doos, tussen zuurvrij vloeipapier, lijfje en rok apart. De naam staat er nog in, sierlijk geborduurd (in het signeren van zijn kleding was Worth de eerste). Ook de ingestikte baleinen en de piekfijne afwerking van zijde en fluweel verraden de hand van de meester.

Charles Worth, baljapon, lijfje en rok van zijde en fluweel, 1886. Foto Collectie Centraal Museum, Utrecht.
Schoenen van Lola Pagola. Foto Collectie Centraal Museum, Utrecht

Stalen kasten

Uiteraard, want daar is het een museum voor, zijn er ook jurken van ver vóór Worth. En die liggen niet in een doos, zoals zijn tweedelige pronkjuweel, maar die hangen. In een van de vijf enorme stalen kasten die je door een ferme ruk aan de wielen aan de zijkant van elkaar kunt rijden over een rails. Wie van rechts naar links door de rekken neust, maakt een reis door de tijd.

Het begint met ongesigneerde stuks, jassen en jurken die in de 18de eeuw door rijke en edele dames en heren werden gedragen.

Er zijn robes à l'anglaise van gebloemde sits uit 1780 die perfect zouden passen in verfilmingen van Sense and Sensibility (1795) en tweedelige fluwelen japonnen uit (1856) die Madame Bovary niet zouden misstaan. Met een beetje fantasie zie je de garderobe van Anna Karenina (1877) en later die van Eline Vere 1888. Er komt een bruidsjapon uit 1882 voorbij, Brussels kant, tere zijde.

Er zijn royale mouwen, fraaie decolletés en kuise boordjes. De queues en culs (uitstulpingen bovenop de billen) verdwijnen gaandeweg, de korsetten ook. De silhouetten worden sluiker, de rokken korter - en ondertussen hoor je jazz en denk je aan Fitzgerald en Hemingway. Er duiken ontwerpersnamen op: Dior, Balmain, Pierre Cardin. Schenkingen vaak, afkomstig uit een erfenis. Van wie de jurken zijn geweest, staat er helaas niet bij.

Een foto van Inez van Lamsweerde, de schoen is een ontwerp van Lola Pagola. Foto Stefanie Gratz

Hollandse meesters

In kast vier en vijf hangt de garderobe die perfect zou passen in Een zomerzotheid, en niet lang daarna is het of je in de kleedkamer van Mies Bouwman bent, ten tijde van Een van de acht. Primaire kleuren, uitgesproken silhouetten. Labels van Molenaar, Govers, Heymans. In de laatste kast: het heden en recente verleden, met uitzinnige jurken van Hollandse meesters als Viktor & Rolf en Jan Taminiau.

Hollandse modemeesters, zo had ik van tevoren bedacht, dat is wat ik wil tonen in mijn zaaltje van het pop-upmuseum. Maar niet de meesters die iedereen al kent. De opdracht van DWDD was immers: ga op zoek naar verborgen kunst, naar stukken die onterecht in de vergetelheid zijn geraakt. Objecten die desalniettemin het daglicht prima kunnen verdragen, die eigenlijk ronduit de schijnwerpers verdienen.

Ontwerp van Carl van Gorcum uit 1984-1985. Foto Collectie Centraal Museum, Utrecht
Ontwerp van Carl van Gorcum uit 1990. Foto Collectie Centraal Museum, Utrecht

Is het museaal genoeg?

Ik diep het lijstje uit mijn zak dat ik thuis heb gemaakt. Alle 9.813 stuks uit het modedepot zijn digitaal gefotografeerd, had Ninke vooraf gezegd, en te bekijken via de site van het Centraal Museum.

Vandaar dat ik vast een overzicht had gemaakt van de ontwerpers en merken die een o ja-erlebnis bij mij veroorzaakten.

- Mac & Maggie, hét hippe label van de jaren tachtig

- Marielle Bolier, van de gewaagde badpakken.

- Barbara Farber, kleurrijke kinderkleding.

Bij het zien van de stuks twijfel ik. Zijn de aanwezige jacks en broeken van Mac & Maggie niet te daags voor in een expositie? Werkt het wel, Marielle Bolier-badpakken op een museumpop? Spreekt een uitstalling van kinderkleding wel tot de verbeelding? Is het kunstig en bijzonder genoeg voor mijn zaaltje?

Ik zoek nog even verder.

Ook op mijn lijstje: de bonte jurken, jumpsuits en deux-pièces van de Rotterdammer Carl Gellings, alias Cargelli, groot in de sixties en seventies. Ook interessant: de kleurige outfits van de Utrechtse ontwerper Carl van Gorcom - local fashion hero van de jaren zeventig tot negentig. Ninke diept ze voor me op. Fraaie damesachtige stuks, lekker glamoureus ook, met pailletten en pauwblauw satijn. Dallas en Dynasty in de polder. Maar ook hier twijfel ik: is het museaal genoeg?

Ik bekijk op aanraden van Ninke nog even de dozen van de vergeten Nederlandse jarentachtigmerken Gletcher en Lawina, prachtig gemaakte stuks, maar per label hooguit twee looks, en dat is niet genoeg in aantal om er een zaal mee te vullen, ben ik bang.

Een jurk van Gletcher. Foto Stefanie Gratz
Een jurk van Gletcher. Foto Stefanie Gratz
Schoenen van Lola Pagola. Foto Collectie Centraal Museum, Utrecht; schenking 1998

GILL

Laatste stop: de wand met schoenendozen. Als schoenverslaafde heb ik het lekkerste voor het laatste bewaard. Er is veel, van Jan Jansen tot Viktor & Rolf, maar die zijn, als mensen en als merk, nog alive and kicking. Daarom stort ik me op de ontelbare dozen van het merk Lola Pagola, groot in de jaren tachtig en negentig, maar nu niet meer in zaken.

Ik aai schoenen met veren, ik glimlach om rijglaarsjes met een portret van Beatrix op de enkel, ik verbaas me over de hipheid van sokschoenen met een rubberen voet, precies zoiets als Karl Lagerfeld vorig seizoen voor Chanel bedacht. Een paar slippers met bandjes gemaakt van blonde poppenvlechten draai ik om en op de zool zie ik: '1989 gebruikt bij modeshow GILL voor Lawina'.

1989, het jaar waarin de muur viel, het jaar waarin ik eindexamen deed in Maastricht en Ninke nog op de middelbare school zat in het Noord-Hollandse Bergen, ver van de Amsterdamse modescene. Lawina kennen we, maar van GILL hebben we allebei nog nooit gehoord.

Een kort zoekrondje later blijkt het een collectief van Nederlandse ontwerpers te zijn: GILL is simpelweg een afkorting van Gletcher, Illustrious Imps, Lawina en Lola Pagola.

Al die labels werkten en showden samen, omdat ze elkaar voortdurend tegenkwamen op presentaties en beurzen, en allen eenzelfde focus hadden: het heruitvinden van klassiekers als het mannenpak. Door de krachten te bundelen en overheidssubsidie aan te vragen (en te krijgen) waren ze wegbereiders van Le Cri Néerlandais, het collectief jonge ontwerpers uit midden jaren negentig van wie vooral Viktor & Rolf en Lucas Ossendrijver beroemd werden.

Welbeschouwd is de GILL-groep het begin van de Nederlandse mode as we know it. Maar het gekke is: al werken alle nog levende leden van de groep nog steeds in de mode, en niet in de lulligste banen, de paar leden die nog wel ontwerpen, doen dat in de luwte. Ergens en ooit is de vlam van GILL gedoofd en zijn de ontwerpen depotstukken geworden. Een verborgen hoofdstuk uit de vaderlandse modegeschiedenis.

Tot nu. Als er al stukken zijn die het verdienen het suffe gebouw te verlaten en aan de Amstel te schitteren in Neerlands eerste pop-upmuseum dan zijn het deze outfits wel. Mijn zaaltje wordt een GILL-zaaltje.

U komt toch zeker ook kijken?

Verborgen kunstenaars, pop-upmuseum van DWDD in het Allard Pierson Museum Amsterdam; t/m 25/5.

Schoenen van Lola Pagola. Foto Collectie Centraal Museum, Utrecht
Schoenen van Lola Pagola. Foto Collectie Centraal Museum, Utrecht
Schoenen van Lola Pagola. Foto Collectie Centraal Museum, Utrecht
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.