Nette armoede

De Spaanse fotograaf Virxilio Vieitez fotografeerde halverwege de twintigste eeuw de nette armoede in zijn geboortestreek in Galicië, op een manier die wel iets heeft van 'oral history'....

De foto's van Virxilio Vieitez vertellen het verhaal van een arme streek in een uithoek van Spanje in de jaren 1955-1965. De mensen leefden van de landbouw en van wat de emigranten uit de Nieuwe Wereld naar huis stuurden. Elektriciteit en stromend water ontbraken. Het werk op het land was hard, alles ging nog zoals het al eeuwen was gegaan - met de hand. Het graan werd met de zeis gemaaid, het land bewerkt met een ploeg getrokken door een ossenspan. Met die primitiviteit had Vieitez ook zelf te maken. Vóór er stromend water in zijn dorp kwam, spoelde hij zijn negatieven en afdrukken in de dorpsfontein.

Een echte opleiding heeft hij nooit gehad. Ze hadden het te arm thuis. Ook zijn vader was als emigrant het grote geluk in Amerika gaan zoeken, maar liet zijn gezin in de steek. De jonge Virxilio werd door zijn moeder van school gehaald om de koeien van het dorp te hoeden. Het was een hard leven, een uitzichtloos gevecht tegen de armoede.

Het verhaal speelt zich af in Soutelo de Montes, een dorp in Galicië, verloren in het land tussen Vigo en Santiago de Compostela. Op zijn foto's is er weinig van te zien. Hij richtte zijn camera - gelukkig voor ons - op de mensen. Aan landschapsfoto's had hij niets. Er kwamen geen toeristen naar de streek, daar was die te arm voor, aan wie hij zijn foto's als souvenir zou kunnen verkopen. De mensen om hem heen vormden zijn broodwinning.

Niemand in de buurt bezat een camera. Alleen hij documenteerde hun leven. Bij alle bijzondere gelegenheden - trouwen, een geboorte, de eerste Heilige Communie, een verjaardag, het oogstfeest, een begrafenis - werd de fotograaf opgetrommeld om alles vast te leggen voor later en voor de emigranten overzee. Vieitez deed dat zonder pretentie, simpel, recht voor zijn raap, maar met een grote compassie voor het leven dat ze leidden: dát zie je eraan af. Hij was een van hen. Hij kende hun vreugden en zorgen, hun verlangens en hun berusting.

Meestal verdwijnen zulke foto's. Ze raken verspreid over familiealbums, die met het overlijden van de oudste generatie worden opgeruimd. Met het archief van zo'n anonieme dorpsfotograaf gaat het vaak ook zo. Vieitez is al lang geleden met werken gestopt, iedereen heeft nu een camera en fotografeert zelf. Als door een wonder is zijn negatievenarchief bewaard gebleven. Het Centro de Estudos Fotográficos van de universiteit van Vigo heeft zich erover ontfermd en het ontsloten in een studie die even simpel als zijn fotografie Álbum heet. We kunnen die jaren van worsteling met armoede en verlangen naar een beter bestaan herbeleven in een boek en in een tentoonstelling in het Amsterdamse fotografiecentrum Foam.

Ook Vieitez, in 1930 geboren, trok op zoek naar fortuin de wijde wereld in, hij werd monteur bij een kabelbaan in de Pyreneeën en kwam bij toeval in de fotografie terecht. Hij kon bij een fotograaf in Palamós aan de Catalaanse kust gaan werken en greep die kans met beide handen aan. Hij hield ervan goed gekleed te gaan, als fotograaf kon hij werken in een net pak. 'In mijn vorige baan moest ik me drie keer per dag douchen en dan stonk ik nog naar benzine.'

Hij leerde het werk in de studio en op straat, en completeerde zijn kennis met een schriftelijke cursus. Ze maakten in Palamós, vertelde hij later, zelfs pornografische plaatjes voor het ondeugende Frankrijk. Last hebben ze er nooit van gehad, ze gaven er altijd een paar aan de politie en de Guardia Civil.

Ziekte van zijn moeder riep hem terug naar zijn geboortedorp, hij vestigde zich daar tenslotte als zelfstandig fotograaf. Op zijn scooter trok hij elke dag voor zijn onderwerpen van dorp naar dorp, op zondag naar de nabijgelegen stad Cerdedo om de mensen te fotograferen die uit de kerk kwamen. Hij maakte ook foto's van belangrijke gebeurtenissen voor de plaatselijke krant El Pueblo Gallego, maar zijn specialiteit was het portretteren van zijn streekgenoten.

De emigratie in Galicië bereikte een hoogtepunt in de jaren vijftig en zestig, juist de periode dat hij daar werkte. Vooral uit Terra de Montes vertrokken de gelukzoekers in grote aantallen, meest naar Brazilië, Panama, Venezuela en Mexico. Veel van zijn foto's waren bedoeld om naar familie in Zuid-Amerika te sturen, als teken van leven of als dank voor goede gaven. Hij portretteerde zijn streekgenoten op de hoogtijdagen van hun leven, want vooral daar wilden ze een getuigenis van.

En zo zien we ze, met hun beste kleren aan, keurig gekapt en geschoren, bewust van de ernst en de plechtigheid van het moment, hun uiterste best doen om er goed uit te zien - in een vergeten begrip dat 'nette armoede' heette. Vaak waren de nieuwe kleren die ze droegen uit Amerika opgestuurd en diende de foto als bewijs van dank. Vieitez moest soms de voeten in een beeld weglaten, dan waren de nieuwe kleren er wel, maar was er geen geld meer geweest voor nieuwe schoenen.

En zo zien we de bevolking van een hele landsstreek op een bizarre manier waarheidsgetrouw afgebeeld - alsof het eeuwig zondag is. Slechts een paar keer heeft hij, en dan ook nog in die ijzig bevroren pose waarin hij iedereen neerzette, iets van het echte leven op dit arme platteland laten zien: arbeidsters bij het omspitten van een akker, een gezin bij de ploeg met ossespan, maaiers met hun zeisen, de boer met vrouw en knecht vlak voor het slachten van het varken.

Ze zijn zich bewust van de boodschap die ze met hun beeltenis willen uitdragen. Soms is die heel simpel. Het netjes geklede jongetje met zijn speelgoed-eend en vliegtuigje werd in opdracht van zijn oma gefotografeerd om de ouders in Amerika te laten zien dat er goed voor hem werd gezorgd. De oude vrouw op een stoel, die een radio omarmt naast haar, spreekt haar dankbaarheid uit voor het geld dat ze heeft ontvangen om (kijk maar!) die radio te kopen. Het zijn eenvoudige boodschappen, waar een grote ontroering van uitgaat, omdat ze op die direct gefotografeerde manier zo veelzeggend

zijn.

Je ziet wat meer welstand de streek binnenkomen in de Chevrolets, Buicks en Fords, die de emigranten uit Amerika mee naar huis namen, met de nummerplaten van Panama er nog op. Je vraagt je af wat ze er mee moesten op die onverharde wegen van hun thuisland, maar iedereen wil juist daarmee op de foto: het droombeeld van een wereld die ze alleen van het witte doek kenden.

In het boek wordt Vieitez' werk vergeleken met dat van August Sander, Paul Strand, Richard Avedon en Diana Arbus, maar dat is onzin. Het is hooguit een gelukkig toeval als een enkele keer een beeld van hem, in intentie en compositie, samenvalt met de opvattingen van die grootheden. Het bijzondere van zijn werk is juist dat het van binnenuit kwam en niet van iemand van buiten. In zijn directe betrokkenheid met het leven in Terra de Montes heeft zijn fotografie iets van oral history.

Vieitez fotografeerde zijn streekgenoten op straat of op hun erf, tegen een harmonieuze achtergrond of, als die te rommelig was, voor een wit laken. Soms hadden zijn foto's een droeve boodschap, dat iemand was overleden, en werd zijn foto het bewijs van wat al in brief of telegram was aangekondigd. Die impressies van een dodenwake zijn, merkwaardig genoeg, de enige van zijn foto's waarop iets gebeurt, waar door de stijve pose actie doorbreekt, maar dan wel in de stilte van een gebed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden