Net Oerol, maar dan op Manhattan

De Nederlandse kunst manifesteert zich in New York. Maar het blijft een feestje voor de Nederlanders. ‘Enig, zo’n molen.’..

NEW YORK Ellen ten Damme zingt Nina Hagen. Jeroen Willems rookt een sigaret na zijn voorstelling. Het waait en regent steeds harder. Honderden Nederlanders trekken zich er weinig van aan. Onverstoorbaar drinken zij door Nederlandse barkeepers getapt Heineken bier.

Toch is dit niet Terschelling of Amsterdam, maar Governor’s Island, hemelsbreed minder dan een kilometer van de zuidpunt van Manhattan.

Op het hoofdpodium grapt de deze week onontkoombare staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans dat de Nederlanders terug zijn om New York op te eisen. Bij de opening van het New Island Festival lijkt dit te lukken. De combinatie van Oerol en Parade is een Nederlandse aangelegenheid, met een enkele nieuwsgierige Amerikaan.

De organisatoren herkennen een potentieel probleem. ‘Vertel al je New Yorkse vrienden dat ze hier moeten zijn’, bepleit Joop Mulder van Oerol. ‘This is the place to be.’

Timmermans: ‘Wij beloven jouw verbeelding te stimuleren.’

Het lijkt alsof de complete Nederlandse kunstwereld in New York is neergestreken voor de viering van NY400. Overal in de stad zijn tentoonstellingen, voorstellingen en fora. Van dj Armin van Buuren tot Johannes Vermeer – ‘De Nederlanders vallen New York opnieuw binnen’, schreef Daily News.

In de Aperture Gallery in de galeriewijk Chelsea hangt werk van negentien Nederlandse fotografen die het moderne landschap van Nederland in beeld brengen. Curator Maartje van den Heuvel vertelt tijdens de opening dat het passend is; vierhonderd jaar geleden beleefde de schilderkunst een renaissance waarmee ‘een persistent beeld’ van Nederland werd neergezet. Op dit moment beleeft de Nederlandse fotografie een renaissance.

De titel Nature as Artifice is provocerend, geeft Van den Heuvel toe. De expositie wil ogen openen en aan het denken zetten: ‘Dit is wel de alledaagse realiteit’, waar steeds meer dichtbevolkte landen mee te maken krijgen.

Het is donderdag niet druk bij de opening. Dat kan komen doordat er zoveel tegelijk gaande is: op de zuidpunt van Manhattan is een door Ben van Berkel ontworpen paviljoen gebouwd. Bij de onthulling ervan zei prins Willem-Alexander te denken aan de wieken van een molen of de blaadjes van een bloem.

Intussen zijn drie Nederlands getinte tentoonstellingen te zien in het Stadsmuseum. Ook het Museum of Modern Art doet mee. Iets noordelijker zijn de Nederlanders tot in het Metropolitan Museum doorgedrongen. Daar hangt in een Vermeer-expositie Het Melkmeisje, uitgeleend door het Rijksmuseum .

Meer dan één waarnemer moppert dat een lijn ontbreekt. Dat al die kunst uit Nederland komt, betekent niet dat de ze iets met elkaar te maken heeft. Door de ongestructureerde veelheid gaan de losse initiatieven op in de mega-stad.

Hoogwaardigheidsbekleders betogen dat een nieuw beeld van een cool, innovatief en duurzaam Nederland wordt neergezet. Maar wat doet die clichématige windmolen dan bij Bowling Green? Waarom Vermeer in de Met, vragen sommigen zich af, waarmee jonge kunstenaars worden overschaduwd?

D66-Kamerlid Boris van der Ham (op eigen kosten in New York) is bij de opening van de Vermeer-tentoonstelling. Hij heeft kritiek op de versnippering en had liever een ‘culturele ambassadeur’ gezien, die het heft, los van de overheid, in handen had genomen.

Timmermans krijgt lof van Van der Ham. Maar met 6 miljoen euro aan overheidsgeld had een bekende Nederlander richting aan de manifestaties kunnen geven en ‘iets monumentaals’ kunnen neerzetten.

‘Enig, zo’n molen. Maar waarom niet iets doen met de vrijheid van meningsuiting? Een debat over iets dat hier en in Nederland speelt, met Ayaan Hirsi Ali.’

Door te kiezen, had wellicht voorkomen kunnen worden dat het een feestje van Nederlanders voor Nederlanders werd.

Jeroen Willems vindt ook dat een focus op de avant-garde beter was geweest. Hij heeft net voor een volle tent Orfeo gespeeld. In mooi Engels zong hij Monteverdi, begeleid door een band.

Juist experimentele voorstellingen – ook Halina Reijn en tal van anderen treden op – bieden volgens hem de mogelijkheid om te laten zien dat Nederland meer behelst dan klompen en kaas. Willems hoopt dat Amerikanen komen kijken naar de grensverleggende voorstelling op het eiland.

‘Ik wil niet zeggen dat we een stap voor zijn’, zegt de acteur, die eerder in Los Angeles en New York werkte. ‘Maar ik geloof wel dat ze hier ouderwetser, traditionele theater gewend zijn.’

In het South Street Seaport wordt vandaag een tentoonstelling geopend die nog het dichtst bij de kern van NY400 staat. In het welhaast Amsterdamse pand is het Nationaal Archief neergestreken met een verzameling kaarten, prenten en documenten uit ‘Nieuw Neederlandt’.

Directeur Martin Berendse loopt over van enthousiasme wanneer hij de Schaghenbrief laat zien; het ‘geboortebewijs’ van Nieuw Amsterdam, waarin Pieter Schaghen in 1626 de aankoop van het eiland meldde. Hij hoopt bij Amerikanen een ‘historische sensatie’ teweeg te brengen, citeert hij de historicus Huizinga.

In een ‘intieme sfeer’ geven de afbeeldingen een indruk van de wereld aan het begin van de 17de eeuw, toen Nederland de wereld verkende om handel te kunnen drijven.

Het is stil, koel en donker in het museum. Governor’s Island is vlakbij. Maar het lawaai van de Parade en de drukte van New York voelen ver weg. Wie opgaat in oudste beelden van ‘Manahatta’ kan zich voorstellen wat de pioniers hier aantroffen: een nieuwe wereld aan het water, ver van alle meningen in het volle thuisland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden