Recensie Een vrouw apart. En de stad

Net als schrijven vereist ook de romantische liefde een op koortsdromen lijkend geloof

Beeld Silvia Celiberti

Veel grote fictie wordt volgens de Amerikaanse schrijver Vivian Gornick geschreven vanuit een ‘boosaardige koorts’. Van het feit dat zij zelf nooit in zo’n toestand raakte, schrijft Arnon Grunberg, weet Gornick een tragedie op zich te maken.

J.M. Coetzee velt in een essay een hard oordeel over de romanschrijver Cees Nooteboom en werpt en passant licht op de vraag waarom sommige uitstekende schrijvers er maar niet toe komen goede romans te schrijven: ‘Dit is (...) Nootebooms merkwaardige tegenslag als schrijver, hij is te intelligent, te wereldwijs, te hoffelijk om zichzelf over te geven aan het grootse illusioneren van het realisme, maar te weinig gekweld door dit lot – deze verbanning uit de wereld van de oprechte verbeelding – om het uit te werken tot een tragedie op zichzelf.’

Misschien is dit oordeel te hard, Rituelen is een indrukwekkende roman en over Allerzielen is discussie mogelijk, maar daar gaat het niet om. Coetzee legt de vinger op de wond, de romanschrijver moet met overgave in zijn eigen schepping kunnen geloven en wereldwijsheid en hoffelijkheid zijn de vijanden van dat geloof, dat zoals elk geloof kinderlijke en magische kanten heeft.

Begrippen als autofictie en metafictie – wat mij betreft betrekkelijk onzinnige begrippen; iets is fictie of non-fictie – zijn doekjes voor het bloeden, ze moeten de verbanning uit de wereld van de oprechte verbeelding verzachten of verbloemen.

In een essay uit 2008 velt de Amerikaanse schrijver Vivian Gornick (1935) harde oordelen over Saul Bellow en Philip Roth, vader en zoon volgens Gornick en legt tussendoor uit welke gevaren de romanschrijver nog meer bedreigen. (Schrijvers zijn net als politici mensen die er genoegen in scheppen harde oordelen over elkaar te vellen, maar soms doen ze dat in naam van de hoffelijkheid of de lafheid alleen in het café.)

Gornick beschrijft het werk en de taal van deze Joods-Amerikaanse schrijvers, met name dat van Bellow, als een boosaardige koorts (angry fever). Ik vind dat een mooie vondst, fictie als een koortsdroom ingebed in het door de werkelijkheid veroorzaakte lijden, wat Coetzee ‘het grootse illusioneren van het realisme’ noemt.

Stralend gif

Maar fijntjes legt Gornick de gevaren van die koortsdroom uit. Het stralend gif, zoals zij het noemt, dat misschien wel een bestanddeel is van alle grote fictie, kan zich ook tegen de dromer keren. In de tweede helft van de 20ste eeuw veranderde de positie van Joden in Amerika, ze waren niet langer gemarginaliseerd, althans niet zoals voorheen, en de woede waarmee Bellow en Roth aan hun onderneming waren begonnen – die woede is uiteraard de grote aanjager van de koortsdroom van de fictie – veranderde in een al te particuliere rancune, die in hun geval veelal de vorm aannam van vrouwenhaat, aldus Gornick.

Na lezing van haar licht verslavende collectie aantekeningen en mini-essays, verschenen onder de ietwat ongelukkige titel Een vrouw apart. En de stad (The Odd Woman and the City) vroeg ik me af waarom Gornick geen fictie heeft geschreven.

In het begin van dit boek, dat ook ‘Licht boosaardige aantekeningen van een New Yorkse flaneur’ had kunnen heten, schrijft Gornick: ‘Leonard en ik vinden elkaar in een verongelijkte grondhouding. Het intense gevoel geboren te zijn in een bij voorbaat ongelijke positie woedt hevig in ons. Ons thema is het ongeleefde leven.’

Het ongeleefde leven; als dat geen materiaal is voor een roman of twee, drie. Maar die verongelijktheid die zij herkende in Roth en Bellow, en waarvan ze aanvoelde dat die hun boeken heeft doen schitteren maar die hun schrijverschap ook enorme schade heeft toegebracht, lijkt bij haar een nooteboomiaanse aandoening waardoor ze is afgesneden van ‘het grootse illusioneren’, al kan ze het wel bij anderen herkennen en er indringend over schrijven.

Ik wil geen recensent zijn die zich beklaagt dat een bundel met prachtige aforismen en mini-essays geen roman is – ik wil überhaupt geen recensent zijn, het is namelijk moeilijk te recenseren zonder veel te klagen – ik probeer te begrijpen waar die verongelijkte grondhouding vandaan komt, ook nadat Gornick enig succes heeft gehad als essayist en schrijver van memoires.

Het afgesneden zijn van de fictie blijkt niet alleen om de romankunst te gaan, ze diagnosticeert zichzelf uitmuntend: ‘De romantische liefde kwelde mijn ziel, was een zeurende pijn in mijn botten, zat zo diep verankerd in de aard van mijn geest, dat het pijn deed aan mijn ogen om de invloed ervan recht in het gezicht te zien. De rest van mijn leven zou het een bron van pijn en innerlijke strijd blijven. Ik prijs mijn geharde hart – ik heb het al die jaren geprezen – maar het verlies van de romantische liefde kan er nog steeds aan knagen.’

Ook de romantische liefde vereist een op koortsdromen lijkend geloof waarvan je je voor altijd kunt ontdoen.

Groot talent

Het is Gornicks kracht en grote talent dat zij van dit gemis een tragedie op zichzelf weet te maken. Dit boek kan worden gelezen als een verzameling samenvattingen van nooit geschreven romans en als gezegd, mini-essays. Een enkele keer doet zij denken aan Simon Carmiggelt op een van zijn mindere dagen en dan in New York, maar meestal, en vooral ook dankzij haar stem, weet ze bij de lezer binnen te dringen als, ja als schitterend gif. ‘Eenzaamheid blijkt een hardnekkige verslaving’, schrijft ze.

Een van mijn favoriete passages gaat over de musical Gypsy, door Gornick samengevat als ‘het verhaal van een beroemde stripper en haar nietsontziende moeder.’

Die moeder zegt tegen haar dochter dat ze de mannen alles moet beloven, maar niets moet geven. En die dochter, een schaakspeler op niveau, zegt tegen die mannen dat ze volgens haar moeder niets moet geven, maar alles moet beloven. Om vervolgens te zingen: ‘Maar ik zal jullie alles geven. Jullie hoeven er alleen maar om te smeken.’

Nu ik dit opschrijf komt het me voor dat Gornick in deze stripper en haar moeder ook een metafoor ziet voor de romanschrijver. Alles beloven, niets geven, of een beetje geven.

Het is een spel waar je zin in moet hebben, je moet uit een bepaald hout zijn gesneden om het te kunnen spelen, zonder zelfwalging en zelfhaat gaat het niet, denk ik. Schitterend gif, maar wel gif.

Gornick schrijft geen romans, ze belooft niets en geeft alles.

Vivian Gornick: Een vrouw apart. En de stad

Nijgh & van Ditmar: 208 pagina's; € 20,- 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden