Neruda in de tuin, hoogst interessant

Ze stellen woon- of werkruimte, copieuze maaltijden en natuurlijk ook geld ter beschikking aan kunstenaars, schrijvers en dichters. De mecenas bestaat nog steeds....

SCHITTEREND huis, prachtige tuin, fonkelblauw zwembad, en een dakterras met

- nogal bijzonder - een bloeiende kiwiboom: 'Drieënveertig kilo plukten we er vorig jaar van. Alleen de bladeren stinken, ruikt u maar eens.'

Och, er zijn kwalijker odeurs. De geur van de kiwiboombladeren is één van de zeldzame smetten die een muggenzifter kan aanmerken op de tuin van Ludo Pieters (78) in Rhoon. Een lusthof onder de rook van Rotterdam, op vijfhonderd meter van het foeilelijke havengebied waar Pieters een groot deel van zijn werkzame leven heeft doorgebracht.

'Mijn huis - het lijkt groot, maar is slechts 700 kubieke meter - en tuin zijn onbetaalbaar geworden', erkent hij, 'maar toen ik deze grond kocht, vijftig jaar geleden, was alles hier nog weiland. Vijftig cent per vierkante meter kostte het me.

'Mijn vader had een rederij, expeditiebedrijf, stuwadoorsbedrijf en cargadoorsbedrijf. In 1947 ben ik daar in gekomen. Eerst had mijn jongere broer verklaard dat hij beelhouwer wilde worden. Paniek bij mijn vader. Die wilde dat zijn bedrijf werd voortgezet.

'Ik had weliswaar twee dichtbundels geschreven, maar zag in dat ik onvoldoende talent bezat om van de poëzie ooit te kunnen bestaan. Eigenlijk was ik van plan geweest om in de Buitenlandse Dienst te treden. Als je zo'n hele bezettingstijd achter de rug hebt waarin je ondergedoken hebt gezeten, wil je er uit. Ik was in Leiden gepromoveerd als jurist op een proefschrift over internationale sancties. Na lang aarzelen ben ik door de bocht gegaan.'

Dus zette Pieters het familiebedrijf met zijn neven voort, om na 1969 ook bij grotere firma's te werken. Hij heeft nooit spijt gehad van zijn beslissing, die hem de mogelijkheid bood om jarenlang de gehele wereld te bereizen.

Intussen uitte zich zijn artistieke belangstelling in het geven van tijdelijk onderdak aan schrijvers en beeldhouwers die hij aardig vond, in het spaarzaam kopen van kunst (een litho van Kandinsky, of een beeld van de Engelse Barbara Hepworth waar hij zich rustig naast laat fotograferen, want hij ziet inbrekers nog geen 150 kilo brons uit de tuin wegslepen), en in het zitting nemen in diverse besturen en stichtingen: de Rotterdamse Kunststichting, het Kröller-Müller Museum, het Museum Boijmans Van Beuningen.

Vraag hem niet waar die interesse vandaan komt. Pieters: 'Mijn moeder was een bijzondere vrouw, heel lief, maar van kunst had ze niet veel verstand. En mijn vader was een echte oude liberaal die na gedane arbeid zijn borrel dronk op de Koninklijke Roei- en Zeilvereeniging De Maas, daarna thuiskwam, op zijn stoel zakte, een sigaret rookte en wegdoezelde. Nee, van hen kan ik het niet hebben, en van leraren of medeleerlingen evenmin. Het is iets uit mijzelf.'

Pieters is een van de initiatiefnemers geweest van het Rotterdamse festival Poetry International. Jarenlang nodigde hij voorafgaand aan de opening een tachtigtal dichters uit in Rhoon langs te komen: 'Vreselijk interessant is dat geweest. We hebben Pablo Neruda en Robert Lowell hier in de tuin gehad. Derek Walcott, ook hoogst interessant.'

In letterkundige kring is Pieters ook bekend doordat hij vanaf 1962 aan Gerard Reve geregeld onderdak verleende. De armlastige auteur ging gretig op het aanbod in, en bleef lang bevriend met het echtpaar Pieters, zoals is af te lezen aan Reve's Brieven aan Ludo P. 1962-1980 (1986) en onder meer de beroemde 'Brief uit Schrijversland' in Op Weg Naar Het Einde (1963), waarin Pieters wordt opgevoerd als de 'Beschermer Q.'.

Maar dat waren andere tijden: 'Ik heb geen contact meer met Reve, want we hebben slaande ruzie gekregen, vooral omdat ik PvdA stem en hij socialisten en communisten haat. Een onmogelijk mens. Reve gebruikt je zolang hij kan en dankt je dan af. Na mij heeft hij zich vastgeklampt aan Bram Peper, zijn nieuwe Beschermer die hem meteen tot Commandeur in de Orde van de Nederlandsche Leeuw heeft laten onderscheiden. Een sociaal-democraat, maar dan eentje die Reve kon gebruiken. Ik vind dat, zacht gezegd, merkwaardig.

'Maar goed, ik heb wel aan dat idee vastgehouden van iemand in de gelegenheid stellen in Nederland te komen werken. Het zogeheten Ludo Pieters Gastschrijversfonds is ondergebracht bij het Prins Bernhard Fonds. In 1989 is dat begonnen, toen kwam de dichter Duo Duo hier bij Poetry International. Een zielige Chinees. Twee jaar later had ik geld bijeen, om hem een jaar lang gastschrijver te laten zijn aan de Universiteit van Leiden. Sindsdien hebben we dat gecontinueerd bij het Prins Bernhard Fonds, wat wil zeggen dat er jaarlijks zo'n 45 duizend gulden beschikbaar is. Nederlandse universiteiten hebben dat geld niet. Na Duo Duo zijn Bei Dao, Jack Mapanje, Nasim Khaksar en Dubravka Ugresic geweest.

'Ik geef mijn geld liever daar aan uit dan aan een liefdadigheidsinstelling. Er zijn er zo veel, en ik heb het als bestuurslid van andere fondsen altijd jammer gevonden dat er soms 40 procent naar de organisatie zelf gaat. Het Ludo Pietersfonds wordt beheerd door het Prins Bernhard Fonds, en daar blijft niks aan de strijkstok hangen.'

Sinds hij een jaar of zeven echt met pensioen is, heeft hij weer tijd om te schrijven. Bij Meulenhoff verscheen in 1994, bijna vijftig jaar na zijn dichtbundels, de verhalenbundel Het tweede Baltische eskader en de roman De Argonauten, waarvoor hij putte uit zijn rijke ervaring. In eigen beheer gaf hij in 1996 de essaybundel Vierspan uit, met informatieve stukken over vier onderwerpen die hem boeien: de schrijvers André Gide en Ezra Pound, de beeldhouwster Barbara Hepworth en de Republiek Venetië. Hij is weer bezig met een roman over Venetië, getiteld Serenissima.

'Daar komt een stuk in over mijn Rotterdamse ervaringen met cao-onderhandelingen. Ik denk dat er nog geen Nederlandse roman bestaat waarin CAO-onderhandelingen ter sprake komen. Je hebt alleen De vergaderzaal waarin A. Alberts de ambtenarencultuur zo verdomd juist op de hak neemt. Ik hoef geen frustraties te botvieren, ik maak me er gewoon vrolijk over.

'Ze zeggen van me dat ik een havenbaron en een mecenas ben. Verder ben ik als schrijver een goeie dilettant. Ik vind dilettant trouwens geen scheldwoord. Het wil zeggen dat je vrij bent, niet gebonden.

'Reve heeft me ooit gezegd: ''Door mij kom jij nog als voetnoot in de encyclopie.'' Ik vind dat nog steeds een grappige uitspraak, maar ik hoop dat ik toch niet alleen dáárom in de encyclopie kom.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.