Nergens is de Wolga zo breed

Overal wilden ze hem maken: 'Enemy at the gates', de nieuwe reuzenproductie van Jean-Jacques Annaud. De Franse regisseur zwichtte uiteindelijk voor filmstudio Babelsberg bij Berlijn....

HET Stalin-beeld is in het vuur van het gevecht van zijn sokkel gevallen. Het gigantische hoofd ligt in de modder, tussen de lijken van soldaten, uitgebrande auto- en tramwrakken en een dood paard. Op de muren van het warenhuis staan Russische leuzen: 'Wij zullen overwinnen!', 'Wij verpletteren de misdadige Hitler-bendes!', 'Schiet elke fascist dood die je ziet!'. Aan de overkant van het plein zijn de trappen van het geblakerde Gorki-theater. Op een afgescheurd affiche valt nog te lezen dat in het theater op 13 en 14 september 1942 een uitvoering heeft plaatsgehad van de zevende symfonie van Sjostakovitsj.

Het Stalin-hoofd is van piepschuim. Het is deel van een indrukwekkend decor, gebouwd voor de nieuwe Stalin grad-film van Jean-Jacques Annaud, Enemy at the Gates. De film, die volgend jaar uitkomt, vertelt het waar gebeurde verhaal van de boerenzoon Vasili (Jude Law), een Russische sluipschutter die door de sovjet-propaganda wordt uitvergroot tot held van Stalingrad. Met zijn vriend en 'ontdekker', politiek officier Danilov (Joseph Fiennes), strijdt hij om de liefde van een Russische soldate (Rachel Weisz).

De Franse regisseur Annaud maakte eerder naam met mega-producties als The Name of the Rose en Seven years in Tibet. Nu filmt hij in Duitsland. In alle landen van Oost-Europa heeft Annaud naar een productieplaats gezocht. Overal wilden ze deze reuzenopdracht binnenhalen. De regisseur was gecharmeerd van Roemenië. Uiteindelijk zwichtte hij voor het aanbod van de Babelsberg-filmstudio's bij Berlijn. Tot hun grote verbazing en genoegen hebben de Duitsers, die op filmgebied een provinciaal bestaan leidden, opeens een van de duurste producties in de Europese filmgeschiedenis aangetrokken.

'Red Square', zoals de crew dit decor noemt, is opgebouwd in het vroegere hoofdkwartier van de sovjet-tankregimenten in Oost-Duitsland, even buiten Potsdam. De sterren op het roestige hek en het met gras overwoekerde paradeplein getuigen daar nog van.

'Hier hebben we Westerse efficiëntie, maar toch de geest van het oosten', zegt Jean-Jacques Annaud, een goed gehumeurde man met grijze krullen. Op zijn bergschoenen beweegt hij zich kwiek door de modder van de tweede set: een oude DDR-chemiefabriek aan de andere kant van Berlijn, in Rüdersdorf. Hier vechten Vasili en zijn Duitse tegenspeler, de scherpschutter majoor Konig, hun beslissende duel uit. De decorbouwers hebben een hal gevuld met kunststoffen steenbrokken en spandoeken met propagandateksten als 'Meer kanonnen voor het moederland'.

Annaud: 'Deze fabriek is een vondst. Hij is nog helemaal gebouwd naar sovjet-model.' Dat vindt hij zo bijzonder aan Berlijn: het is een comfortabele productiebasis, met er omheen een schat aan levensecht communistisch verleden. 'Ik vind hier geweldige rekwisieten, die je bijvoorbeeld in Frankrijk nooit zou vinden. En de gezichten van de figuranten zijn prachtig, die krijg je zo niet in Los Angeles.'

Voor de Rode Leger-soldaten konden de producenten putten uit de omvangrijke Russische immigrantengemeenschap in Berlijn. Annaud koos er persoonlijk tweehonderd uit van de duizend die in de gevechtsscènes spelen. 'Dat is nog een voordeel van deze locatie', zegt hij met pretoogjes. 'Die Russen brengen hun eigen atmosfeer in de film. Ze maken muziek op de set.'

Maar de doorslag gaf de Wolga. Annaud vloog per helikopter over alle rivieren van Europa, 'maar nergens waren die zo breed als de Wolga bij Stalingrad.' Rainer Schaper, eerder decorontwerper van Annaud en nu een van de twee zakelijk leiders van Babelsberg, kwam met de oplossing: een ondergelopen bruinkoolmijn bij Cottbus. Het door de DDR-kolenwinning verwoeste landschap kan zo doorgaan voor de Zuid-Russische steppe, de oevers van de open mijn zijn zo steil als die van de Wolga. Een deel van de haven van Stalingrad is nagebouwd, de boten werden op aanhangers naar de mijn gereden.

Daar filmt Annaud de komende weken hoe de Duitsers uit Stalingrad proberen te vluchten, het keerpunt van de Tweede Wereldoorlog. Hij houdt van weidse shots en het moet er echt uit zien. Het veertiende-eeuwse klooster uit The Name of the Rose bouwde hij na in de Italiaanse heuvels; voor Seven years in Tibet vond hij locaties in de Andes. 'Ik ben waarschijnlijk megalomaan. Als ik een script schrijf, wil ik kunnen dromen. Bij de uitwerking doe ik zo min mogelijk concessies. Ik wil zelf onder de indruk raken. En als ik dat wil, wil het publiek het ook.'

Als 'overtuigd Europeaan' vindt Annaud het belangrijk dat 'Europa buiten Londen een plaats heeft als Berlijn, waar grote films gemaakt kunnen worden'. Hij hoopt met zijn Stalingrad-project aan de Europese ambities bij te dragen. 'In Cinecitta, waar ik een deel van The Name of the Rose filmde, worden alleen nog televisieseries gemaakt. Dat vind ik jammer.'

Toch dreigde dat ook het lot te worden van Babelsberg, de roemruchte Duitse filmstudio bij Berlijn. 'The studio where Fritz Lang shot Metropolis and Marlene Dietrich crossed her lovely legs', prijst een groot reclamebord op het studioterrein aan. Hier straalde de ster van de stomme film, Asta Nielsen. Daarna werd er de eerste geluidsfilmstudio in Europa gebouwd. De straten op het terrein dragen de namen van de legenden die hier in de Ufa-filmstudio's werkten: G.W. Pabst, Josef von Sternberg, Ernst Lubitsch.

'Dit is de geboorteplaats van de film. Dat gebruiken wij voor onze merknaam', zegt zakelijk leider Rainer Schaper. 'Maar deze tijd stelt heel andere eisen. We moeten aan internationale maatstaven voldoen. Marlene Dietrich die haar benen elegant over elkaar slaat, helpt ons heden ten dage weinig.' Schaper klinkt nuchter. Dat weerspiegelt de teleurstellende ervaringen van het afgelopen decennium.

Onder leiding van regisseur Volker Schlöndorff zou in Babelsberg, in het herenigde Duitsland, de Europese film zijn Hollywood krijgen. Na de glorietijd van de UfA werden er in de jaren dertig vooral nazi-propagandafilms gemaakt. En na de oorlog werd Babelsberg de thuisbasis voor de DDR-filmproductiemaatschappij DEFA, die brave staatsfilms maakte. Het Franse bedrijf dat nu Vivendi heet kocht de bouwvallige studio in 1992, vlak na de Wende. Driekwart van het personeel moest verdwijnen. Het complex werd omgedoopt in 'Medienstadt Babelsberg'. Maar ondanks de ambities lukte het niet om er grote films te produceren. Schlöndorff vertrok enkele jaren later onverrichter zake.

Nog steeds lopen de zaken moeizaam. De reusachtige Marlene Dietrich-hal, waar de diva eens 'Ich bin von Kopf bis Fuß...' zong bij de opnames van Der Blaue Engel, is in drieën gedeeld. In de linkervleugel wordt de doktersserie Klinikum Berlin-Mitte opgenomen. De televisieproducties, legt Schaper uit, zijn het 'brood en boter' van Babelsberg: talkshows als Vera am Mittag en soap-series als Gute Zeiten, Schlechte Zeiten trekken ook veel toeristen. Een treintje dat over het terrein rijdt, zit vol met fans in de puberleeftijd. De bezoekers krijgen, geheel volgens Amerikaans recept, decors en echte filmstunts te zien.

In de rechtervleugel bouwen de ervaren DDR-decorbouwers voor IBM aan een 'toren van Babel', een van de attracties op de Expo 2000 in Hannover. Want Babelsberg moet ook geld verdienen met de bouw van tentoonstellingen. Schaper verwacht dat de studio pas over twee jaar uit de rode cijfers zal zijn.

Het middenstuk van de Marlene Dietrich-hal is voor Enemy at the Gates. Schaper, die altijd een filmwaardige studio wilde behouden, is er dolblij mee: 'Zoiets overkomt je eens in de tien jaar'. In de hal wordt het interieur nagebouwd van het warenhuis, waarvan op 'red square', twintig kilometer verderop, de geblakerde buitenkant staat. Opvallend echt lijken de reliefs van Stalin temidden van vrolijke boeren en arbeiders. Weer een voordeel van Berlijns communistische verleden: alle socialistisch-realistische sculptuur, hier en op de grote set, is gemaakt door de beeldhouwende familie Niesler, twee broers en een zus van begin dertig, die opgroeiden in Oost-Duitsland en nu een decorbedrijf in Berlijn hebben. 'Als oude Oost-burgers hebben we het in ons', zegt Anja Niesler. 'Het was onze jeugd. Het soort beeldhouwwerk kwam ons allemaal zeer vertrouwd voor.' Zij en haar broers hebben er smakelijk bij moeten lachen.

Als bouwer van het Name of the Rose-klooster en daardoor goede bekende van regisseur Annaud, is Rainer Schaper persoonlijk verantwoordelijk voor het binnenhalen van Enemy at the Gates. Schaper hoopt dat andere grote internationale projecten zullen volgen. 'Deze film genereert veel publiciteit voor Babelsberg. Het maakt de studio internationaal verkoopbaar, het is onze brug naar Los Angeles.'

De laatste jaren worden steeds meer Duitse bioscoopfilms in Babelsberg gedraaid, zoals de grote kaskraker van afgelopen herfst, Sonnenallee. Het bekende decor van vervallen Oost-Berlijnse huizen en de Muur is een vast onderdeel van Babelsberg geworden, de 'Berliner Straße'. Met kleine aanpassingen kan het steeds voor andere producties worden gebruikt, zoals op dit moment voor de Koude Oorlog-vluchtfilm Der Tunnel. Op en rond het Babelsberg-terrein zijn inmiddels 140 verschillende film-firma's gevestigd en wordt een filmacademie gebouwd. Schaper prijst zijn studio aan als 'one stop shop', waar een film van begin tot eind kan worden gemaakt.

Er is een ultramodern mengpaneel voor geluidsproductie, het grootste in Europa, maar er zijn ook hallen vol met rekwisieten uit de DDR-tijd. Op de uitgestrekte kostuumafdeling hangen de SS-uniformen tegenover de joods-orthodoxe kleren. De oude opzichter kent de insignes van elk leger ter wereld van buiten. Toch maakt een topproductie als Enemy at the gates amper gebruik van deze faciliteiten. Volgens een medewerkster aan de film is Babelsberg met veel personeel in vaste dienst bijna een anachronisme in de flexibele filmwereld, waar vrijwel iedereen op projectbasis werkt. 'Qua handwerk kan de studio zich meten met de Amerikanen, maar qua organisatie loopt Babelsberg twintig jaar achter', schat ze. 'Voor ze echt grote films zelf kunnen produceren, moeten ze eerst hun huiswerk maken.'

Jean-Jacques Annaud looft desondanks de faciliteiten van Babelsberg, op het Europese vasteland een van de grootste filmstudio's. Hij is dik tevreden over de Duitsers, die hij 'betrouwbaar' vindt en 'aangenaam om mee te werken'. 'Er heerst een groot enthousiasme. De leden van de crew willen graag laten zien dat ze technici van wereldklasse zijn.' De Duitsers gaan probleemloos op in het internationale allegaartje van dialoog-trainers, editors en geluidsmensen, dat vandaag in Rudersdorf werkt aan een kleine scène tussen de Duitse sluipschutter en een 14-jarige Russische informant. Terwijl de moeder van het Engelse kindsterretje geduldig zit te wachten, gaat scène 171-3 vier keer over.

Dan is regisseur Annaud tevreden. 'Het is een zware film', zegt hij naast een straalkacheltje op de set. 'We hebben het allemaal koud, de acteurs moeten in de modder kruipen, de sets zijn bewerkelijk.' Op het fabrieksterrein rijden de hele dag vrachtwagens en bulldozers heen en weer om de decors te verbouwen. Ze worden bewaakt als communistische staatsgeheimen, fotograferen is streng verboden. Alleen een figurant heeft kans gezien stiekem een plaatje te maken.

De omvang van de productie is enorm. Zelfs op een rustige dag als deze kookt de catering voor 260 mensen. Het is waarschijnlijk voor het eerst dat in de bedrijfskantine van deze DDR-fabriek zo goed wordt gegeten. Een man in SS-uniform neemt nog een tweede portie tiramisu.

Voor de Amerikaanse financiers, die het grootste deel van de 90 miljoen dollar investeerden, was Duitsland veiliger dan de landen verder naar het oosten. Bij Mosfilm in Moskou werd Annaud eenvoudig opgelicht door de Russische directeurs. 'Ze hadden niet eens de illusie dat we echt zouden komen filmen en dachten: snel, we moeten ze bestelen voor ze weg zijn.'

Ook al is Enemy at the gates gefinancierd door Hollywood, 'het is geen Hollywood-film', benadrukt Annaud. 'Geen eenvoudige oorlogsfilm of liefdesgeschiedenis, maar een verhaal van 'bijbelse of Shakespeareaanse' proporties'. Het filmen in Oost-Europa hoort bij de 'Europese ziel' die hij in zijn werk nastreeft. Niet dat Annaud zich aansluit bij de Franse kruistocht tegen Hollywood: 'In plaats van tegen de Amerikanen te vechten, moet je hun wapens gebruiken, en films maken die de kijker grijpen en spectaculair zijn. Daaraan kan ik als Fransman dan een Europees gevoel voor geschiedenis toevoegen en een Europees gevoel voor stijl.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden