Review

Neo Rauch doet nostalgisch verlangen naar een tijd waarin alles oké was

Kunst - Neo Rauch (Museum De Fundatie in Zwolle)

Neo Rauchs werk ademt vooral nostalgie, het verlangen naar een tijd waarin alles nog oké was, een idylle geschilderd in de bekende Oost-Duitse kleuren. Rauch penseelt de ontregelde wereld met trefzekere toets en raffinement op het doek.

Neo Rauch, Der Former, 2016, olieverf op doek.

Zouden er cultuurkleuren bestaan? Pigmenten die je direct doen denken aan een kunststroming uit een bepaald land? Zoals Marcel Proust meteen aan zijn tante Léonie in Combray dacht bij het eten van een madeleinecakeje, gedrenkt in lindebloesemthee.

Jazeker.

Roze en lichtblauw? Russisch impressionisme. Dik geel en zwartbruin? Spanje en Midden-Italië. Veel frisgroen en oranjerood? Engelse landschappen. Kraplakrood, citroengeel en smaragdgroen? Leipzig en omstreken. Je herkent het meteen.

Hoe vanzelfsprekend dat is, geen idee. Misschien komen de grondstoffen voor dit soort schilderijen daar vandaan, vermalen aarde en vruchten. Ook mogelijk: kleurassociaties zijn veelal cultureel bepaald en hebben te maken met gewenning. Dat een gevierd schilder Max Beckmann ze in zijn honderden schilderijen gebruikte, zal zeker een rol hebben gespeeld. En ja, Beckmann kwam uit Leipzig.

Net als Neo Rauch. De schilder, in 1960 geboren, driekwart eeuw na Beckmann, heeft nu een overzichtstentoonstelling met maar liefst 65 schilderijen in Museum De Fundatie in Zwolle. En meteen als je je hoofd om de hoek van willekeurig welke zaal steekt, blaast een Leipziger wind in je gezicht. Door die typische kleuren.

Rauchs wereldbeeld

Maar natuurlijk niet alleen daardoor. Op de grootformaat canvassen krioelt het van van alles wat je aan die streek doet denken: de mutsvormige puntdaken, het glooiende landschap, de donkere somberte van een streek aan de rand van het geciviliseerde Europa, waarvandaan je als je even doorwandelt zo in Vladivostok uitkomt.

Er kleeft een rijke geschiedenis aan het gebied rond Leipzig, zowat op de grens van Saksen en Thüringen. Land van het veelbelovende classicisme in de 18de eeuw, van oude idealen, bakermat van grote filosofen, beroemde componisten en hoogculturele schrijvers met klinkende namen als Goethe, Mendelssohn en Bach.

Het speelt allemaal een rol in Rauchs soms wat defaitistisch wereldbeeld. Want ja, dit deel van Duitsland mag een rijk verleden hebben gehad, het maakte ook ruim veertig jaar lang deel uit van het communistische Oostblok, kende twee wereldoorlogen, vormde de bakermat van een mislukt democratisch experiment in Weimar en zucht nu zwaar onder de herwonnen 'vrijheid' van het neoliberalisme.

Die streek dus.

Het is niet vergezocht om veel daarvan in Rauchs werk te herkennen. Een tijdsbeeld dat je als een optelsom van alle verschillende perioden kunt zien: van de 18de eeuw tot nu. Van de oude gemeenschapszin en ondernemerslust tot aan de verwarring bij de opkomst van nieuwe tijden. Een agrarische maatschappij waarin de eerste technologische vernieuwingen te zien zijn. Van oude dophoedjes en pandjesjassen, gymnasiumpetten en bakkebaarden tot vreemdsoortige uitvindingen, genetisch gemodificeerde dieren en architectonische nieuwlichterij. Een ontregelde wereld, die Rauch met trefzekere toets en raffinement op het doek heeft gepenseeld, met een klassieke schilder- en tekentechniek die zo kenmerkend is voor de Leipziger Hochschule für Grafik und Buchkunst, waar Rauch eerst student en daarna jarenlang hoogleraar was.

Van optimisme naar ontbinding

Het overzicht in Zwolle zit door de strikte chronologie misschien wat zoutloos en conventioneel in zijn vel, maar het totaalbeeld wordt daardoor wel duidelijk: dit is een oeuvre dat begint met een optimistisch jargon, ontleend aan stripverhalen en reclameplaatjes, en (voorlopig) eindigt met beeltenissen van een maatschappij die in ontbinding is.

Rauch heeft zich - net als die andere zogenaamd 'neutrale' schilder uit het voormalige Oostblok, Gerhard Richter - nooit willen bezondigen aan 'reflectorische en politieke doelstellingen van welke aard ook'. En toch: tel de klassieke schilderstijl op bij alle dophoedjes en puntdaken en er ontstaat een beeld dat maar met één woord kan worden samengevat: n-o-s-t-a-l-g-i-e.

Een verlangen naar een tijd waarin alles nog oké was, waarin mannen een pijpje rookten, vrouwen de afwas deden, herders op hun jachthoorn bliezen en de gekleurde medemens in het buitenland woonde, ver achter de horizon, in elk geval buiten de schilderijenlijst. Een idylle, kortom, voor zover het ooit een idylle is geweest, opgebouwd uit de kleuren kraplakrood, citroengeel en smaragdgroen.

Dat Brad Pitt een miljoen neertelde voor een Rauch deed diens werk bepaald geen kwaad.

Een kunstenaar uit het voormalige Oost-Duitsland en ook nog succes hebben, je vraagt je af hoe dat toch kan. Op voorhand was het nauwelijks voor te stellen, maar Neo Rauch (Leipzig, 1960) kreeg al snel na de val van de Muur succes. Op een onvoorspelbare manier brak hij in de jaren negentig door, mede door het enthousiasme van galeriehouder Gerd Harry Lybke van Eigen + Art.

Vooral in de Verenigde Staten is Rauchs werk een succes (en een goede investering), dankzij exposities in de David Zwirner Gallery en het Metropolitan Museum in New York. Hij werd uitgeroepen tot 'de belangrijkste Duitse schilder van dit moment', en, oh ja, toen telde Brad Pitt een miljoen dollar neer voor een van Rauchs schilderijen en plots wilde iedereen iets van hem kopen. In Nederland kreeg de schilder bekendheid als winnaar van de Vincent van Gogh Award in 2002, met een solotentoonstelling in het Bonnefantenmuseum in Maastricht.