Nelly Verschuur is geen Billie Holiday

NU HET ZO goed gaat met de Nederlandse jazz wordt ook de belangstelling voor het verleden aangewakkerd. Er zijn diverse naslagwerken in de maak, en Universal Music brengt in één klap elf cd's uit met historisch materiaal, waarvan tien in een box maar ook los verkrijgbaar, en een elfde als...

Hoe blij moeten we hiermee zijn? Bij het ontbreken van serieuze re-issue-programma's is elk initiatief natuurlijk welkom. En er is, naast vermakelijke curiosa, een hoop leuke muziek te horen. Maar er moet ook een voorbehoud worden gemaakt.

Tot de jaren zestig hadden Nederlandse jazzmuzikanten als doel het zo dicht mogelijk benaderen van de Amerikaanse voorbeelden. Samensteller Cees Schrama gaat nog altijd van die stijlopvatting uit, wat betekent dat typisch Nederlandse jazz vrijwel ontbreekt in deze collectie.

De meest opvallende omissie is Misha Mengelberg, die als geen ander vorm heeft gegeven aan een vaderlandse variant van de overzeese muziek. Andere groten van zijn generatie zijn ook nauwelijks vertegenwoordigd: Willem Breuker krijgt één stuk, en Han Bennink is alleen te horen met een dixieland-orkestje, de Storktown Dixie Kids.

Voor de puur Hollandse jazz, die klanken en procédés ontleent aan hedendaags gecomponeerd repertoire, volks- en theatermuziek, met een eigen toon en humor, was kennelijk geen plaats. Ook niet voor de nazaten van Mengelberg, markante individuen als Ernst Reijseger, Eric Boeren, Wolter Wierbos en Michiel Braam.

Laten we het erop houden dat die snel hun eigen overzichtsdoos moeten krijgen, en de blik richten op wat Dutch Jazz Masters wél te bieden heeft. Want er zijn toch ook solisten geweest die een heel eigen geluid hebben ontwikkeld in het Amerikaanse idioom.

Dat geldt vooral voor Rita Reys, die met haar superieure timing, van diep begrip voor de song getuigende frasering en hartstochtelijke muzikaliteit ver uitsteekt boven alle andere vocalisten in deze reeks. Zij kreeg terecht een hele cd toegewezen.

Net als Louis van Dijk, die zich van zijn meest jazzy kant laat horen, al is hij met zijn klassiekerige krullentrekkerij niet zo warm en welsprekend als Pim Jacobs, die zo'n eigen disc meer had verdiend.

Behalve The Ramblers (vooral historisch interessant) mag ook The Dutch Swing College Band een cd vullen. Deel 8 bevat echter nog meer Dixieland, en dat is te veel eer voor een genre dat zelfs in de VS al een bleke imitatie was.

Dan hebben we nog vier cd's volgens een thema: pianisten, vocalisten, big bands en 'Ellingtonia'. De zangers en zangeressen bewijzen dat dit aspect van de jazz in Nederland laat tot bloei is gekomen: zeker tot 1960 varieert het aanbod van charmant schutterig tot onbedoeld komisch. Nelly Verschuur is in I Cover The Waterfront heel nadrukkelijk geen Billie Holiday, zoals ook Edwin Rutten niet is te verwarren met Cab Calloway.

De drie andere thema-cd's zijn, evenals Deel 10 (een allegaartje onder de noemer All That Jazz), vooral genietbaar dankzij een aantal muzikanten met karakter. Voor Reys, Jacobs, gitarist Wim Overgaauw, trompettist Ack van Rooyen en de saxofonisten Toon van Vliet en Harry Verbeke geldt: mooi is mooi, en dat overstijgt de landsgrenzen.

Dat erfgenamen als Jesse van Ruller, Michiel Borstlap en The Houdini's alweer een stuk vrijer omgaan met de canon, duidt niet alleen op creatieve bloei, maar ook op een ruimdenkendheid die de tegenstellingen tussen de verschillende richtingen bijna hebben opgeheven. Daarvan had wel wat meer aan bod mogen komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden