Recensie Boek

Nelleke Noordervliet gaat in razend tempo langs historische opstanden (drie sterren)

Nelleke Noordervliet: Door met de strijd – Nederland en opstand

Stichting CPNB; 64 pagina’s; € 3,50.

Voor ze ging schrijven was Nelleke Noordervliet lerares Nederlands. Haar essay Door met de strijd – Nederland en opstand, geschreven ter gelegenheid van de Maand van de Geschiedenis, verraadt die achtergrond. De lerares wil de matig gemotiveerde leerlingen geen moment de gelegenheid geven uit het raam te staren of op hun telefoon te kijken. In één lesuur gaat het in razend tempo van de Bataven naar de Indonesiërs en weer terug. Het gaat van Willem van Oranje via de patriotten naar de slavenopstand van Tula op Curaçao. Parijs 1968, Provo en het Maagdenhuis komen in een flits voorbij en zelfs Pim Fortuyn maakt zijn opwachting.

Fortuyn wordt vergeleken met de Joan Derk van der Capellen die in 1781 met zijn pamflet Aan het volk van Nederland het startsein gaf voor de Bataafse Revolutie. Dat is Noordervliets favoriete opstand. Want die voldoet bij uitstek aan de eisen die de Franse denker Albert Camus aan een gerechtvaardigde opstand stelde.

Om haar betoog samenhang te geven grijpt Noordervliet namelijk terug op De mens in opstand van Camus uit 1951. Zij citeert: ‘Om ten volle te bestaan moet de mens in verzet komen, maar dit verzet behoort de grens te eerbiedigen waar het leven der mensen in gemeenschap begint.’ Dat verzet moet, schreef Camus, ‘trouw blijven aan de adel van zijn eerste inspiratie’ en nooit ontaarden ‘tot een hartstochtelijke dronkenschap der tirannie’. Met deze leidraad in de hand kan Noordervliet zowel de wreedheid van de Spanjaarden tegen de opstandige Nederlanden aan de kaak stellen als de ‘dronken tirannie’ van de opstandelingen zelf.

Hetzelfde recept past ze toe op het verzet van de Indonesiërs tegen het koloniale Nederlandse gezag. Dat is gerechtvaardigd door de ‘adel van de eerste inspiratie’, maar wanneer jonge opstandelingen op de ‘politionele acties’ van 1946 reageren met de moordpartijen van de Bersiap, staat het in ethisch opzicht weer quitte.

Noordervliet vindt overigens niet dat er koloniale koppen van standbeelden moeten rollen, zoals hedendaagse racismebestrijders graag willen. ‘Laat tegenover een jonge Indonesiër de naam van Jan Pieterszoon Coen vallen en hij heeft geen idee wie je bedoelt. Doe hetzelfde bij een jonge Nederlander en ook die zal de wenkbrauwen fronsen: Coen was dat geen voetballer?’ Haar advies verdient navolging: ‘Niet verstoppen, niet begraven, niet uitwissen, maar vertellen vanuit alle mogelijke perspectieven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.