'NEIN!...NEIN!!!', RIEP HET GENIE

Pas laat in de vijftig werd de Hongaar György Kurtág naar wereldfaam gekatapulteerd. Tachtig is hij nu, en nog vol zelfkritiek....

Repertoireklas Hedendaagse Muziek onder leiding van de pianist GeoffreyMadge in het conservatorium in Den Haag: nieuw pianowerk uit Hongarije!

Madge had er een stapel van meegekregen tijdens een concertreis achterhet IJzeren Gordijn. Dit is zielige muziek, meenden pianostudenten die eranno 1976 iets van kregen voorgeschoteld in leskamer C14. Gerard Bouwhuis,Ariëlle Vernède, schrijver dezes en enige anderen zagen kleuterachtigsimpele, langzame noten, aan elkaar verbonden met onbeholpenstippelboogjes.

Het kon niet anders of de arme Hongaar wiens naam op de groezeligebladmuziek was afgedrukt was er één die verzuimd had naar het Westen tevluchten. Het leed geen twijfel dat de componist wel modern wilde doen metdie stippeltjes, maar aan zijn brave drieklanken was te zien dat hij ertegenop zag de communistische autoriteiten voor het hoofd te stoten.

György Kurtág, niks dus. Dan maar gauw Stockhausen spelen, of GyörgyLigeti, de échte György, een Hongaar die was uitgeweken en zijn stempelop de Europese muziek had gedrukt.

Geoffrey Madge, 64 inmiddels en nog altijd hoofdvakdocent aan hetKoninklijk Conservatorium, herinnert zich zijn eigen vergevingsgezindheid.'Dertig jaar geleden wist niemand iets van Kurtág af.' Madge was de eerstemusicus die muziek naar Nederland meebracht van de Hongaar, die toen al eenman was van middelbare leeftijd, en in Boedapest een marginaalcomponistenbestaan leidde. 'Het moet zijn opus 3 zijn geweest, AchtKlavierstücke', denkt Madge. 'Mij viel op dat de klank zo bijzonder was.Er zat naar mijn gevoel wat Bartók in, maar dan een soort achterkant vanBartók, met een totaal andere aanpak. Veel tonen die doorklinken.'

Met Kurtág kruip je ín een instrument, bespeurde Madge. 'Het ismoeilijk te beschrijven, en dat is tegelijk het probleem van Kurtág. Alsje sec speelt wat er staat, dan klinkt het nergens naar.'

In de beleving van Gerard Bouwhuis, die zich na het conservatoriumprofileerde als vertolker van nieuw pianowerk, is Kurtág inmiddels een manvan 'magische klankvoorstellingen, van dingen waarvan je je afvraagt, hoekrijgt hij het voor elkaar'. Bouwhuis was zes jaar geleden solist bij hetSchönberg Ensemble in Kurtágs Dubbelconcert voor piano en cello, een vande talrijke stukken van Kurtág die dit Nederlandse ensemble in de jarentachtig en negentig op het repertoire nam.

Bouwhuis prijst zich gelukkig een levend voorwerp te zijn geweest vande roemruchte, nimmer te stelpen kritiek van de Hongaarse laatbloeier, toendie een jaartje of wat in Amsterdam woonde, en musici van het SchönbergEnsemble tijdens repetities steeds weer inpeperde hoe hij zijn muziek wildehoren. 'Hij ging van noot naar noot, en dan toch weer die ene noot, diénoot, en dan nog eens twintig maal die ene noot, en nee, nóg eens dienoot. Nee, niet zóó, maar zóóó.'

Bouwhuis: 'Het probleem is, dat de essentie van Kurtágs muziek nietop papier te noteren valt. Hoe maak je iemand duidelijk dat hij grotenadruk moet leggen op 'geen nadruk leggen'?'

Het vertwijfelde 'Nein!... Nein!!!' van György Kurtág. Reinbert deLeeuw, dirigent van het Schönberg Ensemble, kent musici die er'ongeduldig' van werden. Anderen zeggen: knettergek.

Het Schönberg Ensemble eert Kurtág zaterdag met een feestconcert inAmsterdam. Een voorproef op het komende Holland Festival, dat veel Kurtágop het programma heeft. Kurtág kan zaterdag niet komen, meldt zakelijkleider Willem Hering. 'Te druk in Boedapest. Daar spelen zich enormehappenings af.' Hering: 'We hebben hem een bloemetje gestuurd. Ik verwachtgeen bloemetje terug.'

György Kurtág werd zondag 80. Of klopt dat niet en is hij twee jaarouder? In juli 1980 was Kurtág, gesecondeerd door zijn vrouw Marta, voorhet eerst in Nederland, als gast van het Middelburgse festival Jeugd enMuziek Zeeland, dat die avond een publiek kende van drie recensenten enenkele verregende vakantiegangers.

De Volkskrant stond hij na lang aandringen en een krachtig aperitief eeninterview toe, met de klemmende waarschuwing dat het interview geen'interview' mocht heten: 'Ik heb me éénmaal laten interviewen, en het wasverschrikkelijk, alles stond precies in de krant zoals ik het had gezegd.'Kurtág verklaarde die avond in 1980 tot ondergetekende dat hij 56 was.'Maar nu pas toe aan opus 17, ik componeer langzaam.'

Misschien ging er een aperitief teveel in, of verwachtte Kurtág pasop zijn 56ste klaar te zijn met opus 17. Reinbert de Leeuw van hetSchönberg Ensemble kan zich Kurtág althans niet voorstellen als iemand'die met zijn leeftijd knoeit'. 'Zijn tachtigste wordt deze week toch echtover de hele wereld gevierd.'

De late zegetocht van Kurtágs muziek is in 1982 begonnen, vanaf hetmoment dat de Parijse nieuwe muziek-autoriteit Pierre Boulez iets zag inKurtágs pas voltooide opus 17, een reeks miniaturen onder de merkwaardigetitel Berichten van wijlen juffrouw R.V. Troesova. Boulez voerde het stukuit met het Ensemble Intercontemporain en de Hongaarse sopraan AdrienneCsengery, en zette het op de plaat.

'Ik had altijd het gevoel dat er met Kurtág iets bijzonders aan dehand was', zegt De Leeuw. 'Maar hij zat in het verborgene en ineensexplodeerde dat - tjesus, iemand van ver in de vijftig blijkt een genialecomponist te zijn. Wat een ongelooflijke ontwikkeling. Het verandert ietsaan je hele beeld van muziek.'

En nu klinkt zaterdag weer Kurtágs opus 17, Berichten van wijlenjuffrouw R.V. Troesova, gebaseerd op korte gedichten van de in Hongarijewonende Russin Rimma Dalos. Het zijn flitsen van verlangen, schaamte enverloren liefde, gevangen in wispelturige sopraancantilenen en subtiele,soms vliesdunne ensembleklanken waar een complete muziekgeschiedenisdoorheen schemert. Het cimbalom, Kurtágs geliefde Hongaarse hakkebord datiedereen kent van zigeunerorkesten, zal weer een beschroomde maar crucialebijrol vervullen.

De Leeuw noemt het een 'cyclus van ongelooflijk indringendebescheidenheid'. 'Net als de man zelf. Als je hem meemaakt - dat vuur datin hem zit, waarbij elke noot zo ongelooflijk veel betekent. Dat draagt hijsteeds maar uit met zijn kritiek en zijn vreselijke zelfkritiek.' Kurtágvertrouwde hem in een somber moment zijn enige zekerheid toe:'Ik-kan-niet-noteren.' De Leeuw: 'Maar wat hij wil horen, vált ook niette noteren. Het is ademen, luisteren, wachten, aanraken, in alle mogelijkegradaties.'

'Nein! Nein!!!', klonk het opnieuw, toen De Leeuw en het ensembleKurtág na maanden van partituurontcijfering en instudering eindelijk het'stotteren' durfden voor te doen, het vocaal-instrumentale stotteren datde boventoon voert in Kurtágs compositie What is the word. Kurtágcomponeerde het op een tekst van Samuel Beckett, waarin het dramaaanschouwelijk wordt gemaakt dat de mens overkomt als hij zijnspraakvermogen kwijt is.

'Dat Nein, nein! moet je nooit persoonlijk nemen', leerde De Leeuw. 'Enje moet het niet raar vinden als hij iets anders wil dan daarnet of vorigeweek. Zijn ideeën veranderen ter plekke, hij zit mee te componeren tijdenshet luisteren.' De Leeuw vergeet het niet meer: 'Na de generale repetitievan dat Beckettstuk kwam hij naar me toe en zei: ''Nu is het stuk vanjou.'' Vanaf dat moment geeft hij je ook de vrijheid. Dat heeft me diepgeraakt.'

Het Holland Festival had in 1987 een landenthema. Hongarije. Op hetprogramma was een voorname plaats ingeruimd voor de in vijf jaar tijd naarwereldfaam gekatapulteerde Kurtág, toen 61. Verslaggevers van de Telegraafen de Volkskrant kruisten tevoren in Boedapest elkaars pad en togengezamenlijk, beter één vogel in de hand dan tien in de lucht, na eenaantal vage interviewtoezeggingen en vruchteloze telefonades naar Kurtágshuis in een Pestse buitenwijk. Bij het aanbellen verscheen kort een gezichtachter het raam en ging de vitrage even heen en weer.

De meestercellist Stefan Metz, spil van het Orlando Festival en hetvoormalige Orlando Kwartet, is een Amsterdammer die net als Kurtág in hetHongaarstalige deel van het Roemeense Transsylvanië werd geboren. Hijheeft, repeteersessies, opdrachtwerk, opname-excercities en honderden urenvan intensief communiceren in de gezamenlijke moedertaal ten spijt, 'nogsteeds moeite Kurtág op te bellen'. De stiltes ontmoedigen hem. 'Ik vraag,stoor ik? Dan zegt hij 'nee', op zo'n manier dat je niet verder durft tepraten.'

Metz schafte zich na een tip van de Zwitserse hoboïst Heinz Holligerooit de bladmuziek aan van Kurtágs Microludiën, en begreep er 'absoluutniks van'. Waarom Kurtág niettemin 'de belangrijkste componist van dezetijd' is, begon Metz in te zien toen hij later Kurtág ontmoette en zes uurachter elkaar met hem werkte aan zes minuten Microludiën-muziek. Eenaanzienlijk deel van de tijd ging op aan één lage C op de losse snaar.

Metz' Orlando Festival in Kerkrade was in 1995 geheel aan Kurtággewijd. Op het programma stond Kurtágs kamermuziekoeuvre. Daarnaast zetteMetz hem in als mentor in een tweede passie en specialiteit: kamermuziekvan Beethoven, Schumann, Anton Webern en andere meesters. 'Kurtág is eenfenomenale leraar en expert.' Kurtág mocht favoriete musici latenoverkomen uit alle hoeken van de wereld. De Volkskrant mocht gadeslaan hoehij repeteerde, met de bril op de neus gezakt en het hoofd immer luisterendnaar voren gestoken. De Armeens-Amerikaanse altvioliste Kim Kaskashian kwambinnen en stemde in een hoek van de repetitiezaal haar instrument. Met eenriedeltje tot slot, zoals strijkers altijd doen na het stemmen.

'Nein! Nein!!!' Kurtág sprong als door een wesp gestoken op. Hetriedeltje druiste in tegen alles wat het riedeltje moest zijn. 'Nichttiedeliedelam! Aber sóóóh!' (ruime ademtocht).

Volgens Roeland Hazendonk, maker van een NPS-televisieuitzending overGyörgy Kurtág als exegeet van Beethovens Mondschein-sonate ('De bedoelingwas dat Kurtág zelf de rol van een waanzinnig excentrieke Beethoven zougaan spelen en lukte uitstekend'), is het 'eigenlijk één grote zucht, diemuziek van Kurtág'. 'Eindeloze verkenningsgesprekken' waren nodig inKurtágs huis aan de Amsterdamse Binnenkant, 'met een componist en eenonafscheidelijke echtgenote als waakhond achter wie hij zich feilloos weette verschuilen als het hem uitkomt'. Toen het zover was en de cameraeindelijk liep, weigerde Kurtág ondanks eindeloze sessies op te houden metde Mondschein.

Hazendonk ziet hem als een 'opgejaagde'. 'Een man uit een land dat nietmeer bestaat. Wiens joodse familie werd uitgeroeid. Een jongen die in 1945uitweek naar Boedapest, waar hij Ligeti tegenkwam omdat ze allebei op leswilden bij Bartók, en waar ze samen te horen kregen dat Bartók dood was.Een man die in 1956 net te laat was om Hongarije nog uit te kunnen. Van datsoort dingen kun je als genie aardig in de war raken.'

György Ligeti heeft Kurtágs muziek ooit geëtiketteerd als 'op eenzeer complexe manier eenvoudig'. Kurtág bevocht de eenvoud als gevorderdedertiger, met een beurs in Parijs waar hij naar Boulez wilde. In plaats vanbij Boulez kwam hij bij een psychoanalytica terecht die hem uitduidde datzijn kracht zou liggen in het eigen muzikale miniatuur.

Dat Kurtág in elkaar krimpt als je hem vraagt hoe het staat met deopera die hij ooit zou schrijven in opdracht van de Nederlandse VanBeinumstichting, daar kan Stefan Metz wel in komen. 'Druk is het laatstedat je hem moet opleggen. Voor hij in Amsterdam woonde, zat hij in Berlijnom een orkestwerk te maken voor de Philharmoniker, Stèle. Hij leedverschrikkelijk. Toen het afgesproken jaar om was, had hij niets en moester nog een jaar bij, voor een stuk van twaalf minuten.'

In het archief van de Nederlandse immigratiedienst zal Kurtág wellicht87 zijn. Metz weet dat sommige instanties zich hebben vergist in devolgorde van het geboortecijfer '26-02-19' in Kurtágs Hongaarse paspoort.'Gelukkig is hij nog kwiek, heel goed. Zodra anderen overlijden, is hij erals de kippen bij om een Hommage of een Grabstein te componeren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden