Negen groten als lichtend voorbeeld

HET LIEFST ziet de westerse wereld de Middeleeuwen als een tijdperk dat wordt gedomineerd door een tomeloze hang naar wanorde....

Niet ten onrechte is aangevoerd dat de middeleeuwse mens veel meer weg had van een systeembouwer die onvermoeibaar de schepping probeerde te doorgronden aan de hand van eindeloos vertakte schema's. Een van die goddelijke ordeningsprincipes bestond naar middeleeuwse opvatting uit het model van de Negen Besten, helden uit de wereldgeschiedenis die een richtsnoer vormden waren voor het juiste leven op aarde.

Over deze volmaakt vergeten voorbeelden van een planmatige heldenverering heeft de Leidse mediëvist Wim van Anrooij een rijk gedocumenteerde studie geschreven, Helden van weleer - De Negen Besten in de Nederlanden (1300-1700, die eens temeer laat zien hoezeer we sinds de Romantiek zulk autoriteitsgeloof overboord hebben gegooid.

Rijtjes van voorbeeldige personen, zoals de Zeven Wijzen van Rome, komen al voor in de klassieke Oudheid. Maar een samenstel van negen helden, opgebouwd uit de combinatie van telkens drie helden uit de drie perioden van de geschiedenis, behoort bij de christelijke Middeleeuwen, die graag de hoogste orde verbinden met het heilige getal drie. Rond 1300 krijgt dit concept een vaste vorm, die vervolgens zo'n vijf eeuwen in zwang zal blijven. Hektor, Alexander de Grote en Julius Caesar vertegenwoordigen de klassieke Oudheid, Jozua, David en Judas Maccabeus staan voor het bijbelse verleden, terwijl Arthur, Karel de Grote en Godfried van Bouillon de eigen Middeleeuwen mogen aanvoeren.

Waarschijnlijk neemt deze voorstelling vooral in de veertiende eeuw zo'n hoge vlucht, omdat dit tijdperk van hongersnood en pest vervuld raakt van een grenzeloos pessimisme. Zowel in de beeldende kunst als in de literatuur voegen de Negen Besten zich in het gelid van het ubi sunt-motief (waar zijn ze gebleven?), dat eindeloze klachten dicteert over de afwezigheid van de grote mannen - en soms vrouwen - van weleer. Vooral de negen helden accentueren dat pijnlijke verlangen naar de grote tijden van vroeger.

Het meest verrassende van Van Anrooij's boek is het tamelijk sluitende betoog, dat naar een Vlaamse oorsprong van het concept van de Negen Besten wijst. Sterker nog, met grote waarschijnlijkheid kan Jacob van Maerlant worden aangewezen als de bedenker van deze triomfantelijke greep op de geschiedenis in negen helden, die gretig in heel Europa zal worden overgenomen. Eindelijk blijkt de Italiaanse Renaissance van de veertiende eeuw niet alleen uit te stralen naar het noorden, maar ook geïnspireerd te zijn door denkbeelden die uit dat barre noorden kwamen aanwaaien.

Al in de Middeleeuwen zelf wordt namelijk een fundamentele rijmtekst over de negen helden aan Maerlant toegeschreven, en dat hoeft niet te verbazen. Maerlant toont zich ook elders in zijn werk gespitst op het aanwijzen van voorbeeldige helden van weleer, die meer eigentijdse ellende (bijvoorbeeld in verband met de kruistochten) heel goed hadden kunnen oplossen.

Verder wijst Van Anrooij er gewiekst op dat deze tekst duidelijk de trekken vertoont van een eerste voorstel of zelfs probeersel met betrekking tot dit concept. De auteur legt namelijk uit hoe hij ertoe gekomen is per tijdvak drie helden te presenteren en hoe hij verder te werk is gegaan. Het zou een vreemde indruk maken op zijn publiek wanneer het negental op dat moment al gemeengoed was. Bovendien sluit hij zijn tekst af met de uitnodiging betere ridders te bedenken dan de negen die hij heeft genoemd.

Vraagt men zich af waarom deze modelfiguren vooral in de Nederlanden carrière hebben gemaakt, dan is Van Anrooij's antwoord overtuigend. Het concept past vooral als houvast in een beginnende stadscultuur, die even vroeg als intensief juist in deze streken gestalte kreeg. Pikant daarbij is dat Maerlant, nog onlangs zorgvuldig als leraar van leken weer teruggeplaatst in adellijke milieus, nu weer in de eerste plaats die beginnende stadssamenlevingen zou hebben geïnspireerd.

De stad ziet in die helden allereerst de exponenten van ideaal bestuur en opperste rechtvaardigheid, waaraan de hele stedelijke samenleving een voorbeeld zou moeten nemen. In elk geval blijkt deze ruime stedelijke belangstelling uit vele teksten en afbeeldingen, terwijl het thema ook voorkomt op drinkbekers, tapijten, gevels en zelfs in raadhuizen.

De voorbeelden werkten zo aanstekelijk dat er allerlei variaties op het idee van de negen tot stand kwamen. Zo horen we van de Negen Kwaadsten, de Negen Dronkaards en zelfs de Negen Filipsen die als eerbetoon de plechtige ontvangst van Filips II te Antwerpen in 1549 mochten opluisteren.

Blijkens kroniekberichten wist men in 's-Hertogenbosch het thema ook om te zetten in een publiek spel tussen de Negen Besten en de Negen Kwaadsten, hoogstwaarschijnlijk een steekspel op de markt, zoals men die graag bij de vastenavondvieringen organiseerde. Tenslotte bestond er een lange traditie in de Middeleeuwen van gepersonifieerde vechtpartijen tussen zonden en deugden, die zich al vaker en eerder in historische personages lieten vertalen.

Het is verbazingwekkend dat zulke majestueuze concepten, die destijds richting gaven aan het meest gewenste leven, geheel uit uit het moderne bewustzijn zijn verdwenen. Het is Van Anrooij's verdienste dat hij onweerspreekbaar laat zien hoezeer dit middeleeuwse concept zowel de visie op het verleden als de houding in de eigen tijd kon sturen.

Daartoe hanteert hij een vracht aan materiaal als meest overtuigend bewijs. Soms wenst men een substantieel deel daarvan naar de noten en bijlagen, omdat een zekere verplettering door al die gegevens het zicht op de lijn van het betoog dreigt te vertroebelen. Zeker naar het eind toe lijkt het boek de gedaante aan te nemen van een databank die met auteur en lezer aan de haal gaat. Dat neemt echter niet weg dat Van Anrooij een verrassend nieuw inzicht weet te geven in een type heldenverering dat de moderne tijd vreemd is geworden.

Herman Pleij

Wim van Anrooij: Helden van weleer - De Negen Besten in de Nederlanden (1300-1700).

Amsterdam University Press; 328 pagina's; ¿ 49,50.

ISBN 90 5356 259 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden