Neerlands hoop: dit wordt dus hun vak

Zaterdag 20 juni is het precies 40 jaar geleden dat Freek de Jonge met Bram Vermeulen in de Stadsschouwburg in Haarlem als Neerlands Hoop in Bange Dagen het professioneel theaterdebuut maakte. Morgenavond blikt hij terug op zijn carrière. Wat gebeurde er op 20 juni 1969? ‘Dag meneer, we treden vanavond op, hier.’

De stemming in de auto onderweg van Amsterdam naar Haarlem is die ochtend wat gespannener dan gewoonlijk. Freek de Jonge (24, Westernieland), student Nederlands, en Bram Vermeulen (22, Den Haag), student psychologie en spelverdeler bij de Amsterdamse volleybalclub AMVJ, overleggen nog over hun Dutch Music & Comedy Show, Neerlands Hoop in Bange Dagen. Staat Zeven ballen en een piek wel op de juiste plek? Moet De Busreis toch wat later? En die grap, daar? Laten staan. Elke lach is er één.

Achter het stuur luistert Just Enschede mee, net als Bram lid van het artistieke studentendispuut Pallas van de Vrije Universiteit in Amsterdam, en sinds enkele maanden officieel manager van wat later het meest vernieuwende en grensverleggende cabaretgezelschap van Nederland zal worden. Dat hij kan rijden is mooi meegenomen. Bram en Freek hebben geen rijbewijs.

Achter in de gehuurde Opel Record Caravan liggen een roodgeverfde kruk, de Hohner Pianet van Bram – een tweedehands elektrische piano, waarvan hij de kast met rood plakplastic heeft overtrokken – en het door zijn vader in elkaar getimmerde onderstel voor de twee geluidsboxen. Een rode vilten lap met bloemetjes zal de standaard straks op het toneel aan het zicht onttrekken. Een nogal ongewoon theaterattribuut is de grootverpakking met boterhamzakjes. Die zal Freek over enkele uren de zaal in werpen. Ze moeten zo dadelijk nog wel even aan elkaar worden geniet; dan fladderen ze wat verder dan alleen tot aan de voorste rijen.

De bestemming die 20ste juni 1969 is de Stadsschouwburg. Gezonde zenuwen zijn er altijd, maar onmiskenbaar is het gevoel in de Opel dat er vanavond een stap extra kan worden gezet. Nooit eerder hebben ze in een grotere zaal gestaan; 750 stoelen. De directeur, Peter Lohr, heeft er flink werk van gemaakt. Hij heeft andere schouwburgdirecteuren uitgenodigd en recensenten van de landelijke dagbladen. Zullen die er zijn? Zit de zaal vol?

Lohr was begin april naar ze toe gestapt, na een voorstelling in het kleine Haarloheim Theater. Of ze er iets voor voelden bij hem te komen spelen, aan het eind van het seizoen? Ze voelen verwantschap: heilige huisjes afbreken. In 1964 ontketende het VARA-televisieprogramma Zo is ’t toevallig ook nog ’ns een keer een nationale rel met de sketch Beeldreligie waarin Lohr in bijbels jargon de aanbidding van de tv hekelde. ‘Geef ons heden ons dagelijkse programma. Wees met ons, o beeld, want we weten niet wat we zonder u zouden moeten doen.’

Ruim een jaar later werd hij op 32-jarige leeftijd de jongste schouwburgdirecteur van Nederland, en profileerde zich door ruimte te geven aan geëngageerd theater en cabarettalent, onder wie Herman van Veen, Jos Brink, Youp van ’t Hek en Robert Long. Dat Lohr ook een verleden bij Pallas had, maakte de kennismaking in Haarloheim er nog gemakkelijker op.

Verbaasd over de uitnodiging waren ze niet, Bram en Freek. Enthousiasme over hun programma vonden ze volkomen vanzelfsprekend. Nog voor hun komst naar Haarlem hadden ze al verkondigd dat zij ‘het absolute einde’ zijn in de Nederlandse cabarettraditie. Het was slechts een kwestie van tijd voordat iedereen dat in de gaten kreeg. Hun in 1967 begonnen samenwerking was uitgemond in optredens op uiteenlopende plekken: het Mikrotheater in Amsterdam, studentenverenigingen, de Shell-tennisclub, het NIVON, C’66, het politieke café van D’66, De Lantaarn in Rotterdam. Dat ze in 1968 vijfde waren geworden op Camaretten – de jury onder leiding van Wim Ibo wees het nette Don Quishocking als winnaar aan – was alleen maar extra munitie voor de aanval op het establishment in het genre. Het was Bram die als topsporter Freek de winnaarsmentaliteit bijbracht. Meedogenloos moet je zijn. Zoals hij ballen mikt op de al geblesseerde pink van de tegenstander aan de overkant van het net, moeten zij inhakken op de concurrentie. Elk optreden moet de voorstelling van het jaar zijn. Let ook op de discipline: het was Bram die Freek diep in de ochtend telkens wakker belde voor weer een lange repetitie.

Dat Neerlands Hoop in Bange Dagen hem zo raakte, legde de in 1983 overleden Lohr in 1970 uit op de hoes van de eerste elpee. ‘Oprechte onbescheidenheid is een van de sleutels van het succes van dit duo.’ En: Neerlands Hoop ‘is gegrondvest op het afscheid van domineesland’.

De bezetting door studenten van het Maagdenhuis is een maand geleden. Het is de dag dat Georges Pompidou Charles de Gaulle opvolgt als president van Frankrijk. Als aan het eind van de ochtend de Opel halt houdt voor de schouwburg en Bram en Freek klavier en boxen uit de achterbak trekken, opent toneelmeester Theo Muidenburg de deuren. Lohr had het personeel ingelicht. ‘Ik heb nu iets ontdekt, ongelooflijk.’

Van branie blijkt weinig. ‘Dag meneer, we treden vanavond op, hier.’ Muilenburg kijkt wel even op van het sluike en lange haar, de lokken vallen over de kraag. In tegenstelling tot de meeste andere cabaretiers zijn ze ook niet in pak.

Bij de voorbereiding is de rolverdeling altijd duidelijk. Bram is van het decor en de techniek. Hij stelt zijn piano op, sluit de boxen aan, trekt de kabels over het podium, test de zaalversterking. Freek drentelt, van kleedkamer naar foyer naar zaal naar kleedkamer. Nog steeds in het hoofd bezig met een overgang, de plek van een grap. Tot dusver was het ‘vooral leuk’ om te doen. Nu is er het besef dat hier wel iets vanaf hangt. Ze hebben de dagen ervoor weer de liedjes doorgenomen in het pand van het Amsterdamsch Studenten Corps aan de Raamgracht; Freeks conferences hoort Bram alleen in het theater.

Muilenburg bespeurt zenuwen bij het tweetal. Alles wordt meerdere keren gecontroleerd. Weet u wel zeker dat als het zaallicht uit gaat, de stroom van de piano erop blijft?

De eerste bezoekers melden zich. De theatermedewerkers zien een ander publiek dan ze gewend zijn. Jonger. Leren jacks. Minder Aerdenhout en Bloemendaal. Meer Amsterdam. Tientallen studentenvrienden zijn gekomen. Natuurlijk, ze kenden delen van het programma al, uit het Mikrotheater en Shaffy. Maar in zo’n groot theater, met balkons en loges, daar moeten ze bij zijn.

Als het doek opgaat, is de zaal nog niet voor de helft gevuld. Maar bijna iedereen zit beneden, waardoor je vanaf het podium nauwelijks de leegte ervaart.

Neerlands Hoop – Freek in wit pak met rode das en pochet, Bram in lichtbruin tenue (ze noemen het hun tropensmoking) – barst los.

Ik heb haar vermoord / Zij nam mijn adem in het verleden / En ik kwam lucht tekort / Ik heb haar vermoord / Gewoon de adem afgesneden / Haar parelsnoer wat ingekort.

Bram laat de toetsen vrolijk dansen. Dat is de grap. Een opgewekt deuntje onder een lugubere tekst.

Engagement is maar in de marge aanwezig. Het is vooral absurdistisch theater, vol woordspelingen. Heeft Mozart niet Eine kleine nachtmusik geschreven? Ja, Ammedeus! Het publiek zit in de bus met een chauffeur die het op de overige verkeersdeelnemers heeft gemunt. ‘En dan naderen we nu het hoogtepunt: de onbeveiligde spoorwegovergang.’

Op het podium voelt Freek dat de zaal zich niet onmiddellijk gewonnen geeft. Dit was niet, om een voorbeeld te noemen, het studentencorps in Utrecht, waar de zaal onmiddellijk op de kop stond. De aanwezigheid van de vriendenkring ten spijt, dit is toch wat deftiger. In de lichtcabine, waar een ultramoderne Asea-machine met ponskaarten de schijnwerpers aanstuurt, ervaart Just Enschede hetzelfde. Premièrepubliek is altijd wat gereserveerder, wat stroever, is zijn latere verklaring.

Wat overeenkomt met de andere locaties: de hongerigheid onder de toeschouwers. Vogeltjes met de snaveltjes opengesperd. Voed ons! Meer!

Het is ook de vorm waarmee het duo de zaal verovert. Het tempo ligt voor die tijd verwoestend hoog. Op applaus wordt nauwelijks gewacht. De liedjes staan ver af van kleinkunst. Zingen doen ze hard en schel, en dikwijls unisono. Dit is rock ’n’ roll. Ohne dich kann ich nicht leben. Oewaah! Oewaah! En dat Bram achter zijn Hohner openlijk zit te grinniken bij Freeks conferences spot ook al met de tradities van het genre.

Vriend en acteur Eddy Habbema zit in de zaal. Hij stelt tevreden vast dat Bram en Freek erin slagen de afstand tussen podium en publiek te overbruggen. De schouwburg wordt huiskamer. Omroepster Ageeth Scherphuis is er, met Vrij Nederland-journalist Joop van Tijn (nog voordat deze bij latere voorstellingen steevast op een plek achteraf werd gezet vanwege zijn onbedaarlijke lachsalvo’s). Zij voelt een stemming in de zaal: dit is niet alleen ontzettend grappig, maar dit is ook nog eens nooit vertoond. Toneelmeester Theo Muilenburg weet dan al dat dit een van die speciale avonden is die in zijn geheugen zal blijven hangen. Een openbaring, na Gerard Cox en Frans Halsema, na Wim Sonneveld, na Wim Kan. Hier is ’ie toch maar mooi bij. Hij ziet ze nog even in de pauze. ‘Genieten, dit’, zeggen ze. De wat oudere medewerkers zijn minder opgetogen. Sneren naar gevestigde reputaties, moet dan nou? Brams vriendin Titia Kiewiet de Jonge kijkt ook toe, vanuit de donkerte in de zaal. De roes van de opkomst duurt nu al enkele maanden, ze is trots, het is geweldig, maar ze beseft ook plotseling: dit is nu iets officieels, dit wordt dus hun vak.

Ik ken bendes douairières / Met een doodgewone bips / Maar de gedverderrière van mijn tante / Is nog krakender dan chips.

In het slotnummer laat het publiek op commando de opgeblazen boterhamzakjes op ‘bips’ ontploffen, op ‘chips’ verfrommelen ze de restanten in de vingers. Haarlem valt.

In de kleedkamer zijn geen omhelzingen en high fives, maar is er onmiddellijk de evaluatie. Is de grap over de banaan die voor lul ligt op de fruitschaal niet te veel een losse flodder? Nee, juist heerlijk om er naar toe te werken. Freeks adagium: als de grap niet goed is, is ’ie slecht gebracht.

De nazit is bij Peter Lohr thuis.

De ochtend erna grijpen ze naar de kranten. Lovend, maar niet overal de dijkdoorbraak die sommigen in de zaal voelden. ‘Aanwinst voor cabaret’, kopt het Algemeen Handelsblad. ‘De Jonge bezit het brutale, het overrompelende dat juist bij het cabaret een publiek snel in zijn greep kan nemen.’ Maar ook: ‘helaas is het eerste gedeelte na de pauze te zwak en dit had dan ook beter geheel uit de voorstelling gelaten kunnen worden.’ NRC noemt Neerlands Hoop ‘verrassend goed’. ‘In de liedjes en vele korte grapjes zijn zowel de woordspeling als de woorddeelspeling als de zinspeling rijkelijk en met veel vindingrijkheid verwerkt.’ ‘Aardig cabaret door studenten’, schrijft de Volkskrant. ‘Een verrassend programma dat eindelijk, eindelijk weer enige verfrissing lijkt te brengen in de fantasieloze vaderlandse cabaretsector.’ Het Vaderland: ‘Iets bijzonders’. Het Vrije Volk: ‘Het doet maar een eind weg en het is puur pret.’

Maar meer nog dan de voorstelling en de recensies zou een interview in de Volkskrant, een week later, de toon zetten.

Freek: ‘Ik heb in één maand het hele Nederlandse hele cabaret afgelopen. Het is om door je stoel te zakken van ellende. (¿) Er zijn twee mensen die zich het cabaret hebben toegeëigend: Wim Ibo en Nico Knapper. Ze hebben zichzelf uitgeroepen tot De Grote Autoriteit. Het is om je te begillen.’ Bram: ‘Cabaret is zo dood als een pier. Er gebeurt geen donder. (¿) Toevallig zijn wij wèl goed.’

Freek de Jonge, anno 2009: ‘Het was volstrekt authentiek.’

Het zijn de dagen dat de aanbiedingen voor optredens binnenstromen en Bram besluit zijn topsportcarrière te beëindigen; studeren was eigenlijk van het begin af aan bijzaak. Het zijn ook de dagen dat een aantal schouwburgen Neerlands Hoop boycot. Het zou nog drie jaar duren voordat het gezelschap volle zalen trekt.

De nacht na de première in Haarlem ligt Freek nog enige tijd te woelen in bed. De euforie is weg, een angst steekt de kop op. Wat moet hier in vredesnaam nog na komen?

Freek de Jonge, Het eerste uur. 20 juni, Stadsschouwburg Haarlem, 20.15 uur.

Kijk! Dat is Freek. Overzichtstentoonstelling in Beeld en Geluid, Hilversum. Opening 25 juli. T/m 25 oktober.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden