Achter het boek Maryse Condé

‘Neem van niemand advies aan, doe wat je moet doen’

Hoe schrijft de schrijver? De Franse Maryse Condé, bekroond met de alternatieve Nobelprijs voor Litaratuur, kan door ziekte bijna niet meer schrijven, maar haar geest is ongebroken. Thuis in de Provence praat ze over grappen, liefde, huidskleur en terrorisme. 

Maryse Condé, thuis in Gordes, Frankrijk. Beeld Arnold Jerocki/Divergence

Beginnen we met de titel: Het onwaarschijnlijke en droevige lot van Ivan en Ivana. Die doet denken aan een of andere oude legende.

‘Mij doet die titel aan één bepaald boek denken. Kent u de Amerikaans-Dominicaanse schrijver Junot Diaz? Die schreef in 2007 de roman The Brief Wondrous Life of Oscar Wao (Het korte maar wonderbaarlijke leven van Oscar Wao). Die titel heb ik willen parodiëren. Een grap.

Met dit verschil, dat in úw titel ook de tragiek doorklinkt.

‘Zo is het. Ik had me voorgenomen een boek te schrijven dat zowel grappig is als droevig. Vandaar mijn titel, die in mijn ogen zowel wanhoop als hoop uitdrukt; hij kondigt de atmosfeer van het verhaal aan. Je moet natuurlijk wel het boek van Diaz kennen, anders vat je de grap niet. Zelf heb ik er plezier aan beleefd.’

Ze schiet in de lach, Maryse Condé (82), gezeten in de woonkamer van het gerieflijke huis bij het pittoreske rotsdorp Gordes in de Provence. Daar wonen zij en haar man, de vertaler Richard Philcox, sinds zes jaar. Geplaagd door ziekte kan Condé moeilijk zien, lopen en praten. Schrijven gaat niet meer. Ze heeft besloten haar verhalen te dicteren, want haar geest en wilskracht zijn ongebroken.

Dat blijkt ook uit haar recente roman, een geëngageerd sprookje over een arme zwarte vrouw op Guadeloupe die een tweeling krijgt van een Malinese muzikant die er gauw vandoor gaat. De kinderen Ivan en Ivana doen zoveel mogelijk samen, maar waar de jongen als beveiliger van een hotel met verkeerde vrienden omgaat, is het zusje een slimme en voorbeeldige lerares en zangeres. Getweeën trekken ze naar Mali om hun vader te zien, maar krijgen daar ook te maken met krijgsheren en terreur. Als ze denken eenmaal veilig te zijn in Parijs, raken beiden betrokken bij de terroristische aanslagen aldaar.

De nieuwe roman, geschreven in een bijna uitgelaten stijl, bevat veel typische Condé-elementen, met name de mengeling van een klein familieverhaal en de grote geschiedenis, en de nuanceringen van bestaande beelden. Afrikanen hebben gecollaboreerd bij de slavenhandel, is een van die eyeopeners van Condé, en zwart nationalisme kan doorslaan in intolerantie jegens alles wat westers en blank is.

Eigenzinnig is Condé al vanaf haar debuutroman uit 1976, in de vuistdikke Afrikaanse tweedekker Ségou (1984 en 1985) die haar wereldberoemd maakte, over de geschiedenis van het Bambara Rijk in de negentiende eeuw, en in de stroom van romans en essays die haar in 2018 de eerste en enige alternatieve Nobelprijs voor Literatuur opleverde (96.500 euro), ingesteld door Zweedse prominenten die het niet konden verkroppen dat de officiële Nobelprijs voor Literatuur niet kon worden uitgereikt vanwege een #MeToo-schandaal waardoor de Zweedse Academie uiteen was gevallen.

Wie is Maryse Condé?

‘Een veralgemening is een vervalsing’, zei Maryse Condé in 2005, en ook dat ze haar kolossale bestseller Ségou inmiddels was ontgroeid: ‘Toen zag ik het als mijn taak om de ongeschreven geschiedenis van de Antilliaanse bevolkingen op papier te zetten. Ik ben natuurlijk een vrouw van de Antillen, maar heb niet het recht om alle vrouwen uit de regio te versimpelen tot één categorie – ‘wij, afstammelingen van de zwarte slaven’ –, en dan in naam van die onbestaande groep te spreken. Of je nu op Guadeloupe, in Mali of Parijs bent geboren, maakt niet zoveel uit. Wat belangrijk is, zijn de keuzes die je maakt, en de mensen die je toelaat in je leven.’

Condé werd geboren in Point-à-Pitre op 11 februari 1937, studeerde in Parijs vergelijkende literatuurwetenschap, huwde in 1958 een Afrikaanse acteur en kreeg vier kinderen, werkte als docent in Guinea, Ghana en Senegal, later aan universiteiten in Parijs en New York (van 1985 tot 2004). Haar tweede echtgenoot, Richard Philcox, is ook de vertaler van haar laatste drie boeken in het Engels. Veel van Condés werk verscheen in Nederland bij In de Knipscheer en Rainbow. Haar recente roman, Le fabuleux et triste destin d’Ivan et d’Ivana (2017), is in vertaling haar eerste titel bij de jonge Nederlandse uitgeverij Orlando.

Beeld Arnold Jerocki/Divergence

In de eerste zin van uw roman zit al dramatiek: de tweeling Ivan en Ivana wordt geboren. Dat betekent dat ze de baarmoeder moeten verlaten, de onveilige wereld in.

‘En de kinderen begrijpen niet waarom ze de warme en vredige ruimte moeten verlaten, waar ze zo lang hebben vertoefd, tegen elkaar aan liggend, niets ziend, en af en toe een zachte en zangerige stem herkennend van degene die hen droeg, hun moeder Simone. Het leven kon niet langer gehoor geven aan hun wens om niet alleen bij elkaar te zijn, maar ook werkelijk één. Ze moesten de scheiding accepteren.’

Opvallend: de moeder Simone, een zwarte vrouw op Guadeloupe, houdt van de zangeres Barbara.

‘Alweer een grap. Kunt u zich voorstellen dat een arme vrouw op Guadeloupe zou weten wie Barbara is? Dat moet je wel doorhebben, dat ik de hele tijd grappen maak. Omdat ik daar zin in had.’

Dus dat de jonge Ivan op school de dichter Paul Éluard ontdekt?

‘Geintje, goed zo! En Ivan is vernoemd naar een film die de moeder ooit heeft gezien, en die grote indruk op haar maakte: Ivan de verschrikkelijke. Grapje! Toen het boek in Frankrijk verscheen, merkte ik dat bijna niemand moest lachen. Ach, daar ben ik aan gewend. Al begrijpt niemand het, ik ga gewoon door met grappen maken.’

Maar het zal toch niet geheel willekeurig zijn dat u Barbara en Éluard noemt. Zijn het persoonlijke favorieten?

‘Ik ben inderdaad dol op de liedjes van Barbara. Éluard is niet mijn eigen favoriet, maar ik heb ooit op school geleerd dat hij een belangrijk Frans dichter was.’

Maryse Condé in haar huis in Frankrijk. Beeld Arnold Jerocki/Divergence

De auteur spreekt tot de lezer, soms met wijsheden als deze: ‘Het is ook bekend dat je, om gelukkig te zijn op deze aarde, een flinke dosis blindheid nodig hebt.’ Zo kun je bijvoorbeeld armoede verdragen. Dat is géén grap, neem ik aan.

‘Helaas moeten we het leven verlaten zonder het begrepen te hebben, zonder ook te weten waarom we moeten lijden. Een enigma. Geluk is alleen denkbaar door kunstmatig alle ongeluk weg te denken.’

We volgen Ivan en Ivana in Guadeloupe, later in Mali waar hun vader woont, en daarna in Parijs ten tijde van de terroristische aanslagen. In uw verhaal is Ivan min of meer gedwongen mee te doen, hij wordt moslim, niet uit overtuiging maar uit groepsdwang. Om te overleven.

‘Terrorisme wordt gewoonlijk niet geassocieerd met de Cariben. Maar ik weet, van een vriend van mijn dochter, dat er jongeren zijn op Guadeloupe die worden verleid door terroristen. Ze zijn zo desperaat en hun levens zijn zo saai. Terreur is een mogelijkheid om te overleven. Ik heb dit niet verzonnen: het bestaat. Dus mijn Ivan kan een terrorist worden.’

Ivan en Ivana zijn met elkaar verbonden, maar ontwikkelen zich in een totaal verschillende richting. Wilt u suggereren dat je niet door je afkomst wordt bepaald?

‘Op de Cariben heb je twee keuzes: of je accepteert dat je deel uitmaakt van de Franse overzeese gebiedsdelen, en je gaat je gedragen alsof je Frans bent, zoals Ivana doet. Of je doet iets anders. Dat heb ik zelf gedaan; ik weigerde om Française genoemd te worden. In mijn familie was dat ongewoon: mijn vader en moeder geloofden dat ze Frans waren. Hun huid was zwart, maar zij waren Frans. Hun ziel was Frans. Ze spraken Frans. Ik vond dat een leugen. Dus in Ivana en Ivan zie je die twee keuzes terug: de acceptatie en de weigering.’

Welke keuze is beter?

‘Weet ik niet. Wij die weigerden, hebben gefaald, want Guadeloupe is tot op de dag van vandaag een Frans overzees departement.’

Nog een grap, over een seksstandje genaamd ‘de ringetjes: gewaagder dan die van de Kamasutra, we durven het hier niet te beschrijven’. Veel later in het boek bespringt Ivan zijn Parijse buurvrouw Stella: ‘Zonder een woord duwde hij haar op de bank en penetreerde haar wild. Mopperige mensen zullen erop wijzen dat het een verkrachting was, want zo heet elk geslachtsverkeer waar niet mee ingestemd is. We zullen daarover niet discussiëren. Verkrachting of niet, Stella genoot van het plezier dat haar ten deel was gevallen.’ Wat is dit?

‘Dit is nou een provocatie. Dat je zelfs dáárover een grap durft te maken. Een deel van mij wil nu eenmaal overal om kunnen lachen. Luister. Toen de terroristen de burelen van het satirische tijdschrift  Charlie Hebdo binnenvielen, u weet het nog, 7 januari 2015, toen schreven de kranten: ‘Je kunt ook niet met alles en iedereen spotten.’ Daar was ik het niet mee eens! Die vrijheid wil ik, als schrijver Maryse Condé, juist wel verdedigen. Zelfs als het gaat om dingen die ik als persoon zou afkeuren. De schrijfster lacht om alles. De persoon misschien niet: dat zullen we nooit weten.’ En dat ontlokt haar zelf weer een lach.

Beeld Arnold Jerocki/Divergence

Hoeveel tijd nam het schrijven in beslag?

‘Anderhalf jaar. In de periode daarvoor denk ik er grondig over na, dat kost ook een jaar. In mijn hoofd weet ik dan waar ik ga beginnen, en waar ik zal eindigen. Het idee is er. Alleen dan kan een verhaal betekenis krijgen. Onderweg kan ik me laten verrassen. Dat is het avontuur van het verzinnen.’

En als u eenmaal schrijft, is dat 8 uur per dag?

‘Meer. Alleen onderbroken door praten met vrienden, en koken. Maar het is een fulltime job.’

Laat u iemand meelezen?

‘Niemand. Zelfs aan mijn man laat ik niet weten waar mijn boek over gaat, in de tijd dat ik ermee bezig ben. It is my business, and mine only.’

En mag een redacteur commentaar leveren, als het verhaal eenmaal klaar is?

‘Dat mag hij niet. Commentaar leidt af. Je hebt geen advies nodig. Je doet wat je moet doen en dat doe je alleen.’

Zo heeft u het altijd gedaan?

‘Vanaf het begin. Elke keer wordt mij gevraagd; als u een advies mocht geven aan jonge schrijvers, wat zou u dan zeggen? En dan zeg ik: geen advies! Een schrijver moet origineel zijn. Het is prachtig als mensen geraakt zijn door mijn boeken, maar ik kan ook verbaasd zijn, want ik schreef ze niet voor hen. Soms hoor ik van lezers: ‘Uw verhaal, het lijkt wel of het mijn leven is.’ Daar kan ik om lachen, want ik heb nooit aan iemand anders gedacht dan aan mijzelf. Het bewijst natuurlijk dat mensen, of ze nu blank of zwart zijn, vanbinnen op elkaar lijken, waar ook ter wereld.’

Heeft u een voorbeeld gehad, toen u begon met schrijven?

‘Nee. Niemand. Je moet je eigen stem vinden, je eigen techniek.’

In Mali krijgt Ivan onderdak bij Alix en Cristina, beiden telg uit acrobatenfamilies, een wit stel, dat een resort runt.

‘Ik geloof dat liefde van mensen tweelingen kan maken, dat ze zo dicht bij elkaar kunnen zijn dat ze daarop lijken. Alix en Cristina zijn zo.’

Maar zij krijgen te maken met extremistisch geweld. Daar is niks geestigs aan.

‘Ivan kan een tijdje bij hen onderduiken, als hij wordt gezocht vanwege een terreuractie. Ze behandelen hem als hun zoon. Dat is een oude droom van mij; dat een wit stel een zoon kan hebben die niet wit is. Liefde is belangrijker dan de kleur van de huid.’

Maar die liefde eindigt tragisch.

‘Helaas: dromen produceren geen realiteit. Sterker, de realiteit verwondt en doodt de dromen. Maar ik hoop de droom zo krachtig te hebben beschreven, dat je die van het verhaal bijblijft. Volgens sommigen is mij dat gelukt. Dat is wat een schrijver kan bereiken.’

Bij de toekenning van de alternatieve Nobelprijs, eind vorig jaar in Stockholm, werd uw werk geroemd omdat u over man/vrouw-verhoudingen schrijft en over de gevolgen van kolonialisme en postkolonialisme. Kan literatuur bijdragen aan een betere wereld?

‘Literatuur kan het leven niet veranderen, niet verbeteren, kan mensen niet dwingen om beter te worden. Maar het kan mensen wel nieuwe beelden geven, van een wereld die misschien meer hoop biedt dan degene die wij kennen. Lezers kunnen zich daardoor wellicht meer openstellen voor de verschillen in de wereld. Dat kan een boek bewerkstelligen.’

En dat houdt u ook gaande? U blijft aan het werk, ondanks uw beperkingen.

‘Door ziekte kan ik niet meer schrijven. Dus ik heb een maand geleden een vriendin ingeschakeld. Zij neemt drie keer per week met haar computer daarginds plaats, aan mijn bureau. Haar dicteer ik wat ik wil vertellen. Ik gebruik haar als een machine. Het is niet zo aardig om iemand te moeten vragen om een machine te worden. Maar dat is wat ik nodig heb: een paar handen. Zelf kan ik ze niet meer gebruiken, dus iemand anders moet de klus klaren.

‘Ik dicteer, zij typt. Zo hebben we inmiddels één hoofdstuk voltooid van een boek dat ik nog wil schrijven. Dat gaat door. Altijd. Voor een schrijver is het onmogelijk om op te houden. Stoppen is sterven.’

Maryse Condé: Het onwaarschijnlijke en droevige lot van Ivan en Ivana. Uit het Frans vertaald door Martine Woudt. Orlando; 352 pagina’s; € 22,50.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden