‘NEE, IK HEB GEEN MISSIE’

Beiden mezzosopraan, beiden opgegroeid met operazangers als ouders. Jazeker, er bestaat verwantschap tussen Cecilia Bartoli en Maria Malibran (1808-1836), wellicht de allereerste muziekdiva, aan wie Bartoli haar nieuwste cd wijdde....

’Moet je je voorstellen: ze heeft hier aan deze tafel gezeten, bordurend aan dit kleed met al die bloem- en vogelmotieven. Dat kon ze óók al.’

Cecilia Bartoli (41) strijkt even bewonderend over het blad van het eeuwenoude meubelstuk. ‘En dan te bedenken dat ze prachtig acteerde. Dat ze fortepiano en gitaar speelde. Dat ze componeerde. Dat ze schilderde. Dat ze zelf haar gages regelde. En dat ze intussen heel Europa rondreisde, waarbij ze veelal zelf de paarden mende!’

De salontafel is de blikvanger in een al even opvallend voertuig, vandaag geparkeerd onder de bescherming van enkele carabinieri en lange namiddagschaduwen op het Piazza del Giglio in Lucca. Op de flanken van een grote zwarte trailer prijken de beeltenissen van de ‘Toverfee van de Coloratuur’ zelf en de zojuist door haar bezongen handwerkster, de mezzosopraan Maria Malibran (1808-1836), icoon uit de Romantiek, misschien wel de allereerste diva in Europa en de Verenigde Staten, voorloper in vrouwenemancipatie.

Het blijkt een mobiel museum. Binnen is in stemmig uitgelichte vitrines een bonte verzameling te zien: gekreukte affiches waarop ‘Madame Malibran’ wordt aangekondigd, sieraden, brieven van bevriende belcanto-componisten als Bellini en Rossini, originele partituren – alles uit Bartoli’s eigen collectie. ‘Ik verzamel al bijna 15 jaar’, zegt ze met een bijna verontschuldigende glimlach.

De trailer trekt binnenkort Europa door – eind deze maand is de bestemming Amsterdam – om de aandacht te vestigen op haar nieuwste cd Maria, een eerbetoon aan Malibran. Daarmee schudt Bartoli in eendrachtige samenwerking met managers en marketeers (het is Maria’s 200ste geboortejaar) de muziekgeschiedenis weer eens op. Eerder blies Bartoli vooral het stof uit de hoeken van de barok. The Vivaldi Album (1999) zong ze vol met vergeten aria’s van de priester uit Venetië. Op Gluck Italian Arias (2001) stonden dus niet de bekende Franse opera’s van Christoph Willibald Gluck. Met The Salieri Album (2003) nam ze het op voor de jaloerse Mozart-rivaal. Opera Proibita (2005) bevatte oratorium-aria’s van onder anderen Händel en Scarlatti. Gewaagde keuzes, maar haar aanbidders volgen telkens trouw: de oplagen van de cd’s lopen wereldwijd elke keer op naar veelvouden van de honderdduizend.

De naam van Maria Felicia Malibran zal niet overal bellen doen rinkelen, maar in haar eeuw bereikte de dochter van de Andalusische tenor, componist en muziekleraar Manuel del Pópolo Vicente García in Europa de status van idool. Voor haar liep het volk uit, het liet haar niet voorbij gaan voordat ze had gezongen – volgens de overlevering eenmaal onder bedreiging van een pistool. Ze inspireerde onder anderen Felix Mendelssohn Bartholdy, Bellini (‘ik wíl je schrijven af en toe, ik wíl dat je antwoordt, en ik wíl dat onze vriendschap broederlijk is, vol van zorg en liefde’) en Rossini (‘Ah, wat een prachtig wezen!’). Een veel te vroeg einde na een turbulent leven droeg bij aan legendevorming. Ze was 28 jaar nog maar, zwanger, net verlost van de knellende band van het huwelijk met de veel oudere zakenman Eugène Malibran, al tijden gelukkig met de Belgische violist Charles de Bériot, toen ze in 1836 in Londen uit een koets tuimelde, en maanden later in Manchester alsnog aan de verwondingen bezweek.

Aan de salontafel in de trailer zegt Bartoli dat ze verwantschap voelt met Malibran. Dat betreft vooral beider eigenzinnigheid. ‘Ze was onafhankelijk. Ze vocht altijd voor haar artistieke vrijheid, tegen de autoriteiten, tegen de conventies. Alleen al de manier waarop ze acteerde. Haar tijdgenoten, zoals Giuditta Pasta, volgden het klassieke stramien: statig, uitgesproken. Maria bewoog zich juist heel naturel. Dat was niet eerder vertoond.’

Andere parallellen liggen voor het oprapen. Beiden mezzo, beiden opgegroeid met operazangers als ouders; de jonge Maria gedrild door haar extreem dominante vader, Cecilia opgeleid door haar ‘mmm, toch wel minder strenge’ moeder. Beiden stonden op 8-jarige leeftijd voor het eerst op een podium, beiden debuteerden officieel in Il Barbiere di Siviglia – Maria was 16, Cecilia 19.

Ook op Maria, waarmee ze na lange tijd weer de Romantiek betreedt, kiest Bartoli voor een portie ‘obscuur’ materiaal: uit de opera Irene, o L’assedio di Messina van Giovanni Pacini bijvoorbeeld, of Scorette, o Lagrime van Lauro Rossi. Is ze een mezzo met een missie? ‘Nee, ik heb geen missie. Ik heb passie. Door passie vind ik juweeltjes uit de 18de eeuw. Passie leidt me naar de 17de eeuw, dan weer naar de 19de eeuw. Als ik prachtige muziek vind die lang genegeerd is, wil ik dat delen met mijn publiek. Ik vind dat we dat verplicht zijn aan onze componisten. Waar zouden wij als uitvoerende muzikanten zijn zonder componisten?’

Het zijn, geeft ze toe, niet louter haar eigen ideeën die leiden tot ontdekkingstochten. Ze komt erop in samenspraak met dirigenten en musicologen. Vondsten in bibliotheken laat ze zich op microfiche toesturen. ‘Maar als ik tijd heb, ga ik ook zelf op pad.’ Met de oprichting van de Cecilia Bartoli Music Foundation wil ze onderzoek naar en uitvoering van vergeten muziek verder stimuleren.

Het ‘gouden repertoire’ van Verdi en Puccini lijkt nog altijd niet in zicht – ze zou haar volgens kenners ‘kleine’ stem kapot zingen om het voorgeschreven geloei uit de orkestbak partij te kunnen geven. Een confrontatie met verdachtmakingen dat ze door haar aanhoudende concentratie op onbekend werk vergelijkingen met andere primadonna’s uit de weg gaat, leidt tot een kortstondig fortissimo. ‘Ik heb Mozart gedaan. Dat is geen gouden repertoire, dat is plátina repertoire. Ik heb Händel gedaan. Ik ben bepaald niet de enige die Rossini heeft gezongen. Bellini is voor mij net zo goud als Puccini. Weer: ik volg mijn passie en mijn instrument, mijn stem.’

Wat het product Bartoli vandaag de dag inhoudt, blijkt de avond eerder. In het statige Teatro del Giglio presenteert ze haar laatste cd deze maandag voor een gehoor van 300 genodigden, onder begeleiding van het Zwitserse ensemble La Scintilla, dat geheel is uitgerust met authentiek instrumentarium, en laat nu uitgerekend op deze 10de september ook Malibran in dit theater hebben gestaan, maar dan in 1834. ‘Toeval’, bezweert Bartoli. ‘We wisten wel dat Lucca van Marietta hield. En wij houden van Lucca.’

In een wijd uitlopende rode jurk van zijde met zilverkleurige motieven – ontwerp Nina Ricci – is ze het podium opgekomen. Al na de vocale krachtpatserij in de opening E non lo vedo * Son regina uit La figlia dell’aria (1826) van Malibrans vader, met stemmingen en gelaatsuitdrukkingen die bijna per lettergreep in het libretto wisselen, wellen de eerste brava’s op.

Het blijkt dat ze lang niet alles uit de kast heeft gehaald. In Malibrans eigen Rataplan gieren de rrrr’s als de uiterste toeren van een Ferrari-twaalfcilinder tussen de loges. In Air à La Tirolienne van Johann Nepomuk Hummel, oud-leerling van Mozart, slaat ze trefzeker aan het jodelen, ziet kans zelfs daar nog wat coloratuur op te toveren, en zet aan het eind nog even de hand aan de mond – Julie Andrews eat your heart out. En dan blijft vanavond nog Yo que soy Contrabandista achterwege, ook van Manuel García, wel op cd, met ingrediënten uit flamenco en fado, en dus blijft Lucca verstoken van enkele aj-jaj-jaj-ja’s en, blijkens opnames van de dvd, van Bartoli’s op castagnettengeklepper opwippende wenkbrauwen. Maar de zaal is al lang gevallen, en de strijkers van La Scintilla roffelen waarderend met hun stokken op de lessenaars.

Bartoli de dag erna, in een zwart truitje met korte mouwen en pantalon in dezelfde kleur: ‘Ik heb nu veel meer controle over mijn instrument dan twintig jaar geleden. Als je jong bent, leer je, stap voor stap. Nu kan ik er meer van genieten. Je kunt spelen met je stem. Ik voel meer vrijheid.’

Betekende Maria een nieuwe verkenning naar de grenzen van haar vocale vermogens? ‘Het was voor mij een terugkeer naar de pure belcanto, maar dan met een andere dimensie: instrumenten uit die tijd. Dat maakt veel verschil. Het is niet alleen de lagere stemming. De violen zijn darmbesnaard, de blaasinstrumenten zijn van hout, niet van metaal. Zo ontstaat een heel ander geluid. Het experiment zit hem ook in de dialoog tussen stem en instrument. Zoals gisteravond in Infelice van Mendelssohn, met de viool die er echt de partij van een geliefde heeft. Ik vind het fascinerend. Nieuw was ook dat we hebben gewerkt met de echte manuscripten, van Bellini, van Giovanni Pacini. Pas zo kun je proberen de muziek te begrijpen, te volgen en te dienen. Dichterbij de intenties van de componist kun je niet komen.’

En zo kwam ze er in Rome achter dat Bellini de evergreen Casta Diva uit Norma – wie zei ook weer dat Bartoli gouden repertoire mijdt? – veel trager heeft bedoeld dan nu gangbaar is. ‘Casta Diva is een gebed, geschreven voor Pasta, een mezzosopraan. Het moet langzaam, zacht. Ik dacht: oh mijn God. Wat moet ik doen? De grootste diva’s hebben het anders gezongen, de uitvoering van Maria Callas was prachtig. Maar zij was een sopraan, werd begeleid door moderne instrumenten, baseerde zich ook op eerdere versies. Mijn werk is het origineel te volgen. Piano, pianissimo, sotto voce. Het staat er.’

Of ze ook met haar stem het geluid van Malibran benadert, weet ze niet. ‘Aan de hand van de muziek die speciaal voor haar is gecomponeerd, kun je wel tot een soort reconstructie komen. Ze had een enorm bereik, drie octaven bijna, en moet een grote flexibiliteit hebben gehad. De sprongen zijn groot. Uit recensies kun je weer opmaken dat ze sterk was in de lage en hoge registers, en wat minder in de middelste regionen. Maar vergeet niet: haar stem was nog in ontwikkeling toen ze stierf.’

Zou het publiek het nu ook mooi hebben gevonden? ‘Ik denk het wel. Ik twijfel er niet aan dat ze vandaag de dag ook succes had gehad, maar dan als een soort Madonna. Met haar charisma en persoonlijkheid zou ze iedereen opnieuw hebben kunnen overtuigen.’

Na het concert staan tafels met gevulde champagneglazen gereed op het Piazza del Giglio, later volgt een diner voor de genodigden in de weelderige tuin van een palazzo verderop in de stad – de ster van de avond komt hen straks alle driehonderd persoonlijk de hand drukken. De zwarte Bartoli-truck baadt in het licht van de schijnwerpers. ‘Vielen dank, MAN, vielen dank’, kirt de mezzo, voordat de gordijnen aan de achterzijde voor het eerst opengaan. De baas van de vrachtwagenfabriek meldt nog dat dit type trekker juist vandaag aan de vakpers in München is voorgesteld, maar beseft bijtijds dat de wereld van de vlam in de pijp niet is besteed aan het in galatenue gestoken gezelschap.

Bartoli: ‘Er is commercie ja, maar alles begint met passie. Ik wil graag dat een cd een intellectuele waarde heeft, een culturele, een historische. Maar je moet het product wel verkopen. Met commercie alleen red je het niet.’ Ze pakt het boek dat de cd en dvd begeleidt. ‘Dit is 15 jaar onderzoek.’

Een foto contrasteert scherp met de vampachtige poses van Bartoli elders in het naslagwerk. De kinderloze diva draagt een dodenmasker van Malibran als een baby in haar arm. Ze reageert omzichtig op toespelingen op haar persoonlijke situatie. ‘Dat masker toont eigenlijk het ware gezicht van Maria. Ik wilde zo laten zien dat zij ondanks haar populariteit ook dramatische momenten heeft gekend, zoals veel diva’s meemaken. In elk leven doemen schaduwen op. In dat van Malibran. En in dat van mij.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden