Nederlandse Romantiek is van kaliber Efteling

De schilders van de Haagse School zagen zichzelf graag als de eerste generatie Nederlandse schilders die er op uit trok om de werkelijkheid vol armoede en misère in beeld te brengen. Toch waren de Nederlandse Romantici - in tegenstelling tot hun buitenlandse collega's - wars van grote gevoelens. Ze hielden van knus en pittoresk.











De Romantiek en de Haagse School. Haags Gemeentemuseum, t/m 25 september

In de catalogus van de tentoonstelling De Romantiek en de Haagse School staan vergelijkbare afbeeldingen afgedrukt die de connectie met de Gouden Eeuw leggen, zoals foto’s van de schilders gestoken in 17de-eeuwse kostuums, inclusief sjerp, pofbroek en wambuis. Een gekke vertoning, omdat de schilders van de Haagse School zichzelf graag zagen als de eerste generatie Nederlandse schilders die er op uit trok, om de werkelijkheid vol armoede en misère in beeld te brengen.

Willem Roelofs, Jozef Israëls, J.H. Weissenbruch, Jacob, Willem en Matthijs Maris, Anton Mauve en Hendrik Willem Mesdag werden inderdaad bekend door hun realistische stijl. Velen waren daarvoor speciaal afgereisd naar het Franse Barbizon, waar halverwege de 19de eeuw het epicentrum lag van het schilderen in de buitenlucht en de vrije natuur, met schilders als Millet, Rousseau, Daubigny en Corot.

De tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag probeert nu dat imago aan te passen. Dat de Haagse School niet enkel geënt was op de rauwe realiteit, maar ook zijn oorsprong kende in de romantiek. In de hang naar fantasie en verhalen; heimwee en verlangen naar een verloren gewaand gevoel van onschuld. Op de landschapschilderijen slingeren rivieren door het vlakke land, liggen koeien te herkauwen in het poldergras of schaatsen minuscule figuurtjes over een bevroren meertje. Dat soort taferelen: pittoresk als Marten Toonder, knus als Anton Pieck.

Blijkbaar waren de Nederlandse (en Haagse) romantici niet de vertolkers van de grote gevoelens, zoals dat in het buitenland gebeurde. In Duitsland schilderde Casper David Friedrich eenzame monniken aan langgerekte stranden en verdwaalde wandelaars te midden van immense bergmassieven. De Fransman Theodore Géricault schilderde een vlot vol drenkelingen tussen schuimende golven. En de Engelse Prerafaëlieten verbeeldden liefdesverdriet en zelfmoordneigingen.

De Nederlandse romantiek in de 19de eeuw was eerder van het kaliber Madurodam of Efteling: gezellige bakstenen huizen en een kerk aan de horizon, met een uitgestrekte blauwe vrieslucht of stapelwolken. Niet te veel drama en zeker geen heroïek, hoewel de Nederlandse natuur, met zijn zee, brede rivieren en veranderlijk weer, zich daar toch uitermate toe leende.

Reden dat de overgang van romantiek naar realisme, rond 1880, zich haast onopgemerkt voltrok: de twee stijlen lagen in elkaars verlengde. De kunstenaars mochten dan meer dan voorheen naar de werkelijkheid kijken, wat ze zagen en hoe ze het verbeeldden bleef nagenoeg even idyllisch: koeien, molens, schepen en schaatsende kinderen.

Uitzonderingen zijn de eigenwijze verfexperimenten van Matthijs Maris, de lichte landschappen van J.H. Weissenbruch en het authentieke (maar kitscherige) vissers-sentiment van Jozef Israëls. Voor de overige schilders geldt dat ze de traditie in stand hielden. Zo ingetogen hun romantische schilderijen waren, zo mild was hun kijk op de realiteit van schaapherders en molens, passend in bestaande beeldconventies van hoe je een interieur schildert, een naaister op haar stoel, een koe in de wei.

Geen verrassend rauw realisme dus. Eerder een consolidatie van wat al bestond, gebaseerd op de verworvenheden uit de 17de eeuw – want dat was de bakermat waarop de 19de eeuw zich richtte, politiek, economisch en artistiek.

De tentoonstelling geeft niet alleen een beeld van de Haagse School als een voortzetting van de romantiek, maar ook als een brave, retorische herhaling van wat Ruysdael, Hobbema en Steen twee eeuwen eerder al hadden gedaan. Wellicht in een iets meer eigentijds uiterlijk, maar voortkabbelend op de verworvenheden van de Gouden Eeuw. Blijkt die (spot)prent over Israëls nog aardig te kloppen.

De Romantiek en de Haagse School. Haags Gemeentemuseum, t/m 25 september. www.gemeentemuseum.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.