Nederlandse koloniale sporen in Brazilië

In de jaren tachtig maakte ik met beeldend kunstenaar Jeroen Henneman voor het blad Avenue een reis door Brazilië. Henneman was de illustrator en fotograaf van dienst, terwijl ik een reportage zou schrijven over Nederlandse sporen in Brazilië.

De grote man in dit deel van ons koloniaal verleden is Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604-1679), oudoom van Willem van Oranje. In 1636 voer hij met drieduizend soldaten voor de West-Indische Compagnie naar Brazilië, waar hij aan land ging in de provincie Pernambuco.

Johan Maurits, die de bijnaam 'de Braziliaan' zou krijgen, verjoeg de Portugezen en probeerde aan de andere kant van de wereld een Hollands rijk te stichten. Geen sinecure als je bedenkt dat hij met een paar duizend man een paar miljoen vierkante kilometer moest controleren. Erg lang wisten de Nederlanders zich dan ook niet te handhaven. In 1654 was het avontuur afgelopen en werd de kolonie aan Portugal teruggegeven. In ruil daarvoor zagen de Portugezen af van hun aanspraken in Azië en betaalden zij ook nog eens 63 ton aan goud.

Niettemin zijn er nog heel wat Hollandse sporen in Brazilië. Langs de kust van Salvador tot aan het noordelijk gelegen Natal vind je forten en vestingen die door Nederlanders zijn gebouwd. Soms staat er nog een oud-Hollands kanon, waarvan de loop op zee is gericht. Het is even zoeken, maar er zijn verschillende terreinen waar Hollanders en Portugezen veldslagen hebben geleverd onder een onbarmhartig schijnende zon. Als ik het mij goed herinner bevindt zich in de deelstaat Bahia een katholiek kerkje waar de martelaren worden herdacht die zijn gevallen onder de wrede hand van kapers uit Veere of Vlissingen.

Johan Maurits wordt in onze geschiedenis geroemd om zijn verlichte houding. Hij wordt ook wel 'de humanist' genoemd. Wat je je daarbij moet voorstellen, is niet helemaal duidelijk. Zo stuurde Johan Maurits admiraal Cornelis Jol, bijgenaamd Houtenbeen, naar Angola om een slavendepot te veroveren. Toch was Johan Maurits zeer geïnteresseerd in wetenschap, kunst en cultuur. Aan hem hebben wij te danken dat de schilders Frans Post en Albert Eckhout het Braziliaanse leven hebben vastgelegd.

Als heiden kon je onder Johan Maurits het leven enigszins veraangenamen door middel van bekering. Vandaar dat in Brazilië nog indianen rondlopen met gereformeerde voorouders die zijn opgevoed in een fijn-calvinistische traditie. Maar zoals altijd heeft een koloniaal verleden ook een duistere kant. Op de site van het Katholiek Nieuwsblad lees ik dat paus Franciscus in oktober dertig Braziliaanse martelaren heilig zal verklaren die door Nederlandse calvinisten werden gemarteld en vermoord. Zeventien jaar geleden zijn zij al zaligverklaard door Johannes Paulus II, maar hun lot wordt binnen de kerk zo belangrijk geacht dat zij een upgrade hebben gekregen naar heiligheid.

Rio São Francisco door Frans Post.

Het is ook niet gering wat hun is overkomen. Op 16 juli 1645 werd tijdens de mis in Cunhau de keel van de jezuïtische pater Andrea de Soveral doorgesneden door Nederlandse soldaten. Ook tientallen kerkgangers werden omgebracht en daar bleef het niet bij. Bij een razzia in Natal, waar nog steeds Fort Keulen staat, werd boer Matteo Moreira via de rug het hart uitgerukt, hetgeen gebeurde terwijl hij nog leefde. Zijn laatste woorden zouden geweest zijn: 'Geprezen zij het Allerheiligst Sacrament.' Al deze martelaren hadden geweigerd het katholieke geloof af te zweren en waren daarvoor door de misdadige Nederlanders gestraft met de dood.

Toch goed dat er een paus is, om Gerard Reve te parafraseren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden