Interview Dj The Flexican

Nederlandse dj The Flexican voelt de latin vibes wel

Voor de Nederlandse dj The Flexican komt Kerst vroeg. Het Motown van de latin vroeg hem hun catalogus te remixen. ‘Whoa!’ Hoe gaat hij dat doen?

The Flexican. Beeld Daniel Cohen

Zo’n twee jaar geleden kreeg Thomás Goethals dat mailtje waarvan hij meteen dacht: ‘O, shit!’ Per digitale post deelde het New Yorkse platenlabel Fania ­Records hem mee dat ze de eigendomsrechten hadden op een door hem gebruikt muziekfragment. Als dj The Flexican had hij in Bumaye (2005), zijn megahit met rapper Typhoon, wat geleende latinblazers ingebouwd. Het is het soepele riffje dat na eerste beluistering meteen kampeert in je hersenpan. Ennuh, daar was niet voor betaald.

Goethals: ‘Dus ik stuur een mailtje ­terug dat ze bij mijn platenlabel moesten zijn, en dat die waarschijnlijk vergeten was de sample te ­clearen.’

Per ommegaande kreeg hij een bericht terug dat ze helemaal geen zin hadden in ­gerechtelijk gedoe, maar dat hij als tegenprestatie wel iets voor hen kon doen. ‘Of ik misschien remixen wilde maken van nummers uit hun catalogus. Ik mocht naar hartenlust kiezen uit een archief van vierduizend gedigitaliseerde mastertapes.’ En toen dacht Goethals: ‘Whoa!’

Want het in New York gevestigde Fania is hét platenlabel voor latinmuziek. Het heeft met salsa gedaan wat Motown deed voor soulpop: het genre megapopulair maken. ­Giganten als Celia Cruz, Willie ­Colón, Rubén Blades en Ray Barretto hebben opgenomen voor het label.

Een buitenkansje dus voor een dj als Goethals, die weliswaar een ­hiphopachtergrond heeft en uit de hiphopcrew Flinke Namen komt, maar voor wie het ook een tweede natuur is om over muziekgrenzen heen te kijken. Ook op Amsterdam Dance Event zal latindance een onderdeel vormen van zijn dj-set, maar Goethals draait net zo goed hiphop, house en pophits als abstractere elektronische muziek.

Bovendien heeft de 35-jarige ­Goethals een Mexicaanse vader en woonde hij tot zijn 9de in Mexico-Stad (Flexican is een samentrekking van flexible en Mexican). De affiniteit met Latijns-Amerikaanse muziek zit erin gebakken. Hij heeft met zijn laatste single Come to Me al een voorproefje ­gegeven van de vrijage tussen klassieke latin en moderne dancebeats. 

In zijn studio in Amsterdam vertelt hij dat hij niet de eerste dj annex producer is die los mocht gaan in de schatkamer van Fania. Eerder dompelden ‘Little’ Louie Vega, van het New Yorkse houseduo Masters At Work, en de Britse muziekpaus ­Gilles Peterson zich al onder in het ­archief en doken zij pareltjes op.

The Flexican. Beeld Daniel Cohen

Volgens Goethals wil Fania met het uitrollen van de rode loper voor dj’s en producers nieuwe luisteraars aan zich binden. ‘Je ziet het ook aan hun site, waar feesten met dj’s staan aangekondigd, en de heruitgave van honderden albums, waarmee ze al in 2006 zijn begonnen.’

Fania wil voor een nieuwe generatie relevant worden en Goethals mag daarbij helpen. Ja, noem hem een ambassadeur. Iemand die die ‘vette, strakke shit van toen’ wil ontsluiten voor mensen die denken dat latin muziek alleen maar ‘feeling hot, hot, hot’ is, of platte reggaeton. Maar hij hoedt zich voor oude salsa in nieuwe zakken.

‘Alleen maar een remix, waarbij wat moderne beats zijn toegevoegd aan het origineel, dat werkt niet. Je voelt aan de online respons dat het concept van louter een remix weinig weerklank vindt. Niet verwonderlijk. Het nieuwe publiek kent die nummers niet en heeft te weinig aansluiting met het genre, ook al is het in een hip jasje gestoken. En de oudere generatie heeft helemaal geen boodschap aan een remix. Die wil gewoon het ­origineel horen.’

Bovendien is alleen een remix ­maken voor hem te gemakzuchtig. De enige manier die Goethals interessant vindt om met het historische materiaal nieuw publiek aan te ­boren, is om er iets heel nieuws van te maken.

‘Ik gebruik samples van die oude platen, maar plaats ze in een heel andere context. Ik vind het tof een crossover te maken met muzikanten en vocalisten van een jongere generatie. En dan hoeft het eindresultaat niet eens meer binnen het klassieke latingenre te vallen.’

Toen Goethals Typhoon liet rappen op een sample van het nummer Maria Lionza van Rubén Blades en Willie ­Colón uit 1978, voor zijn nummer ­Bumaye, ontstond er een hiphoptrack met een vleugje latin. De remixversie en wereldhit van Major Lazer, Watch Out for This (Bumaye) (2013), is Jamaicaanse dancehall geworden. Voor Come to Me, zijn eerste single waarop hij met goedkeuring stoeit met ­Fania-archiefmateriaal, heeft hij de jonge Nederlandse zangeres Feliciana nieuwe melodielijnen laten zingen over de blazers van salsaband Sonora Ponceña, die nu worden opgezweept door elektronische beats. Noem het latindancepop, noem het moderne eclectische dance; het is in ieder geval de klassieke salsa voorbij.

Goethals denkt niet dat daarmee het eindresultaat zo is losgezongen van het oude materiaal. Of dat hij zijn doel voorbij schiet en dat een jonger publiek helemaal niet aan de salsa gaat. ‘Die samples maken de nummers. Daar zit hun ziel in. En volgens mij maakt dat mensen benieuwd naar het origineel.’

Vergelijk het met de manier waarop al die samples uit oude soul- en funknummers in hiphop zijn gebruikt en fans hebben aangezet het basismateriaal op te zoeken. Of hoe liefhebbers, door Public Enemy en Snoop Dogg, nader tot aartsvaders van de funk James Brown en George Clinton kwamen.

En de sterren staan gunstig. Latin en hedendaagse pop zijn in Amerika al hevig met elkaar aan het flirten. Rapper Cardi B had eerder dit jaar een nummer-1-hit met I Like It. Een song met een sample van Pete Rodriguez’ I Like It Like That (1967), indertijd ook bij Fania verschenen. De typische pianomotiefjes in latinnummers zijn nu streng door bas- en snaredrum ingekaderd, terwijl Cardi B haar raps daar overheen stort. De romantische reggaetonzomerhit Despacito van Luis Fonsi was vorig jaar niet uit de hit­lijsten te slaan. En dan is er ook nog ­latin-trap, de combi van Puerto ­Ricaanse reggaeton en Amerikaanse trap, een elektronisch subgenre van hiphop. Bad Bunny, een van de grootste sterren in het genre, heeft als rapper op Cardi B’s I Like It al de oversteek gemaakt en is ook in de Verenigde ­Staten mateloos populair.

Goethals: ‘Je hoort nu een heleboel combinaties van Latijns-Amerikaanse muziek en pop, maar zelfs in klassieke latin zijn er zo veel subgenres ontstaan, van boogaloo tot latinjazz. Er valt nog zo veel te ontdekken. Ik heb al een databank gemaakt van de intro’s en outro’s van alle live-­albums van Fania. En ik wil ook naar New York, naar de plek waar die mastertapes liggen opgeslagen. Ik wil daar de geschiedenis voelen.’

The Flexican draait op 18/10 in de Kopstootbar en 21/10 op het ­Sexyland Festival.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden