Nieuws Tilted Head ­

Nederlands kunstenaar maakt 4 meter hoog beeld in Central Park. ‘Je moet iets maken dat tegelijkertijd groot en klein voelt’

Te midden van alle haast en herrie op Manhattan ligt daar ineens dat hoofd, als een rotsHet hoofd ligt daar op de hoek van Central Park in New York, schuin op zijn kant, alsof het zojuist als een meteoriet uit de hemel is komen vallen, vlak naast een hotdogkraam.

Mark Manders naast zijn beeld. Beeld Liz Ligon, Courtesy of Public Art Fund, NY.

En tegelijk is het alsof het hoofd er altijd al was. Gevormd uit oeroud gesteente, zoals dat op andere plekken in Central Park boven de grond komt. Wie het hoofd vanuit het park nadert, ziet precies dat: het achterhoofd, een rots. ‘Ja ja’, knikt Mark Manders. ‘Dat vind ik mooi: dat je het gevoel hebt dat het nieuw is, net achtergelaten, én dat het er altijd al was. En dat het ook zo weer weg kan zijn.’

Tilted Head ­heet het gekantelde vrouwenhoofd van bijna 4 meter hoog. Manders maakte het op verzoek van het Public Art Fund, de stichting die gerenommeerde internationale kunstenaars de opdracht geeft kunst te maken voor de openbare ruimte van New York.

Reusachtige spinnen

Zo plaatste Louise Bourgeois ooit haar reusachtige spinnen aan de voet van het Rocke­feller Center en ­creëerde Olafur Eliasson enorme ­watervallen in de baai van New York. Manders werd acht jaar geleden voor de prestigieuze opdracht gevraagd. Sinds woensdag is zijn hoofd voor het publiek zichtbaar. Tijdelijk: na 1  september wordt het weer weg­gehaald.

De keuze voor Manders (50) is even voor de hand liggend als merkwaardig. De Nederlandse, in België wonende kunstenaar is een bekende in het internationale tentoonstellingscircuit. Hij vertegenwoordigde ­Nederland onder meer op de biën­nales van Venetië en Sao Paulo. Vooral in de VS is hij geliefd; zijn uit hout, klei, brons of gips opgetrokken sculpturen bevinden zich in maar liefst 21 openbare Amerikaanse collecties, onder meer in die van het MoMA en het Guggenheim Museum. Niet vreemd dat het Public Art Fund aan hem dacht.

Tegelijk lijken zijn bedachtzame beelden – mysterieus, poëtisch, verstild – vooral geschikt voor rustige museumzalen. Sinds 1986 verbant Manders elke verwijzing naar de tijd uit zijn werken en zijn tentoonstellingen; niets mag verraden wanneer het werk is gemaakt. ‘Je kunt zijn werk niet snel bekijken’, zei curator ­Lorenzo Benedetti, toen hij Manders in 2013 aandroeg voor de Biënnale van Venetië. ‘Het moet gezien worden in tijd en rust.’

Stilstaande film

Wat doet Manders dan in Manhattan? Op een hectisch kruispunt nog wel, niet ver van de Trump Tower, waar de toeterende taxi’s van Fifth Avenue zich vermengen met de toeristenstroom en de paardenkoetsjes voor het park? ‘Ik heb werken in de openbare ruimte lang tegengehouden’, zegt Manders terwijl hij zijn pas geplaatste beeld inspecteert. ‘Ik vind het super om tentoonstellingen te ­maken en ruimten naar mijn hand te zetten, alles stil te zetten. Een ­tentoonstelling van mij, dat is ­eigenlijk een stilstaande film die je binnenloopt, en de bezoeker is een soort ­camera. Dat is hier niet aan de orde. Hier is het een en al beweging. En de zon draait, en dan komt er ook nog eens een wolk voor.’

Waarom hij er toch aan begon? Vanwege de locatie. Manders zag de problemen van de plek. ‘En problemen zijn fijn, ik vind het heerlijk ze op te lossen.’

Zoals in dit geval: de hoogte van de omliggende wolkenkrabbers. ‘Daar win je het nooit van. Dus moet je iets maken dat tegelijkertijd groot en klein voelt.’ Bovendien, zegt Manders, ‘is dit een stad waar altijd een soort paniek is. Altijd haast. Dus moet je iets korts zeggen. Iets dat één geluid maakt.’

Francesca 

Het werd een soort zachte bonk: aan de achterkant oogt het beeld als een uit de kluiten gewassen homp klei die de kunstenaar in zijn werkplaats heeft achtergelaten (al is het geen klei maar brons, dat vervolgens zo is beschilderd dat het op klei lijkt). Onder het gevaarte steken nog net twee stoeltjes en een koffer uit. Aan de voorkant is er dat sereen ogende gezicht, dat net als de andere hoofden van Manders verwijst naar de vrouwen op de schilderijen van Piero della Francesca (1416-1492). En in dit specifieke geval, ook naar de ­Sleeping Muses, de liggende brozen en marmeren hoofden die beeldhouwer Constatin Brancusi, een grote held van Manders, steeds verder abstraheerde.

Tilted Head is precies goed, vindt Manders, terwijl hij zijn hand over de scheuren in het brons laat glijden. ‘Ik vind het ook mooi dat het zo’n stil beeld is. En dat de stad er als een vooruitgespoelde film omheen draait.’

Het eerste en enige andere beeld dat Mark Manders voor de publieke ruimte maakte, naast zijn Tilted Head in New York, staat op het Rokin in Amsterdam. Het is een bronzen fontein die bestaat uit twee vrouwenbustes, met de achterhoofden naar elkaar toegekeerd en waarover water sijpelt. ‘Ik wilde iets maken dat voor echt bij de stad hoort’, zegt Manders. ‘En waarvan je het gevoel hebt dat het er al honderd jaar staat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden