'Nederlanders zijn een beetje horkerig’

Nieuwsgierigheid is niet voorbehouden aan journalisten. Het zomerkatern Intermezzo laat daarom lezers de vragen stellen. Deze keer: Philip Freriks, Journaal-presentator en francofiel.

Heeft u altijd al Philip geheten, of was het vóór uw vertrek naar Frankrijk gewoon Flip? (Inge Keppels, Gorinchem)
‘Flip ben ik voor intimi, Philip ben ik gaan gebruiken toen ik ging schrijven, op mijn zestiende, voor het Nieuw Utrechts Dagblad. Ik was roeimedewerker. Dat deed ik ook zelf, roeien.’

Was u als francofiel niet liever in Frankrijk geboren, en daar nieuwslezer geworden? (Roland Danckaert, Herkenbosch)

‘Ik ben hier geboren en getogen, en het Nederlands is mijn moedertaal. Dat is de taal waarin ik werk en me uitdruk. Ik spreek heel goed Frans, maar er is een verschil tussen zeggen en schrijven, zeker als je dat een beetje subtiel en ironisch wilt doen, zoals ik.’

U houdt van Frankrijk, maar wat bevalt u er niet aan? ‘O, van alles. Bijvoorbeeld een bepaald soort Franse bourgeoisie. Nuffige mensen, die altijd heel formalistisch blijven meneren en mevrouwen, hoe lang je ze ook kent. En de bureaucratie is irritant. Nederland is veel minder bureaucratisch dan Frankrijk.’

Hebt u iets met hét sportevenement van Frankrijk, de Tour de France? Le tour de fifi (een door Freriks gemaakt onderdeel van Studio Sportzomer, red.) gaat niet over wielrennen. ‘Ik ben geen wielerkenner, maar ik volg de Tour wel altijd. Toen ik nog een jongetje was, waren wielrenners mijn helden. We hielden wedstrijdjes in de buurt. Dan was ik Wout Wagtmans of Wim van Est, en reden we het rondje van De Meern, met twee cols: eerst de hoge brug over het Amsterdam-Rijnkanaal en dan weer terug over de andere brug. Een kilometer of zes. Dat rondje deden we op lange zomeravonden wel een paar keer, met eindsprint en al.

‘Ik vind de bergetappes in de Tour geweldig om naar te kijken, daar maken ze één grote Frankrijkshow van, fantastisch. Mijn schoonmoeder van 95 jaar kijkt ook. Ze kent niet één renner van naam, maar ze vindt het prachtig.’

Bent u als nieuwslezer weleens emotioneel, en hoe gaat u daarmee om? (Truus Jonker, Maastricht)

‘Ik ben in het verleden behoorlijk emotioneel geweest toen ik de dood van goede vrienden moest aankondigen. Haye Thomas, Joop van Tijn, Maarten van Traa. Maar in de regel is het je reflex om ook nieuws dat heel ingrijpend is, professioneel goed te brengen. Ik was erbij op 11 september 2001 ’s middags, we zijn toen onmiddellijk op zender gegaan. Je begrijpt op zo’n moment dat er iets heel belangrijks is gebeurd, maar het gaat er toch vooral om dat je die gebeurtenis zo goed mogelijk verslaat.

‘Ik heb mezelf wel eens afgevraagd: ben ik nou zo ontzettend gepantserd dat al die narigheid me niets meer doet? Dat is niet zo. Er zijn bepaalde dingen die blijven haken. Maar dat merk je pas later.’

Geen emoties, maar wel een persoonlijke stijl. ‘Ja. Ik ben ook geen nieuwslezer, maar een nieuwspresentator. Nieuws lezen is zoiets als ‘Hier is de nieuwsdienst, verzorgd door het ANP’. Dat wil ik niet. Het Journaal moet als een krant zijn: die brengt hard nieuws, maar ook cursiefjes.’

Wat vindt u als presentator van Het Groot Dictee van ons spellingssysteem? (Annemieke Bonnema, Tiel)

‘Spellingshervorming is geen onzin, maar het mag wat mij betreft wel een tandje minder. Bij het dictee ontkom je er niet aan, dat moet nou eenmaal één regel hanteren: het Groene Boekje.’

Hoeveel fouten maakt uzelf in dat Dictee? ‘Zo’n Dictee groeit. Er komt een basistekst, daar worden weer dingen aan veranderd. Ik heb wel eens een keer meegeschreven toen het dictee al was opgenomen, en ik het dus al had voorgelezen. Toen had ik toch nog zeven fouten! Ik ben niet zo goed in koppeltekens en zo. Ik heb al die regels ook niet paraat. En dat moet wel op het moment dat je schrijft.’

Gaat u in de toekomst nog een keer een meridiaanwandeling organiseren? (Saskia van de Pas, Leiden)

‘Jazeker. Dit jaar heb ik er geen tijd voor gehad, maar ik heb het in het verleden wel een aantal keren gedaan. Dan liepen er een stuk of dertig mensen mee. Het is altijd een enorm succes. De avond tevoren spreken we af in een restaurant, daar hou ik een kleine inleiding. En de dag erop lopen we die wandeling.’

Hoe denkt u over schnabbelen? (Hans de Bie, Amstelveen)

‘Ik doe politieke bijeenkomsten absoluut niet, reclame al helemaal niet. Zulke dingen zijn niet verenigbaar met mijn werk, en ikzelf zou niet meer geloofwaardig zijn.’ En goede doelen? ‘Daar moet je voorzichtig mee zijn, want als je er één doet, moet je ook de volgende doen. Bovendien: het is allemaal goed bedoeld, maar soms schieten ze hun doel een beetje voorbij.’

Al die BN’ers die worden ingevlogen om naast een ziek Afrikaans kindje een gironummer omhoog te houden. ‘Ik wil niet zo onaardig zijn om het zo te zeggen, maar dat bedoel ik, ja.’

Wie zijn uw favoriete Franse schrijvers? (Ge Peters, Nijmegen)

‘Ik lees graag de 19de-eeuwse klassieken: Balzac, De Maupassant, Flaubert. Het laatste Franstalige boek dat ik heb gelezen, Les Bienveillantes van de Franstalige Amerikaan Jonathan Littell, is een boek waar ik voor het eerst in veertig jaar ’s nachts van wakker heb gelegen.

‘Het is geschreven vanuit het perspectief van een SS-officier. Een psychopaat, maar ook een briljante man. Hij is na de Tweede Wereldoorlog ontsnapt, en schrijft zijn herinneringen op. Een verschrikkelijk boek. Die officier beschrijft heel precies wat er gebeurt – de gruwelijke moordpartijen waarbij hij betrokken is, maar ook een gezellig dinertje met zijn vrienden. Het is zó opgeschreven dat je denkt: ik had het zelf kunnen zijn.’

Wat gaat u doen na 2009, als uw contract bij het Journaal afloopt? Een eigen programma maken? (Arjen Scholte, Assen)

‘Er zijn verschillende plannen voor boeken, niet voor programma’s. Vroeger kon je een programma bedenken en ontwikkelen met de omroep waarvoor je werkte. Tegenwoordig komen producenten met een format waar je in moet passen, dan mag je zes afleveringen maken en moet je bovendien eerst een pilot afleveren. Daar heb ik geen zin in.’

Maar het woord pensioen komt in uw toekomst niet voor. ‘Formeel wel natuurlijk, ik word volgend jaar 65. Maar het is een raar idee, pensioen. Ik denk dat ik tegen die tijd niet meer iets vasts wil, maar wel leuke projecten die je in een paar maanden kunt doen. Daar zijn ook wel plannen voor. En boeken schrijven kun je zelf plannen.’

Nederlanders imiteren de Franse driekusjescultuur en doen alsof ze sommelier zijn. Maar wij hebben geen vanzelfsprekende stijl en charme, daarom staat het allemaal zo onnozel. Wat vindt u? (Frans Kras, Rotterdam)

‘In Bretagne wordt vier keer gezoend, in Parijs twee keer, en dat lijkt me ruim voldoende. Wat de wijn betreft: ook in Frankrijk kan er slap geouwehoerd worden over de afdronk, de neus en meer van dat soort jargon. Ik ben wel blij dat er in Nederland meer aandacht voor wijn is. Dat komt de kwaliteit ten goede.’

Als Sarkozy een week de baan van Balkenende zou overnemen, wat zou hij dan anders doen? (Jan Tolsma, Leiden)

‘Hij zou meteen de regie overnemen, de indruk wekken dat hij de dienst uitmaakt. Hij zou vertellen dat hij binnen een half jaar de fileproblematiek had opgelost, en hoe. Sarkozy is een enorme Macher. Steekt zijn nek uit, is overal bezig. Hij is het regime heel erg aan het presidentialiseren.

‘Retorisch is Sarkozy heel goed. Maar hij wordt in de Franse pers ook wel vergeleken met Berlusconi, een populist. En er zijn inderdaad bepaalde overeenkomsten. Sarkozy wil óók meer greep op de media hebben. Hij vindt dat de hoogste baas van de Franse publieke televisie door hem benoemd moet worden. Hij wil dat de publieke omroep reclamevrij wordt; dat is gunstig voor de private stations, vriendjes van hem.’

TV5 is in veel gemeenten van de kabel gehaald. De Frans-Duitse cultuurzender Arte wil men niet opnemen, die heeft te lage kijkcijfers. Wat vindt u daarvan? (Ineke Bekker, Arnhem)

‘Dat TV5 van de kabel is gehaald, zegt meer over Nederland dan over Frankrijk. Nederland denkt zo langzamerhand alleen nog maar in termen van commercie. Alles wat neigt naar cultuur, daar moeten we maar niet aan beginnen, of anders ergens wegstoppen. Een behoorlijke cultuurzender is er niet, zelfs niet bij de publieke omroep. Dat irriteert me, het is een verarming.’

Dat vindt u in Frankrijk wél. ‘Ja.’ Wat dat betreft voelt u zich meer in Frankrijk thuis. ‘Frankrijk was een jongensdroom. Daar gebeurde het, zogenaamd. Ik heb mezelf destijds een vrij heftige inburgeringscursus opgelegd, en dat is ontzettend goed gelukt. Het gevolg daarvan is dat je tussen twee werelden in komt te hangen. Je weekt je een beetje los van het ene land, zonder dat je tot in de diepste vezels van het andere land doordringt. Een heel groot gebied is jouw gebied: van Roodeschool tot en met Corsica. Tegelijk heb je dat typische migrantengevoel: dat je noch in het ene, noch in het andere land helemaal thuishoort.

‘Er zijn dingen die, omdat je zo lang in Frankrijk hebt gezeten, in Nederland een beetje schuren. Subtiele dingen, met name in de omgangsvormen. Zo maak ik me weleens kwaad dat er in een Nederlands restaurant niemand naar me toekomt om me te ontvangen. In Frankrijk word je verwelkomd. Maar Nederlanders zijn gewend binnen te komen en plompverloren ergens te gaan zitten. Ze zijn vaak een beetje horkerig.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden