'Nederlanders gezien als tweederangs muzikanten, schaf conservatoria af'

Er zijn niet alleen te veel muziekstudenten, maar ook te veel conservatoria. Zeker zes van de negen conservatoria zouden opgeheven kunnen worden, vinden (oud-)bestuurders en (oud-)docenten van met name conservatoria in de Randstad.

Leden van het Koninklijk Conservatorium protesteren in Den Haag tegen de bezuinigingsplannen van het kabinet. © ANP

Het is een radicale opvatting op het moment dat staatssecretaris Zijlstra zich buigt over de toekomst van de kunstopleidingen. Het kabinet wil dat minder studenten een kunstopleiding aan een van de hogescholen volgen. De HBO-raad stelde daarom vorige maand voor het aantal jazz- en klassieke muziekstudenten met 10 procent te reduceren.

Uit een rondgang langs (oud-)bestuurders en (oud-)docenten blijkt echter dat een deel van het Nederlandse muziekonderwijs om een veel grondiger herziening vraagt. Door zeker zes van de negen conservatoria op te heffen, komt geld vrij dat kan worden besteed aan twee tot drie topconservatoria en goede begeleiding van jong talent; aan kwaliteit in plaats van kwantiteit. In de internationale muziekwereld worden Nederlandse studenten gezien als tweederangs muzikanten. Vooral buitenlandse musici maken kans op een baan bij de orkesten.

Het zijn vooral de randstedelijke conservatoria die voor zo'n radicale verandering voelen. De provinciale conservatoria zijn tegen. Daar leeft de stellige overtuiging dat een regionaal conservatorium de omgeving culturele glans geeft. Tot ergernis van de Randstad, waar de opvatting heerst dat de provincie regionale trots voor landelijke kwaliteit laat gaan.

Henk van der Meulen, directeur van het conservatorium in Den Haag, ervaart dat 'sommige hogescholen' in de provincies politiek zwaarder laten wegen dan muzikale inhoud. 'Je kunt ook moeilijk van opleidingen verwachten dat ze zichzelf opheffen. Toch vind ik dat die culturele trots van een stad of regio minder zwaar zou moeten meetellen. We moeten ons op kwaliteit concentreren.'

'Tussen de Nederlandse conservatoria bestaan geen verschillen in kwaliteit', zegt Harrie van den Elsen, directeur van het Conservatorium Maastricht. De argumenten voor minder muziekopleidingen komen louter voort uit eigenbelang. 'Ik vind het jammer dat de hogescholen uiteindelijk vanwege de strijd om het budget alleen voor zichzelf gaan en het belang van een goede infrastructuur ondermijnen.'

Maar het grote aantal conservatoria leidt ertoe dat ook zwakke kandidaten altijd wel ergens worden toegelaten, zegt pianist Martyn van den Hoek, docent aan het Utrechts Conservatorium en in 1986 winnaar van het eerste internationaal Frans Liszt Pianoconcours. 'Wie niet wordt toegelaten in Amsterdam, probeert het in Den Haag en vervolgens bij de andere conservatoria. Net zolang tot hij een plaatsje heeft. Zo kan er bij het ene conservatorium een student worden aangenomen voor een master, waar een ander conservatorium diezelfde student niet eens voor de bachelor zou aannemen.'

Deze gang van zaken is 'algemeen bekend', beaamt Hans Verbugt, die diverse directiefuncties vervulde aan de conservatoria in Amsterdam en Rotterdam. 'Voor de meeste instellingen geldt dat de toegangseisen absoluut omhoog moeten.'

Lees meer in de Volkskrant van donderdag

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden