Interview

Nederland vindt zijn muziek te glad, maar Benny Sings is ‘big in Japan’

null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

Beroemd is hij in Nederland niet. ‘Vrolijke deuntjes’, noemen recensenten zijn gestileerde jazz en soul. In Japan daarentegen is Tim van Berkestijn, beter bekend als Benny Sings, een ster. ‘Er zit veel melancholie en verlangen in. Japanners snappen dat dus wel.’

Music, help me through this,’ klinkt het licht smekend in het titelnummer van Music, het pas verschenen zevende album van Benny Sings. ‘I can’t do this all on my own.’

Een coronaverzuchting? Muziek, help me door de crisis?

Nee hoor, zegt Tim van Berkestijn (43), de man die achter het pseudoniem Benny Sings schuilgaat. Hij schreef het al in 2019. Het jaar 2020 reserveerde hij voor het afmaken van het album. Lekker werken in zijn eigen studio, in een kelder onder de kade in hartje Amsterdam.

‘Ik heb eerlijk gezegd weinig last van de coronacrisis’, zegt hij. ‘Het plan om als een kluizenaar aan de plaat te werken had ik toch al.’

In het najaar zal de wereld weer zijn werkterrein zijn. Hoewel lang niet elke Nederlander Benny Sings kent, is hij een artiest van wereldfaam, die Anderson .Paak, John Mayer en de bandleden van Kanye West tot zijn bewonderaars mag rekenen en met zijn gestileerde amalgaam van pop, jazz en soul een mondiaal publiek veroverde.

Van Berkestijn somt zijn tourplannen op: ‘Tour in Europa is in oktober en november, de VS in december...’

En daarna? ‘Weet ik nog niet. Japan ligt voor de hand.’

Het is het opmerkelijkste Benny Sings-wapenfeit. ‘Big in Japan’ is een verrukkelijk cliché, een ironisch gebruikte holle frase in de popcultuur die (volgens de definitie op UrbanDictionary.com) betekent dat je ‘beweert iemand van betekenis te zijn op een andere plek, terwijl die claim betekenisloos en niet verifieerbaar is op de plek waar je je bevindt’.

Maar Benny Sings is dus écht big in Japan, hoewel Van Berkestijn een nuchtere figuur is die de neiging heeft zulks meteen te relativeren: ‘Nou ja, ik scoor geen hits en een vetpot is het ook niet, maar ik heb er wel een publiek.’

Hoeveel retourtjes Japan hij er inmiddels op heeft zitten? Hij kijkt peinzend. ‘Eén per jaar gemiddeld... sinds 2005... Vijftien ofzo?’

Japan fascineert en intrigeert. Gekke verhalen met een hoog Lost in Translation-gehalte zijn er te over, maar interessanter is de vraag: hoe kwam dat nou zo? Hoe werd hij big in Japan?

Terug naar 2003, het jaar waarin Benny Sings debuteert met het album Champagne People, op het Nederlandse label Dox Records. Distributeur Rush Hour zorgt voor wereldwijde verspreiding. Benny Sings bereikt Japan dus al vroeg, al is de respons er nog minimaal.

Dox heeft ook New Cool Collective onder contract, de jazzformatie van Benjamin Herman. ‘Die hadden daar al een publiek. Japan is een jazzland. Ze draaien Miles Davis in de McDonald’s. Via Dox liep er dus al een lijntje tussen de Japanse en de Nederlandse jazzscene. New Cool Collective had bijvoorbeeld al samengewerkt met de Japanse groep Pizzicato Five.’

Van Berkestijn en zijn Dox-platenbaas Bart Suèr geloven in Benny Sings’ Japanse kansen. Van Berkestijn redeneert met zelfkennis.

‘Mijn muziek is geschikt voor een breed publiek, ook je moeder zou het leuk kunnen vinden, maar we realiseerden ons dat iets in de uitvoering ervan toch te underground was. Daar komt bij dat ik me niet van nature senang voel op het podium: ik ben muzikant, maar geen groot performer. We besloten dat ik me moest verbinden aan muzikanten met een zekere sterallure.’

null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

Jazz-zanger Wouter Hamel blijkt die te bezitten. Hij tekent bij Dox. Van Berkestijn fungeert, als Benny Sings, als producer van debuutalbum Hamel (2007), dat via de ‘Dox-lijn’ flink aanslaat in Japan.

‘Wouter noemde in al zijn interviews de naam Benny Sings’, zegt Van Berkestijn, ‘zodat ik Japanse naamsbekendheid kreeg als producer. Als hij er ging optreden, vroeg hij me mee als special guest. Ik speelde tijdens zijn optredens een of twee Benny Sings-liedjes. Zo introduceerde Wouter me bij een Japans publiek. Natuurlijk gingen Bart Suèr en mijn manager Jochem Tromp steeds mee naar Japan, om daar met labels en managementkantoren te praten.’

In 2008 schiet Dox opnieuw raak in Japan met Subway Silence, het debuutalbum van jazz- en soulzangeres Giovanca, die als achtergrondzangeres op het podium heeft gestaan bij Wouter Hamel én Benny Sings, die opnieuw als producer van het album fungeert.

‘Als producer stond Benny Sings nu redelijk op de kaart in Japan, maar voor mijn eigen platen zochten we een label. Dat werd JVC. Die hebben vanaf mijn derde studioalbum ART (2011) de schouders eronder gezet.’

Vanaf dat album begint Benny Sings ook met eigen werk wortel te schieten in Japan. Bij optredens met Wouter Hamel merkte Van Berkestijn het al in de jaren daarvoor: bij die optredens namen de Benny Sings-fans gestaag in aantal toe. Hoe hij dat zo zeker wist?

‘In Japan is het gebruikelijk dat het publiek bij een concert een cd van de artiest koopt. Na afloop stellen ze zich op in een rij en dan signeer je hun cd’s. Ze geven je dan een hand en vaak een klein cadeautje: iets te eten of een klein knuffelbeestje, met een briefje of een tekening erbij. Wouter trok een mainstream-publiek: meestal jong, veel verlegen meisjes. De Benny Sings-fans konden we vanachter ons signeertafeltje op afstand herkennen: iets alternatiever, vaker mannen.’

Vanaf de verschijning van ART (2011) kan hij ook ‘eigen’ optredens doen in Japan, veelal in het circuit dat hij als gastmuzikant van Hamel en Giovanca al heeft leren kennen: de over het land verspreide Billboard Live-jazzclubs, onder de vlag van het Amerikaanse muziekmagazine Billboard.

‘Je speelt gedurende een paar dagen in zo’n club, twee optredens per dag. Het zijn chique, strak zwart uitgevoerde wine and dine-clubs, een tof concept. Ze betalen alles, ook je reis. Het honorarium is ook nog goed. Wouter Hamel en Giovanca hebben lange tournees langs die clubs gedaan. Ik doe meestal twee of drie steden. En ze blijven me boeken.’

Loving is easy

Tim van Berkestijn vindt van zichzelf dat hij geen hits kan schrijven. Toch had hij er in 2017 een: de single Loving is easy, geschreven en opgenomen met de Britse Benny Sings-bewonderaar Rex Orange County, werd zilver in Groot-Brittannië, goud in Australië en platina in de VS, waar HBO het liedje opnam in een aflevering van de serie Crashing. Het werd alleen al op Spotify 307 miljoen keer gestreamd.

In de Billboard Live-clubs maakt Van Berkestijn kennis met een wonderlijk Japans fenomeen. Na afloop van het optreden nemen de muzikanten de lift naar boven. Daar staat, op weg naar de kleedkamer, het bedienend personeel in slagorde opgesteld, als saluut aan de artiesten.

‘Een erehaag! Daar loop je dan tussendoor. Dat heb ik met Wouter Hamel vaak meegemaakt. Nu gebeurt het voor Benny Sings ook weleens.’

Sommige Lost in Translation-clichés zijn waar, zegt Van Berkestijn. Benny Sings heeft véél Japanse fans, maar de interactie is minimaal. Dat vindt hij weleens jammer. Veel fans spreken te slecht Engels. Ze beperken zich tot een glimlach, een buiging en een gestameld bedankje van één lettergreep. Een ongedwongen gesprekje is uitgesloten, zodat Van Berkestijn (‘in Europa ben ik klein van stuk en vrij introvert’) zich in Japan tegen wil en dank groot en luidruchtig voelt.

‘De Japanners weten wel dat Europeanen het niet lomp bedoelen, maar onbewust overtreed je bijna elke culturele code.’

Na ART (2011) wordt een compilatiealbum uitgebracht, The Best of Benny Sings (2012), om het hete ijzer te smeden en het vroegere Benny Sings-werk alsnog onder de aandacht te brengen. Het Japanse platenlabel neemt een prominente bewonderaar in de arm om liner notes bij de cd te schrijven: Tomoaki Nakamura, een bekende dj, muzikant, muziekjournalist en uitbater van de bar annex platenzaak Bar Music, in het Tokiose district Shibuya.

‘We kenden hem uit de Bar Music’, zegt Van Berkestijn. ‘Ik voelde vanaf het eerste moment dat hij een aardige man is en dat hij vreselijk veel van muziek weet, maar ook met hem is communicatie moeilijk. Zijn liner notes werden voor me vertaald. Ik vond ze geweldig. Prachtig geschreven, getuigend van een diep inzicht in de muziek. Dan denk je: konden we maar eens op dat niveau praten. Maar de afstand blijft.’

De ster van Benny Sings is de laatste jaren nog sneller omhooggeschoten nu zijn platen internationaal worden uitgebracht door het prestigieuze Amerikaanse Stones Throw-label, dat ook in Japan een enorm aanzien geniet. Op City Pop (2019) leveren het groovy Japanse duo Sukima Switch (‘het Japanse Steely Dan’) en de experimentele alleskunner Cornelius (‘de Japanse Beck’) gastbijdragen. Vóór Stones Throw was Benny Sings in Japan ‘groter’ dan in andere landen. Nu geniet hij in de VS en een Europees land als Frankrijk een vergelijkbare populariteit.

Is hij eigenlijk graag in Japan?

‘Het is niet per se mijn favoriete land. Ik houd erg van Europa of een stad als New York, waar het contact makkelijk is en je op een terras kunt gaan zitten met een fles wijn. In Tokio bestaan terrassen niet. Ik ervaar het als vrij grijs en stijf. Toch ben ik het gaan waarderen en kijk ik er meestal naar uit om er weer naar toe te gaan.

‘Funky, jazzy muziek als de mijne wordt in Nederland vaak glad gevonden. ‘Vrolijke deuntjes’, lees je dan in recensies, terwijl ik vind dat er veel melancholie en verlangen in zit. Japanners snappen dat dus wél. Ze schrikken niet als muziek slick klinkt, ze begrijpen de laag eronder. Mijn muziek noemen ze ‘happy sad music’. Dat is het precies. Het voelde, zeker in het begin, alsof de Japanners de enigen waren die dat begrepen. Dat waardeer ik nog steeds.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden