Nederland Leest: de favoriete verhalen van A.L. Snijders

Voor de campagne Nederland Leest koos A.L. Snijders, meester van het Zeer Korte Verhaal, zijn favoriete verhalen. Van Nescio tot Faberyayo.

Een aantal van de deelnemende schrijvers bij de presentatie van de campagne, dinsdag in het Amsterdamse Hotel de Goudfazant.Beeld Raimond Wouda

Een Zeer Kort rood lopertje verwelkomde dinsdag schrijvers en uitgevers bij de feestelijke presentatie van de campagne Nederland Leest, dit jaar gewijd aan het korte verhaal. 'Ik houd het kort', zei ook directeur Eppo van Nispen tot Sevenaer van organisator CPNB in zijn welkomstwoord, waarna A.L. Snijders, de meester van het Zeer Korte Verhaal (ZKV), al even kort onthulde volgens welke criteria hij de verhalen voor de Nederland Leest-pockets selecteerde. 'Ik zeg het in twee woorden: toeval en intuïtie.'

Anders dan bij voorgaande edities van Nederland Leest gaat het ditmaal niet om één leesbevorderend campagneboek (vorig jaar: Een vlucht regenwulpen van Maarten 't Hart), maar om dertien stuks. De gratis aangeboden pockets hebben een vergelijkbare opzet. Twaalf delen hebben elk een Nederlandse provincie als thema. Ze bevatten 39 door Snijders gekozen verhalen, plus een katern met teksten uit of over de betreffende provincie, gekozen door de regionale bibliotheken. Deel dertien is een schooleditie, met extra verhalen van Pepijn Lanen alias Faber-yayo van De Jeugd van Tegenwoordig.

Oude en jonge auteurs

Snijders' keuze schiet alle kanten op, waaronder verrassende. De oudste en minst bekende auteur is een ontdekking: de Vlaming Lode Baekelmans (1879-1965) blijkt een vileine geestverwant van Willem Elsschot. De jongste auteurs zijn de eveneens Vlaamse Leen Raats en Maud Vanhauwaert (beiden uit 1984), van wie de laatste in 'Geschubd zenuwachtig pootje' uitblinkt in woest ontregelende zinnen.

Het kortste verhaal is precies één alinea lang. Het heet domweg ZKV, staat op naam van A.H.J. Dautzenberg en bestaat uit de integrale tekst, zonder commentaar, van artikel 1 van de Grondwet ('Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld...'). Het langst is David Pefko's 'Knoblewurst', een secuur, veertien pagina's beslaand rapport over een oplichter in het nauw.

Minder verrassend: Snijders' favoriete schrijver Nescio is als enige met drie verhalen vertegenwoordigd, waaronder het subliem sinistere 'Vae victis' ('Jaar in, jaar uit vloeiden de onzichtbare rivieren naar het ondergrondsche meer van den haat'), uit 1946 en daarmee de oudste tekst in de selectie. De jongste is Rob van Essens uit 2015 stammende 'Scheer een zwerver'.

In het nawoord bij zijn keuze citeert Snijders twee fragmenten uit verhalen van Nescio en Paul van Ostaijen, 'Eerste ontroering' en 'Biologiese begrenzing van de danseur'. Het eerste draait om een vroege jeugdherinnering aan de klank van een emmer die wordt neergezet, het tweede om een 'beroepsdanseur' die opduikt tussen amateurdansers. Bij wijze van verantwoording schrijft Snijders: 'In ieder verhaal in deze bloemlezing komt de emmer of de danseur voor. En soms zelfs beide.'

De emmer in de emmer

Wat zeggen die emmer en die danseur over Snijders' selectiecriteria? Na afloop van de presentatie geeft de samensteller opheldering: 'Die emmer kan ik in elk verhaal aanwijzen. Hij staat voor een woord, een zin of een beeld waar het verhaal voor mij om draait. Zoals in het gedicht 'Het huwelijk' van Elsschot: 'want tussen droom en daad/ staan wetten in de weg en praktische bezwaren,/ en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren'. Die hele zin is al prachtig, maar om die laatste woorden gaat het mij, dat is de emmer in de emmer zogezegd.

'Van Ostaijens verhaal van die ene beroepsdanseur tussen amateurs draait om de laatste zin: 'Het is een fijne nuance en men moet zeer geoefend zijn wil men ze waarnemen.' Zo is het. Iets dat je eerst haast ontgaat en waar je moeite voor moet doen, maar waarin, áls je het ontdekt, een essentie schuilgaat. In de verhalen die ik goed vind, is zoiets aan de hand.'

In de niet door Snijders uitgekozen regionale selectie is Martin Bril het royaalst vertegenwoordigd, met columns over respectievelijk Amsterdam, Den Bosch en Jubbega (Friesland). Dat het begrip kort verhaal in deze afdeling ruim is geïnterpreteerd, blijkt uit de keuze van de provincie Flevoland: Joris van Casterens 'Dokter Bekius en het werkeiland' is een fragment uit zijn non-fictieboek Lelystad. De thematische band tussen tekst en regio hoeft ook niet al te nauw te zijn: het is de crux van Carmiggelts fameuze 'Brabant is prachtig' dat die provincie er juist géén rol in speelt.

Opvallend

Frappant is ook dat teksten buiten het Algemeen Beschaafd Nederlands geheel ontbreken, afgezien van Trinus Riemersma's 'De skriuwer foar it doarpsbelang' in het Friese deel. Dat treft te meer als je het voorwoord leest van de gouverneur van de provincie Limburg: 'Opvallend is dat de productie van liedteksten, gedichten, verhalen en romans in een van de Limburgse dialecten toeneemt', na welke constatering niet één verhaal in een van die dialecten volgt.

In die voorwoorden van de twaalf commissarissen van de Koning staat veel behartigenswaardigs. 'Lezen doe ik het liefst in ons huisje in Frankrijk. Het is pure ontspanning', bijvoorbeeld. Of: 'Niet alleen voor de persoonlijke ontwikkeling, maar lezen is ook gewoon leuk.' En: 'Lezen, heerlijk ontspannend, inspirerend en ook gewoon leuk!'

Nederland leest de mooiste korte verhalen, gekozen door A.L.Snijders. Dertien delen, een voor elke provincie en een scholiereneditie. Gratis voor leden van de Openbare Bibliotheek, van 1 t/m 30 november.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden