Recensie Nederland heeft weer de gele trui

Nederland heeft weer de gele trui: fenomenale feitenkennis over de beste Nederlandse Tourprestaties, een aanwinst voor de rijpe wielersupporter ★★★★☆

Wielerkenner Benjo Maso is op zijn best als hij in zijn onderkoelde stijl smeuïge faits divers opdist. Voor de rijpere wielerliefhebber is zijn boek een feest der herinnering. 

Beeld Leonie Bos

Er is maar één ding leuker dan naar een mooie koers kijken en dat is een mooi wielerboek lezen. Met een mooie koers bedoel ik dan een echt mooie koers, met ongelooflijke wendingen, heroïsche opoffering, ondraaglijk lijden en tranen van geluk op de meet. En met een mooi wielerboek bedoel ik een echt mooi boek dat je meesleept en het lijden van de coureurs een quasi bovennatuurlijke dimensie geeft. Zulke boeken bestaan. Bij de fictie is er bijvoorbeeld De renner van Tim Krabbé. Bij de non-fictie is er Het zweet der goden van de socioloog Benjo Maso. In dat boek uit 1990 beschrijft hij anderhalve eeuw geschiedenis van de wielersport met zoveel invoelend vermogen dat je gelooft dat hij overal zelf bij is geweest. Vooral het gedeelte waarin hij veertig jaar na dato de heldendaden van Coppi en Bartali uit 1949 laat herleven, blijft de lezende wielerliefhebber de rest van zijn leven bij.

Na Het zweet, dat een soort cultstatus heeft, schreef Maso nog drie boeken over het wielrennen: hij heeft zich ontwikkeld tot een soort encyclopedist van de koers. Het enigszins potsierlijke Nederlandse wielerverleden, de klassiekers, de Giro en vooral de Tour de France, voor Maso heeft het cyclisme weinig geheimen. Kennelijk stort hij zich op de archieven als een ouderling op Gods woord.

In bijna elk boek maakt hij gewag van de tegenwerking die het beroepswielrennen in Nederland vroeger ondervond van de overheid, de KNWU en de calvinistische kerk. Het heeft daardoor lang geduurd voor de Nederlandse renners zich konden meten met hun Belgische, Franse en Italiaanse collega’s. Maar als dan de successen komen, breekt Maso’s chauvinisme door alle dijken heen.

Zijn voorlaatste boek (uit 2015) heette Nederland heeft de gele trui en het behandelde voornamelijk de Tourprestaties van onze landgenoten in de jaren ’50. Dat was de glorietijd van Wim van Est en Wout Wagtmans. In zijn nieuwe boek Nederland heeft weer de gele trui gaat hij gewoon verder waar hij gebleven was. Nu gaat het over de jaren ’60, ’70 en de eerste helft van de jaren ’80. Na een jarenlange dip verschenen plots weer Nederlanders op het podium. Jan Janssen werd wereldkampioen in 1964 en won de Tour in 1968. Daarna volgde een periode die werd gedomineerd door de Raleighploeg met klinkende namen als Raas, Zoetemelk, Kuiper en Knetemann, die ook allemaal de regenboogtrui hebben gedragen.

Benjo Maso: Nederland heeft weer de gele trui.

Af en toe dreigt Benjo Maso ten onder te gaan aan zijn eigen grondigheid: op een gortdroge beschrijving van de rituitslag van de zoveelste etappe uit de Dauphiné Libéré of de Tour van ’64 of ’65 zit niemand te wachten. Zijn feitenkennis is fenomenaal en zijn analyses zijn scherp. Hij stelt de voortdurende incompetentie van bobo’s uit de wielerbond vast en is niet te beroerd om en passant ook een wielerwindbuil als Mart Smeets door te prikken. Dopingperikelen beschrijft hij immer laconiek, nooit moralistisch. Maar door het chronologisch opsommen van de Nederlandse hoogtepunten van 25 wielerseizoenen in evenzovele hoofdstukken wordt Maso bij vlagen onvermijdelijk meer boekhouder dan meeslepend verteller. Hij is op zijn best als hij in zijn onderkoelde stijl smeuïge faits divers opdist: de onbekende Nederlandse coureur Jo Vrancken was na een bergetappe ‘zo kapot dat hij nog geen meter na de eindstreep omviel en volledig versuft een banaan met schil en al opat’.

Voor de rijpere supporter is Nederland heeft weer de gele trui ontegenzeggelijk een aanwinst. Als je de beschreven periode 1961-1985 bewust hebt meegemaakt en je de karakteristieke koppen van de renners nog voor je geest kunt toveren, weegt het feest der herinnering ruimschoots op tegen de verpletterende volledigheid van het standaardwerk. Hoe langer iets geleden is, hoe mooier het wordt. Het patina van het verleden geeft de heldendaden van vroeger extra glans. Benjo Maso is nu 74. Zou hij lang genoeg leven om ooit nog de wonderbaarlijke capriolen van Mathieu van der Poel te vereeuwigen?

Benjo Maso: Nederland heeft weer de gele trui – Geschiedenis van het Nederlandse wielrennen 1961-1985

Atlas Contact; 328 pagina’s; € 24,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden