Nederland blijkt in bezit van eigen Sagrada Familia

Bavo-kerk

Onder lagen stof werd de Bavo-kerk in Haarlem jarenlang weggehoond. Maar wat blijkt bij restauratie: Nederland heeft zijn eigen Sagrada Familia.

De basiliek Sint Bavo aan de Leidsevaart in Haarlem.

Over de vraag of het een mooi gebouw is, lopen de meningen uiteen. Maar de basiliek Sint Bavo in Haarlem is in elk geval volkomen verkeerd gesitueerd, daarover is iedereen het wel eens: net buiten het centrum van Haarlem in een niet al te luisterrijke buurt waar mogelijk ook nog eens de wind- en rotgevoelige populieren worden omgehakt. Die ongelukkige ligging berust niet op toeval: de basiliek, die verrees tussen 1895 en 1930, moest getuigen van de roomse glorie. Ze moest dus aan de maat zijn (haar inhoud benadert die van de Sint Jan in Den Bosch) en oostwaarts gericht volgens de invloedrijke katholieke schrijver Josephus Albertus Alberdingk Thijm het 'hoofdbeginsel' van de kerkelijke bouwkunst.

Deze wensen waren in het krap bemeten stadscentrum niet te realiseren. Zo kwam het gebedshuis dus op een B-locatie terecht. Mogelijk was het daardoor gedoemd betrekkelijk onbekend te blijven. Vraag een Haarlemmer naar de Sint Bavo, en hij zal je naar de kerk aan de Grote Markt de Oude Sint Bavo verwijzen. Genodigden voor een huwelijksmis in de basiliek de Nieuwe Sint Bavo worden naar verluidt geregeld bij de verkeerde kerk afgezet.

Symbolenrijkdom

Daar kwamen twee tijdsgebonden bezwaren bij: de neostijlen waarvan bouwmeester Jos Cuypers zich met overgave had bediend, waren lange tijd bijzonder ongeliefd. Verder strookte dit volumineuze monument van de katholieke emancipatie niet met de tijdgeest van de late 20steeeuw. En zo verkommerde de Nieuwe Sint Bavo als een wat treurig residu van een voorbije tijd. Tot de restauratie van het complex, waarmee in 2005 werd begonnen. Gaandeweg kwamen bij het reinigen van de ornamenten en de muren prachtige kleuren tevoorschijn zoals blauwe voegen tussen de gele bakstenen waarvan niemand wist of ook maar kon vermoeden dat ze deel uitmaakten van Cuypers' gesamtkunstwerk. 'De bontheid kent geen grenzen', zegt Wim Eggenkamp, die als voorzitter van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo de restauratie begeleidt.

'De kleurenpracht was volledig uit het collectief geheugen verdwenen.' Tot voor kort deden verwijzingen van liefhebbers van de Nieuwe Bavo naar de Sagrada Familia in Barcelona enigszins grotesk aan. Maar nu de grauwsluier van het Haarlemse gebedshuis wordt afgetrokken, blijken beide scheppingen wel degelijk iets met elkaar gemeen te hebben. 'Wat de symbolenrijkdom betreft, staat de Sagrada zelfs in de schaduw van de Bavo', zegt Eggenkamp onbeschroomd.

(Tekst gaat verder onder foto).

Nieuw werk in de Bavo

De ramen in het middenschip van de Nieuwe Bavo zijn, door geldgebrek, nooit gebrandschilderd. Er zat tot voor kort gewoon blank glas in, waardoor dit deel van het gebouw een baken is van licht. Beeldend kunstenaar Jan Dibbets heeft ramen ontworpen die de lichtval niet noemenswaardig temperen. Andere kunstenaars die een deel van de kerk decoreren, zijn schilder Gijs Frieling (die een brandend braambos zal aanbrengen op een tot dusverre onbeschilderde muur) en Marc Mulders, die de doopkapel met bewerkt glas gaat verfraaien.

Versierde schoorsteen. Sinds een blikseminslag in de jaren dertig is hij een aantal meters korter dan ten tijde van de oplevering. Tijdens de restauratie bleek dat hij bij de klap zo'n 5 centimeter 'is opgeschoven'. Dat euvel, niet ongevaarlijk voor passanten, is verholpen. Maar de schoorsteen is niet naar de oorspronkelijke lengte 'terug gerestaureerd'. Foto Renate Beense

Stijlloos

De Nieuwe Bavo heeft, behalve een lange bouwgeschiedenis, haar ongrijpbaarheid gemeen met de Sagrada. Veel tijd- en beroepsgenoten van Cuypers wisten zich er geen raad mee. Zij konden zijn creatie niet rubriceren. De kerk was 'laatgotisch voor wat de verhoudingen betreft en romaans in de groepering', meende de een. De ander meende 'veilig te kunnen stellen dat de kerk in geen der historische stijlen is ontworpen wat heel iets anders is dan haar 'stijlloos' te verklaren'. Hij hield het er maar op dat de Nieuwe Bavo werd gekenmerkt door 'romaansch getinte vroeg-gothiek, beïnvloed door de Nederlandsche laat-gothiek wat het proportiestelsel betreft, en door moderne opvattingen bij de decoratieve behandeling'.

Het ontbrak de Bavo aan 'volkomen vormvastheid', stelde een derde vast. En dat was niet bedoeld als compliment, want de architectuurkenner hechtte aan eenduidigheid. 'Daarin zijn we wat milder geworden', zegt bouwhistoricus Ronald Stenvert. 'Met die veelheid aan stijlen is niets mis. Ze vormt een staalkaart van alle architectonische stromingen in de late 19de en vroege 20ste eeuw. Cuypers heeft met nieuwe materialen beton, baksteen, geglazuurde stenen de luister van een oud instituut zichtbaar willen maken. Dat heeft een tamelijk spectaculair ensemble opgeleverd.'

De, vrijwel ongedecoreerde, Vincentiuskapel. Bij de restauratie werden de blauwe voegen tussen de gele bakstenen zichtbaar. Deze kleurstelling is toegepast in het hoogkoor en de straalkapellen. Foto Renate Beense
Foto Renate Beense

Getooid als een bruid

Wim Eggenkamp is gedurende de tijd die nu al met de restauratie gemoeid is geweest steeds meer met de Nieuwe Bavo vergroeid geraakt. Voor hem is miskenning van haar schoonheid 'een mysterie dat ik als katholiek kinderlijk blijmoedig moet aanvaarden'. De basiliek is 'getooid als een bruid' zoals die figureerde in de beschrijving door de evangelist Johannes van het hemels Jeruzalem. Alleen de kleuren van alle edelstenen die Johannes noemt, maken deel uit van het palet van Cuypers.

Ze sieren de ornamenten, de geglazuurde tegels en de bekisting van het transeptorgel, dat tot voor kort aan het gezicht was onttrokken door paars (!) geschilderd hardboard, een residu van de jaren zeventig, toen de roomse glorie vooral gevoelens van gêne opriep. Het waren niet louter neostijlen waarvan Cuypers zich bediende: hij bracht Moorse en byzantijnse elementen aan en hij ontwierp een gebogen koepeldak met jugendstil-elementen. Het koorhek is versierd met slingerende bloemenranken.

De feeërieke preekstoel is, in de omschrijving van Eggenkamp, 'gemodelleerd naar de boom die voortkomt uit het mosterdzaadje: een van de geringste der zaden, dat evenwel grote bomen kan voortbrengen'. Beide torens aan de westzijde zijn gebouwd in de stijl van de Amsterdamse school. Muren die ten tijde van de oplevering nog kaal waren, zijn nadien beschilderd onder anderen door Jan Toorop (wiens bijdrage onvoltooid bleef, wellicht vanwege onenigheid met de opdrachtgever). De laatste muurschilderingen geheel in de opgewekte sfeer van de wederopbouw stammen uit de jaren zestig. Dit jaar zijn, als onderdeel van de restauratie, de eerste gebrandschilderde ramen van Jan Dibbets aangebracht.

De koepel. De tekst, het Te Deum, ('Wij loven U, O God'), is op een blauw vlak een verwijzing naar de hemel aangebracht. Elders in de kerk zijn op lager aards niveau (Latijnse) teksten op een rood vlak aangebracht. Foto Renate Beense
Foto Renate Beense
Foto Renate Beense

Kerkschip

Vanwege de lange ontstaansgeschiedenis van het gebouw en vanwege het grote aantal kunstenaars dat bij de inrichting betrokken is geweest, staat voor monumentenzorg niet op voorhand vast dat bij de restauratie de (al dan niet uitgevoerde) aanwijzingen van bouwmeester Cuypers moeten worden gevolgd. Zo is er onenigheid over de belettering en de kleurstelling van Latijnse teksten in het kerkschip, over de bestemming van onbeschilderd gebleven muurdelen en over de vraag of de doopkapel moet worden 'terug gerestaureerd' naar de staat waarin Cuypers haar voor zich zag.

Over de noodzaak van de restauratie waren de betrokken partijen het echter roerend eens. Jarenlang is hemelwater door de gebarsten voegen van de natuurstenen goten in de muren gesijpeld. Met alle gevolgen van dien voor de fresco's, de geglazuurde stenen en de metalen verankeringen van de ramen. Dat er veel achterstallig onderhoud was, bleek toen af en toe een ruitje naar beneden viel, zegt Eggenkamp. Een keer in de kerk, tijdens een concert, en een keer in de plebanie de ambtswoning van de pastoor waar op een zeker moment een compleet glas-in-loodraam op de grond lag.

'Alleen de fundering van de kerk was in orde', zegt Eggenkamp. Van de 26 miljoen euro die met de restauratie momenteel de omvangrijkste van het land is gemoeid, moet nog zo'n 2,6 miljoen bij elkaar worden gesprokkeld. Het geld voor de twee torens werd in de jaren twintig nog met inzamelingen onder parochianen vergaard, maar die bron is onderhand opgedroogd. Dus gaat Eggenkamp weer met de pet rond bij de rijksoverheid, de provincie, de gemeente, loterijen en particuliere fondsen. Hij doet het met liefde, in het vreugdevolle besef dat de Nieuwe Sint Bavo ooit weer zal schitteren.

Decoraties in de stijl van de Amsterdamse School rondom een wastafel in de parochie-sacristie. Foto Renate Beense
Foto Renate Beense
Foto Renate Beense

Grijze bisschop

En daarna zullen toeristen hun weg naar de Sagrada Familia van de Lage Landen moeten zien te vinden. Leontine Splinter van Haarlem Promotie geeft toe dat de Nieuwe Bavo 'lange tijd in het verdomhoekje van de seculiere samenleving heeft gezeten', maar belooft dat Haarlem zich meer zal inspannen voor de zichtbaarheid van de basiliek. Met folders en wandelroutes waarin beide Bavo's met elkaar verbonden worden. Maar ze betwijfelt of de Nieuwe Bavo het in zich heeft om ooit 'het hoofdicoon' van de stad te worden.

Eggenkamp mikt op 40 duizend bezoekers per jaar samen goed voor 160 duizend euro aan inkomsten. Als die niet voor de schepping van Jos Cuypers komen, komen ze wel voor de kunstschatten die in het souterrain worden tentoongesteld, voor het kathedrale koor of voor de orgelconcerten.

De Nieuwe Bavo heeft twee orgels: het transeptorgel met zijn fraaie bekisting en het orgel uit de (in 1971 gesloopte) Sint-Willibrorduskerk in Amsterdam een 20ste-eeuws orgel dat zich bij uitstek leent voor de uitvoering van romantische muziek. Eindelijk zal de kerk een plaats krijgen in de seculiere samenleving, bijna 120 jaar na de wijding van het koorgedeelte waarvan een vrome ooggetuige als volgt verslag deed: 'Kinderlijk blij reed de hoogbejaarde mgr. Bottemanne van zijn bisschoppelijk paleis naar zijn nieuwe kathedraal. Omstuwend als een stoet van bruidsjonkers de grijze bisschop, wolkte een krans van witgewade priesters en levieten de tempel binnen en omkroonden zegezingend het altaar.'

(Tekst gaat verder onder foto).

Pilaarschildering in het hoogkoor. Foto Renate Beense
Deel van de zogenoemde schelp boven de preekstoel (in jugendstil), vervaardigd door de Utrechtse gebroeders Brom. De trap die oorspronkelijk naar de preekstoel leidde, is in de jaren dertig verwijderd en was lange tijd spoorloos. Onlangs is hij weer gevonden in een tuin in Wassenaar. Foto Renate Beense
Deel van de zogenoemde schelp boven de preekstoel (in jugendstil), vervaardigd door de Utrechtse gebroeders Brom. De trap die oorspronkelijk naar de preekstoel leidde, is in de jaren dertig verwijderd en was lange tijd spoorloos. Onlangs is hij weer gevonden in een tuin in Wassenaar. Foto Renate Beense

De naam Cuypers in ere hersteld

De restauratie van de Haarlemse Bavo-kerk, ontworpen door Jos Cuypers, vond bijna tegelijkertijd plaats met de restauratie van een ander Cuypers-gebouw, het Rijksmuseum in Amsterdam. Dat was, net als het Centraal Station in de hoofdstad, ontworpen door Jos' vader Pierre, van wie Jos in 1894 het kantoor overnam, een jaar nadat hij de opdracht voor de Bavo had gekregen. Pierre Cuypers was de productiefste architect van zijn tijd.

Hij bouwde honderden gebouwen, vooral kerken. Zijn ideaal was de middeleeuwse gotiek, een ideaal dat hij deelde met de Franse bouwmeester Viollet-le-Duc en de enige bouwstijl die hij als katholiek als gerechtvaardigd beschouwde. Met baksteen, gietijzer en beton creëerde hij ware gesamtkunstwerken, waarvan de bekendste het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam zijn. Met de opkomst van het modernisme en de inzet van de ontkerkelijking begin 20ste eeuw, daalde zijn architectuur in aanzien. 'Traditioneel' metselwerk werd min of meer taboe verklaard, net als decoraties. De kleurrijke taferelen die Cuypers op de muren en plafonds van het Rijksmuseum had aangebracht, werden onder een dikke laag witte verf weggestopt. Inmiddels wordt het werk van vader en zoon Cuypers weer bewonderd. Die herwaardering heeft niet alleen te maken met de populariteit van (neo)traditionalistische bouwstijlen en het feit dat het modernisme over zijn hoogtepunt heen is.

De verbouwingen van het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam spelen ook een rol. Het verzet tegen de 19de-eeuwse architectuur is gebroken. Onder het motto 'verder met Cuypers' brachten de Spaanse architecten Cruz en Ortiz de oorspronkelijke opzet en rijke interieurs terug in het Nieuwe Rijksmuseum, dat een internationaal succesnummer werd. En al voegen architecten Benthem Crouwel de nodige (hypermoderne) nieuwbouw toe aan het station, ook zij kiezen ervoor om Cuypers' gebouw terug te brengen naar zijn oorspronkelijke staat.Tegelijk met deze twee megaprojecten begon het Nederlands Architectuurinstituut een grootscheeps onderzoek naar de archieven van Cuypers, wat resulteerde in een grote overzichtstentoonstelling en drie boeken in 2007, het 'Cuypersjaar'.

Door: Kirsten Hannema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.