Nazi-poppetjes getuigen van slechte smaak

Het nieuwe Museum der Dinge in Berlijn toont verantwoord ontwerp en huisgruwelen uit een eeuw Duitse vormgeving...

Van onze verslaggever Sander van Walsum

Duitsers die in de jaren dertig en veertig hun aanhankelijkheid aan Hitler tot uitdrukking wilden brengen, hadden daarvoor ook in huiselijke kring talrijke mogelijkheden. Wakkere ondernemers voorzagen in een grote behoefte met potten, pannen en serviezen die met hakenkruismotieven waren versierd.

Er was ook een markt voor speelgoed dat naar de helden van de nieuwe tijd was gemodelleerd: SA-mannen, Wehrmachtsoldaten, en nazi-prominenten (onder wie Rudolf Hess en de ‘Führer’ zelf). Met hun rechterarm konden ze de partijgroet brengen – de enige handeling waar zij overigens voor waren toegerust.

Onder andere een Hitler-poppetje is nu te zien in het pas geopende Museum der Dinge in Berlijn. Het herbergt een verzameling van ongeveer 20 duizend gebruiksvoorwerpen uit het industriële tijdperk. Variërend van stekkers tot bureaulampen, en van wegwerpartikelen tot sieraden voor het interieur.

Het museum is een eerbetoon aan de honderdjarige Deutscher Werkbund. Jarenlang was de DWB – een vereniging van industriëlen, kunstenaars en wereldverbeteraars – onbetwist ’s lands hoogste smaakinstantie. Zijn catalogus van ‘verantwoorde ontwerpen’ – Das deutsche Warenbuch – was ‘een reisgids voor industrieel Duitsland’.

De goede smaak bij toegepaste kunst en industrieel design werd erin gedefinieerd. Het boekwerk werd geacht bij te dragen aan de verheffing van de lagere klassen. De hogere esthetiek van de DWB beschermde, aldus de Belgische kunstenaar Henry van de Velde ‘tegen een lelijkheid die het hart, het verstand en het vlees verteert’.

De DWB betoogde al sinds de oprichting dat de vormgeving van gebruiksvoorwerpen in overeenstemming moest zijn met hun functie. Industrieel vervaardigde producten moesten vooral geen valse pretenties wekken. Loze ornamenten en schijnbare ambachtelijkheid werden door de banvloek van de bond getroffen.

In de jaren dertig, na de machtsovername van Adolf Hitler, vond deze opvatting weerklank bij de (nationaal-socialistische) Kampfbund für Deutsche Kultur. Onder het aanheffen van de strijdkreet Fort mit dem nationalen Kitsch! riep de bond op tot matiging bij het gebruik van nationale symbolen. Gebruiksvoorwerpen dienden in beginsel functioneel en eenvoudig te zijn. Overdadige versieringen met hakenkruisen zouden het respect voor de Nieuwe Orde slechts ondermijnen.

De DWB op zijn beurt toonde zich ingenomen met deze oorlogsverklaring aan de mateloosheid. In het verenigingsorgaan Die Form werd de strijdkreet van de Kampfbund zelfs opgewaardeerd tot ‘belangrijke bekentenis tot de spiritualiteit van de vorm’.

Dir oordeel wordt nog steeds gerespecteerd door de conservatrice van het Museum der Dinge, Renate Flagmeier. De nazi-poppetjes zijn – samen met zwaar gedecoreerde vazen in de categorie ‘huisgruwelen’ en retro-suikerpotten – terechtgekomen in de vitrines met voorwerpen die tegen tegen het smaakdictaat zondigen van de DWB. De inhoud van deze vitrines vormt het contract met de voorwerpen die naar het oordeel van de DWB van goede smaak getuigden: producten die hun herkomst niet verloochenden, demonstraties van ‘eerlijk materiaalgebruik’, constructivistische meubelen.

Soms staan goed en kwaad minder ver van elkaar af dan Flagmeier mogelijk heeft beoogd, en vaak moet de bezoeker gissen naar het onderlinge verband. Maar daar staat veel tegenover. De schok van herkenning bij de aanblik van broodroosters en radiotoestellen. De verbazing over de vergevorderde leeftijd van vacuüm verpakte koekjes en Kaffee Hag – ooit het huismerk van sanatoria en ziekenhuizen. De bewondering voor de eerste aanzetten van corporate identity, voor de prachtige huishoudelijke artikelen van de firma Braun, de degelijke, ingetogen producten waarmee de jonge Bondsrepubliek het ‘betere Duitsland’ gestalte wilde geven.

En onbedoeld is het Museum der Dinge ook een ode aan de menselijke veerkracht. De stalen helmen van de ontbonden Wehrmacht werden na de oorlog getransformeerd in po’s. Van patroonhulzen werden lippenstift-houders gemaakt. De kokers voor gasmaskers deden – na een kleine aanpassing – dienst als melkemmertjes. Eindelijk was het door de DWB gepropageerde purisme gemeengoed. En de door de tijdsomstandigheden afgedwongen eenvoud heeft de vormgeving nog lange tijd bepaald – ook toen Duitsland uit de as was herrezen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden