Nauwgezet relaas over criminele Marokkaanse jongens

Hans Werdmölder schrijft nauwgezet relaas criminele Marokkanen die hij dertig jaar volgde

Meer dan dertig jaar volgde onderzoeker Hans Werdmölder een groep criminele Nederlandse Marokkanen. In de jaren tachtig begon hij met zijn zogeheten participerend observeren, vanachter de bar in een jeugdhonk in de Amsterdamse wijk De Pijp. De jongens waren in het kader van de gezinshereniging naar Nederland gekomen. Ze heetten een overlastgevende groep, maar waren al snel behoorlijk crimineel.

Ontspoorde levens

Hans Werdmölder stond achter de tap, zag het aan en maakte in de avonduren aantekeningen. Ruim een kwart eeuw en een hele carrière later, in 2009, zocht hij de leden van de groep weer op. Uniek onderzoek, waarvan hij in Marokkanen in de marge nauwgezet, vrij en onverveerd verslag heeft gedaan.

Bemoedigend is het resultaat niet. Veertien van de veertig jongens hadden het rechte pad gevonden, met een vrouw, een huis en soms een baan. Vier waren er dood, allemaal door drugs. De rest leefde nog steeds marginaal, de meesten met een indrukwekkende criminele en vooral psychiatrische loopbaan.

Werdmölders bittere conclusie is dat beleidsmakers, hulpverleners, rechters, wetenschappers en dertig jaar Nederlandse toegevendheid mede debet zijn aan zoveel ontspoorde levens.

Misdaad

'Even een ov'tje doen', zeiden de jongens in die jaren tachtig in het jeugdhonk tegen elkaar. Een overval. Geld was altijd nodig, voor drugs of een reisje naar Marokko. Vervolgens gingen ze op de brommer naar Utrecht of Zandvoort. De politie daar was zachtzinniger dan in Amsterdam. Als ze gepakt werden: beetje zielig doen over discriminatie en de tweede generatie, een nachtje cel en weer verder. De overtollige tasjes, lege portemonnees, sleutels en papieren verdwenen in een gat achter de school om de hoek.

Werdmölder ging mee naar Marokko, waar hij met een paar leden van de groep al vlot werd ingerekend wegens hasjbezit. Vijf weken later kon hij het land verlaten, 2.000 gulden smeergeld lichter.

Hij deed van zijn avonturen de eerste jaren voorzichtig verslag. Zijn proefschrift heette Generatie op drift (1990). Daarna kwam Marokkaanse lieverdjes (2005). Er heerste, zo beschrijft hij nu in Marokkanen in de marge, een dubbel taboe - je mocht eigenlijk niet spreken van een Marokkanenprobleem. En als je dat toch deed, dan moest je erbij zeggen dat het aan de omgeving lag. Ze waren immers kansarm.

Wat vooral opvalt, is de rol van drugs. Meteen al in het jeugdhonk walmde je de hasjlucht tegemoet, schrijft Werdmölder. Van hasj kwam coke, heroïne, alcohol. En misdaad, harde misdaad.

Mocromaffia

Zoveel jaar verder is er veel aan onderzoek gedaan en veel aan begeleiding. Het resultaat blijkt betrekkelijk. Een nieuwe generatie heet de mocromaffia. Wie denkt dat deze jongens zelf ook vinden dat ze een probleem hebben, zit er volgens Werdmölder behoorlijk naast. Ze vinden dat ze goed bezig zijn. De 13-jarigen van nu zijn ongelooflijk streetwise, weten dat ze geen abonnement moeten kopen maar een prepaid en vaak moeten wisselen van mobiel.

Werdmölder blijft eigenlijk mild. Marokkaanse jongens leven in zijn ogen tussen drie werelden die totaal niet aansluiten: thuis, school en de straat. Tegelijk vraagt hij zich af waar wij de populariteit van Geert Wilders aan te danken hebben. Als Wilders vanuit de onderbuik spreekt, zoals Werdmölder het noemt, worden zijn opmerkingen daarvan minder waar? Ook de cijfers staan in het boek: Marokkaanse Nederlanders zijn in de grote steden verantwoordelijk voor de helft van de jeugdcriminaliteit. 67 procent van de Marokkaanse jongeren is 'in aanraking' geweest met de politie.

Non-actief

Werdmölder moest zijn onderzoek duur bekopen. In publicaties was hij steeds openhartiger geworden en hij raakte ervan overtuigd dat de Nederlandse benadering niet werkt. Eind 2012 schreef hij naar aanleiding van de doodgeschopte grensrechter een stuk in de Volkskrant - 'Marokkaanse macho's accepteren geen autoriteit van vreemden'. Hij was toen lector jeugd en veiligheid aan de Avans Hogeschool. Een collega met een Marokkaanse achtergrond ontstak in woede en vergeleek Werdmölder op de site van de Hogeschool met Wilders. Na deze aanvaring werd niet de collega toegesproken, maar Werdmölder op non-actief gesteld. Ik weet niet wat droever stemt, de voortgang in het Marokkanenprobleem of het lot van de vrijmoedige onderzoeker.