Review

Nauwelijks ontroering bij smeltpotflamenco

García-Fons (midden voor)Beeld Flamenco Biënnale

Er is geen ontkomen aan, op de Flamenco Biënnale. Ergens in het programma zal plek worden ingeruimd voor muziek die ver buiten de oevers van de Andalusische zang- en danskunst treedt, dat is het vrijzinnige Nederlandse festival inmiddels aan zichzelf verplicht. De vaste bezoeker weet waar hij aan toe is bij dit soort gelegenheden: de olé's even inslikken, oren open en grenzen oprekken.

Bij een avondvullend programma vol jazz- en fusionflamenco in het Utrechtse TivoliVredenburg doen exoten hun intrede in de volkskunst. Allereerst de accordeon en de vijfsnarige contrabas, in het kwartet van de Frans/Catalaanse bassist Renaud García-Fons. In de composities van de bassist wervelt het hele Middellandse Zee-gebied, van Noord-Afrikaanse toonladders vol zinderende trillers tot Marseillaanse havenmuziek en uiteraard de Andalusische flamenco.

Karakterwisselingen

García-Fons heeft flink wat technische trucs in zijn baskoffer zitten. Door zijn strijkstok razendsnel te laten stuiteren over de snaren bereikt hij de vingervlugge tokkelsnelheid van de flamencogitaar. De composities wisselen voortdurend van karakter: nu eens speelt de bas de melodie, in de hoogst denkbare noten op de extra snaar, dan neemt de accordeon over en verandert subiet de sfeer. Al zit het werk van dit kwartet vol met technisch vernuft: ontroeren doet de smeltpotflamenco eigenlijk nooit. Het hakkelende ritme stuitert heen en weer tussen de gitarist en de percussionist, en vrijwel nergens wordt rust ingebouwd om een aangrijpende melodie zomaar eens zijn werk te laten doen. Rakketaketa, daar komt de roffel van de rumba weer. Na een uur ben je sufgeroffeld.

Het gevaar van ritmisch gefreak dreigt natuurlijk ook bij het gezelschap Ultra High Flamenco, dat door de festivalorganisatie is samengesteld uit Nederlandse jazzgrootheden (Oene van Geel, Maarten Ornstein, Tony Roe) en Spaanse flamencotoppers op bas, viool en gitaar. Ultra High Flamenco is bijna een bigband, zeven man sterk, waarbij de violen van Oene van Geel en Alexis Lefèvre dienst doen als wezensvreemde instrumenten én smaakmakers.

Gek genoeg weet juist dit uitbundige gezelschap wel iets van muzikale spanning te bereiken. Het septet speelt eigentijdse jazz, veelal geleid door de piano, met liedvormen uit de flamenco als niet al te streng vertrekpunt en veel ruimte voor improvisatie en broodnodige rust. Een kleine compositie, die volgens de gitarist is te herleiden tot een 'tanguillo' uit Cádiz, wordt pas echt aangrijpend als beide violisten hun instrument bespelen als mini-flamencogitaar en de klaaglijke melodie jammerend aan elkaar doorgeven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden