tv-recensieFrank Heinen

Natuurlijk is de keuze van gasten, en zijn de presentatoren en gesprekstoon in talkshows als Op1 politiek geladen

Halverwege een volstrekt ontspoorde discussie over de zin en onzin van de op handen zijnde verlenging van de coronamaatregelen, verzuchtte Jean Dohmen, journalist van Het Financieele Dagblad zondagavond in Op1: ‘Ik maak hier bezwaar tegen.’ Zijn lichte wanhoop werd overstemd door Wybren van Haga, die net lekker op gang was met een larmoyant betoog dat keurig tussen kant en wal naar de bodem van de kakofonie zonk.

Dat de voormannen van een als gevolg van woekerend antisemitisme geïmplodeerde politieke partij beiden ruim baan kregen om te vertellen over het ‘opkrabbelen na tumultueuze weken’ – eufemistische onzin – was al wonderlijk. Dat dit plaatsvond enkele dagen nadat twee andere oud-partijleden ook al uitvoerig aan het woord waren gekomen in hetzelfde programma, ook. Dat dit gebeurde op de dag dat, in een programma met verschillende presentatorenkoppeltjes, net het koppel aan de beurt was dat voor de helft bestaat uit een goede kennis van een van de ondervraagden, ook. Dat er meermaals bewust vaag geformuleerde tussenzinnetjes – zoals over de doden die vielen bij BLM-demonstraties, fataliteiten die het gevolg waren van extreem-rechts geweld – onweersproken bleven, ook. En dat de kritische opmerkingen bijna zonder uitzondering werden gemaakt door andere gasten – Dohmen, Rosanne Hertzberger, Peter Pannekoek – die woorden tekortkwamen om alle nonsens te bevragen en te pareren, in de minuten dat ze eigenlijk over hun eigen onderwerpen hadden zullen vertellen, ook.

De gespreksleiders keken beurtelings geamuseerd om zich heen of nerveus op hun kaartje om te checken of alle voorbereide onderwerpen wel oppervlakkig genoeg behandeld werden. De harde woorden (‘leugens’, ‘antisemitisme’) moesten van Hertzberger komen, de meest voor de hand liggende vraag (‘Waarom tweet je een steunbetuiging aan Trump tijdens de bestorming van het Capitool?’) van Pannekoek. Baudet beweerde vervolgens dat hij de tweet ruim voor de bestorming had geplaatst, iets wat journalist Auke van Eijsden vervolgens op Twitter met wat speurwerk onderuithaalde. In de Op1-studio ontbrak de tijd (en vermoedelijk: de zin en de kennis) om er verder op in te gaan.

Er zit iets onverdraaglijk cynisch in de manier waarop dit soort avonden altijd lijken te moeten verlopen. Het is de suggestie dat je als programma slechts een platform bent, een leeg canvas waarop iedere halvezool die toevallig in de buurt is mag kalken wat-ie wil. Dat je redactionele keuzen voor gasten, presentatoren en gesprekstoon volkomen onafhankelijk en apolitiek verlopen. Dat je enige verantwoordelijkheid is om het gesprek van de dag te bepalen. 

Terwijl je diep van binnen ook wel weet dat al die keuzen wel degelijk politiek geladen zijn, dat ze consequenties hebben die zich uitstrekken tot ver buiten de studio en dat het voeren van het gesprek van de dag meer behelst dan het aan tafel bijeenbrengen van enkele extreme figuren. Je stelt niet alleen het speelveld ter beschikking, je wilt ook scheidsrechter zijn. Neem dan op z’n minst je fluitje mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden