Nationale mythen en individuele sprookjes

IN ZIJN roman De veroveraar heeft de Portugese schrijver Almeida Faria het voorzien op Dom Sebastiao, de zielige telg uit het Habsburgse huis die in de zestiende eeuw enige tijd koning van Portugal is geweest en die zijn land met klamme hand maar voortvarend naar de afgrond heeft geleid....

MICHAEL ZEEMAN

Waar het mij om gaat is dat Faria voor zijn boek gebruik heeft gemaakt van een Portugese 'nationale mythe'. Sebastiao is indertijd met zijn mannen in een augustusmaand in de zinderende hitte van de Sahara verdwenen en zijn lijk is nooit teruggevonden. Dat heeft bij de achtergebleven Portugezen de gedachte doen postvatten dat hij helemaal niet dood is, al is zijn leger dan in de pan gehakt, en dat hij, als de nood aan de man komt, zal terugkeren om orde op zaken te stellen en Portugal te redden. Dat verhaal is niet alleen indertijd een eigen leven gaan leiden, het is uitgegroeid tot een hardnekkige mythe die, houdt u vast, tot op de huidige dag is blijven rondspoken.

Dat laatste is niet zozeer enigszins ongeloofwaardig: het kan haast niet waar zijn. Portugal, een degelijk Europees land al ligt het dan zowat voor de Afrikaanse kust, netjes lid van de Europese Unie, her en der bekabeld zodat je er in elk geval in de hotels CNN kan ontvangen, een uitgebreid net van vliegverbindingen met de normale wereld, rijkelijk veel telefoonaansluitingen, hele dorpsbevolkingen op pad gegaan om als gastarbeider in West-Europa rijk te worden en vervolgens met de poet teruggekeerd, noem maar op: in alles de kans gehad een beschaafde natie te worden.

En daar zouden ze, die kek geklede strenge dames en die mannen in donkere pakken die in Brussel, Straatsburg en aanstonds in Amsterdam serieus mogen meepraten over de EMU and all that, in het geniep van hun privé-vertrekken stilletjes maar wel in ernst denken dat er vroeger of later nog een zwakbegaafde koning, vier eeuwen na zijn vermoedelijke dood, zou opduiken om de helpende hand te bieden.

Het is even krankzinnig als raadselachtig, maar het schijnt echt waar te zijn. Toen Faria's boek verscheen brak er een heus relletje uit in Portugal en dat ging niet over zijn taalgebruik of het door hem gepractiseerde literaire perspectief, maar om het blote feit dat hij de draak had gestoken met Dom Sebastiao. In ieder gesprek dat je met Faria of met een van zijn landgenoten over de kweste voert, duikt dezelfde rechtvaardiging van die herrie op: Dom Sebastiao is een nationale mythe, en daar heeft een mens vanaf te blijven.

Het eigenaardige is niet dat Faria er een raillerend boek over schreef, het eigenaardige is zelfs niet dat er daarna een ongemakkelijke discussie over zijn boek ontstond - het verbijsterende is uiteraard het doodgemoedereerd gebruik van het begrip 'nationale mythe'. Door alle partijen, de auteur en zijn medestanders zowel als de verontwaardigde tegenstanders. Dat allerlei kwezels in die achterlijke dorpen dat doen, nou ja, dat desnoods dames op leeftijd in Lissabon dat doen of praatjesmakers tijdens recepties op Portugese ambassades in het buitenland, dat is allemaal nog wel te begrijpen.

Maar dat de schrijver zélf - gestudeerd en bereisd: hij is hoogleraar filosofie aan de universiteit van Lissabon en hij laat regelmatig zijn neus zien op congressen over de Europese culturele identiteit - dat doet, dat roept vragen op.

Vragen die niet alleen opduiken naar aanleiding van Portugese toestanden, maar die zich naar believen voor talrijke Europese landen laten vervangen door vergelijkbare vragen. Vragen die later deze week in het gebouw van de Nederlandsche Bank aan het Amsterdamse Frederiksplein niet aan de orde zullen komen, maar die vermoedelijk het ware succes van alle afspraken die daar gemaakt zullen worden van limieten voorzien. Want je kunt over integratie en samenwerking praten dat het een aard heeft en handtekeningen zetten tot je er kramp van in je vingers krijgt, wanneer een deel van de gesprekspartners thuis in nationale mythen gelooft en de ander geen idee heeft wat daarmee bedoeld mag worden, kent iedere integratie en iedere afspraak zo zijn beperkingen.

'Portugal', sprak Faria desgevraagd minzaam glimlachend, 'heeft nooit de Verlichting gekend. En het is de vraag of de resultaten daarvan er inmiddels zijn doorgedrongen.' Bolkestein krijgt nog wat te stellen met zijn toelatingscriterium voor de Europese Unie van 'gedeelde formatieve historische gebeurtenissen'.

Maar wat moet een mens met zoiets curieus als 'nationale mythen'?

'Frankrijk', schreef De Gaulle in het volumineuze boek dat hij over de geschiedenis van zijn vaderland maakte, 'is een groot land waarvan de oorsprong in de nevelen van de tijd verborgen ligt'. Het kost geen enkele moeite zijn opvolgers, of ze nu van links of van rechts komen, op vergelijkbare adembenemende nonsens te betrappen. Zoals het evenmin moeite kost dergelijke retorische kletspraat te ontwaren in de toespraken van Tony Blair (alleen dat oudbakken 'dawn over Britain' al, waarmee hij zijn overwinningstoespraak opluisterde). Een van de weinige Europese leiders die zelden betrapt wordt op het gebruik van dergelijke nationaal-historische mythologie-retoriek is Helmut Kohl, maar ik vrees dat dat meer te maken heeft met het onhandige verloop van de Duitse geschiedenis in deze eeuw en de mate waarin een hysterisch beroep op mythen daar debet aan is, dan met zijn diepst beleefde persoonlijke voorkeuren.

De vraag is of wij er helemaal aan ontsnappen, of dat wij eenvoudig blind zijn voor de mythologie die wij zelf hebben geweven. Bijziendheid is een bekende oorzaak van vertekende waarneming. Jan Bank heeft in zijn Leidse inaugurale rede, Het roemrijk vaderland, acht jaar geleden geïnventariseerd hoe het in de vorige eeuw met de Nederlandse cultureel nationalistische mythologie gesteld was en de architectuurhistoricus Auke van der Woud heeft in zijn studie De Bataafse hut nagetrokken wat er tussen het midden van de achttiende en de helft van de negentiende eeuw met die mythologische voorstellingen van het vaderlands verleden gebeurd is.

Maar de historieschilderstukken en dichterlijke heldenzangen van Bank en de Bataafse Arcadia van Van der Woud, het blijven allemaal negentiende-eeuwse voorstellingen. De hardnekkigste vaderlandse mythe van onze tijd betreft de Tweede Wereldoorlog, of liever nog onze ingenomenheid met andersdenkenden en onze sympathie voor vervolgde vreemdelingen. Heel Nederland in het verzet, met Koningin Wilhelmina voorop, zij het ook op veilige afstand. Maar zelfs die mythe ligt al decenna onder vuur en inmiddels is er aan het decennialang vakkundig gepropageerde beeld van die onverschrokken, manmoedige koningin erosie te constateren. De mythe van verontwaardiging en geschokte tolerantie is allang verkeerd in de zelfkwelling van lijdelijkheid en pragmatische indifferentie.

We zijn er zelfs zo slecht in, in het cultiveren van zonderlinge voorstellingen van ons verleden, dat we zelfs van het gebruik van de begrippen 'wij' en 'ons' in een zin als deze enigszins ongemakkelijk worden. 'Wij Nederlanders' heet een televisieserie die de eigenaardigheden in het Nederlandse karakter probeert te diagnosticeren, en dat 'Wij' is onmiskenbaar treiterend bedoeld. Mythen gedijen slechts bij collectieve onderschrijving, individualisten hebben hooguit sprookjes tot hun beschikking.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden