Nar, prediker of mysticus - maar altijd leuk

Geboren: 30 augustus 1944 in Westernieland...

LEUK WAS hij altijd al van zichzelf. Toen Freek de jonge als klein jongetje werd gevraagd wat hij later wilde worden - 'Toch zeker toneelspeler?' - hakkelde hij verschrikt: 'Nee, do... do... dominee', zo vertelt hij in zijn autobiografische roman Zaansch Veem. Maar een paar jaar later ontdekte hij dat hij zich met grappen kon verweren tegen jongens die hem pestten met zijn uiterlijk. Op het schooltoneel kreeg hij de zaal plat met moppen uit De Lach. Misschien moest hij toch naar de toneelschool. Maar na negen jaar hbs werd het een jaar Nederlands. Toen ontmoette hij Bram Vermeulen en begon een glorieuze carrière in het theater. Dertig jaar, zonder echte inzinkingen.

'Wees maar niet bang hoor', had hij tegen zijn vader, de dominee, gezegd. 'Ik word zoiets als Toon Hermans.' De preken van zijn vader, verhalen met een dramatisch hoogtepunt, waren zijn enige toneellessen. Zijn kerk werd het theater. En de lach was het ritueel waarmee bij de gemeente in een devote roes bracht. God, hel en verdoemenis zwoer hij aanvankelijk af, maar die zouden onontkoombaar terugkeren in zijn werk. Maar dan anders.

Toen zij in 1969 begonnen met Neerlands Hoop waren Bram en Freek zelf de afgodjes die het immense succes van hun voorstellingen, de jubelende kritieken, de smekende platenbazen, als vanzelfsprekend incasseerden. Natuurlijk, zij waren de besten. Cabaret, dat was niks. Beschaafd maatschappij-kritisch gerijmel boven een piano, nooit schokkender dan de burger op z'n vrije avondje kon verdragen. Mensen die van hun stoel vielen als de naam Luns viel, moesten maar naar Wim Kan, en voor halfzacht gezwijmel kon je bij Herman van Veen terecht. Zij verkochten hun ziel voor geen prijs aan het Wim Ibo-establishment.

Bram en Freek stelden, met snoeiharde grappen en stomende popmuziek, de nieuwe norm. Slim, bot, en even 'geëngageerd' als dwars. Dus wie jong was en voor slim en links wilde doorgaan, dweepte met Neerlands Hoop. Al zeiden de twee zelf voor 'werkende jongeren' te spelen, voor de progressieve intelligentsia werd bewondering van het duo al snel een bewijs van goed gedrag.

'Mijn God, wat een overschatting', zei Freek de Jonge in 1991, toen hij de banden van Neerlands Hoop terugzag. Toch was hun arrogantie niet helemaal misplaatst. Het was wel degelijk revolutionair wat zij deden. Voor het eerst in de geschiedenis van het cabaret werd afgerekend met het stramien van sketchje-praatje-liedje. Ieder taboe werd opengereten; het publiek liet zich gewillig meppen.

In de loop van de jaren zeventig klonk er teleurstelling door in hun shows. Schoppen tegen de macht raakte uit. De idealen van de jaren zestig verbleekten snel; hun generatie meende dat 'alles al eens was gebeurd'. En ze voelden zich slecht begrepen. Schokkend was Freeks monoloog vanuit een rolstoel, met grappen over bizarre ongelukken. Het publiek lachte zich dood, maar dat hij aandacht vroeg voor mensen van wie doorgaans gegeneerd werd weggekeken, drong niet door. 'Zodra het om iets wezenlijks gaat, zie je de oogjes afdwalen', zei hij. 'Dan gooi ik er een grap tegenaan.'

In 1974 gebeurde er iets 'wezenlijks': het drie maanden oude zoontje van Freek en Hella de Jonge stierf. Twee dagen later meldde hij zich weer bij. Sindsdien zijn er veel lege kinderwagens in zijn shows langsgereden. 'Op de dag dat m'n zoon geboren werd, hebben we een vaatwasmachine gekocht. Die vaatwasmachine hebben we nog', was zo'n grap die hij er dan tegenaan gooide.

In 1979 ging het duo uit elkaar. Ze hadden elkaar 'uitgewoond'. Dat Freek veruit de leukste was, zei niemand hardop. In zijn eentje bleek hij nog beter. En hij bedacht weer iets volslagen nieuws dat gretig geïmiteerd zou worden door collega's: zijn eerste solo- voorstellingen, te beginnen bij De komiek (1980) waren lange, dramatische verhalen, met hilarische ontsporingen, harkerige slapstickscènes en ontroerende momenten. En een ferm moralistische strekking. Dat moest, vond hij. Wie kritiek leverde, moest zelf een richting aangeven.

Hij was de tijdgeest altijd een paar stappen voor. In 1980, voordat New Age in de mode kwam, presenteerde hij Denkbeeld, een tv-programma vol sterrenwichelarij, UFO's en reïncarnatie. Intellectuelen die hem altijd blindelings napraatten, voelden zich bedrogen. Freek had daar plezier in; hij vertikte het om hun huis-cynicus te zijn. Hij flirtte met Bhagwan, die hem leerde dat de moderne mens wordt dwarsgezeten door zijn kolossale ego. Maar in een oranje soepjurk lopen, ging hem te ver.

Hij waagde zich aan een film over verloren onschuld, De Illusionist, waarin geen woord werd gesproken - gewoonlijk niet zijn sterkste punt. En hij schreef romans: Zaansch Veem (1987) Neerlands Bloed (1991) en Opa's wijsvinger (1994). De kritiek oordeelde welwillend, maar altijd met de kanttekening dat zijn tekst het op het toneel, met die wild maaiende armen en trouwhartige hondenblik erbij, beter deed.

Schrijver of entertainer, nar of messias, Freek de Jonge wist eind jaren tachtig niet wat hij moest zijn. Soms dreigde hij te bezwijken onder de hoge moraal die hij zichzelf en anderen oplegde. Zijn geschurk tegen 'het hogere' maakte hem wel hyperbewust van wat hij stond te doen op het toneel: een geroepene was hij, die zijn magische gave moest aanwenden om een zaal in trance te brengen. 'Als Jomanda', legde hij uit, met de hem typerende mengeling van megalomanie en zelfhaat. Toen hij in 1988, in De goeroe en de dissident, in volle ernst sprak over een levensweg, eindigend in de 'Poort der Onthechting', haakten veel fans af. Freek was te veel op zijn vader gaan lijken.

In de jaren negentig waren de zalen ineens niet meer uitverkocht. Een deel van zijn publiek had hem verruild voor Youp van 't Hek, de jongeren verkozen Hans Teeuwen of Theo Maassen. De Jonge kon zijn teleurstelling moeilijk verbijten. De nieuwe generatie cabaretiers toonde zich, als alle kinderen, niet schatplichtig aan hun vader, en dat zat hem dwars. Hij werd er publiekelijk niet vrolijker op. De generatie die hem tot bloei had gebracht, was gecorrumpeerd; hij stond alleen.

In 1975 voorspelde hij al: 'De Vertrossing wordt de Grote Leider; er is geen doel, geen bestemming, maar er is ook geen echte vreugde meer en geen echt verdriet. Wat rest, is entertainment.' Nu constateert hij somber dat het pijlsnel die kant opgaat: door de tv gedicteerde oppervlakkigheid, ongebreideld materialisme, platte humor, desinteresse voor milieurampen en oorlogsleed. 'Ik lach niet meer, het is mijn werk geworden.'

Maar de Freek de Jonge die dit jaar eens in de maand een briljante aflevering produceert van zijn tv-feuilleton De Grens blijkt leuker, sneller en meer ontspannen dan ooit. Het kleed van de mysticus heeft hij afgelegd; zijn ego gedijt nu eenmaal voor het voetlicht. 'God in traditionele zin, nee natuurlijk niet', zegt hij nu. 'Maar het is goed zoiets of zo iemand te koesteren.' Waarmee hij in de buurt komt van Frans Kellendonks 'oprecht veinzen' van geloof, en de zelfgemaakte God van Gerard Reve.

In 1978 voerde hij met Bram Vermeulen actie om het Nederlands elftal ervan te weerhouden in Videla's Argentinië te voetballen; in 1998 probeerde hij hetzelfde bij een wedstrijd in Nigeria. Weer vergeefs, maar nu in het besef dat het om het gebaar gaat, en hij daags erna weer rustig bij de 'foute pakken' in de Arena zou aanschuiven. Als heel Nederland in lamme berusting de oorlog in Kosovo gadeslaat, roept hij als eerste dat er iets moet gebeuren. Maar hij toont ook begrip voor Bolkesteins standpunt over asielzoekers. 'Het is maar goed', zei hij onlangs, 'dat linkse mensen als ik nooit aan de macht zijn gekomen.'

Freek de jonge, 55, is weer onverstoorbaar zichzelf. Gedoemd de leukste, geboren moralist. Een formidabel talent dat zich met iedere vezel van zijn lijf geeft in ieder voorstelling. Toon Hermans stond op zijn tachtigste nog op het toneel; misschien is Freek pas op de helft.

Dit is de 95ste aflevering van een serie over over honderd belangrijke Nederlanders van deze eeuw. De volgorde is chronologisch (op basis van geboortedatum). Onder het kopje Gepasseerd staan de namen van tijdgenoten die de tophonderd niet hebben berelkt.

FREEK DE ONGE

Geboren: 30 augustus 1944 in Westemieland. Put inspiratie uit: sport en de Bijbel.

Helden: Kalka ('de grootste humorist'), johan Cruijff en Toon Hermans. Vrouwen. Eén. Echtgenote en artdirector Heila.

Opmerkelijke uitspraak: 'De Bomans van de jaren negentig, daar zou ik me niet slecht bij voelen. Liever een corrupte Bourgondiër dan een geflipte revolutionair.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.