Goed & SlechtArjan Peters

Naïviteit werkt alleen als de schrijver niet zoveel aan de lezer denkt

 Een schrijver die zichzelf aandoenlijk vindt, zo ondervond Arjan Peters, wekt irritatie.

Beeld ullstein bild via Getty Images

Nogal een irritant trekje van Toon Tellegen, misschien doordat hij veel verhalen voor kinderen heeft geschreven: geregeld speelt hij naïef te zijn. ‘Ik ben een sloot’, is de opening van het gedicht ‘Sloot’ uit de bundel Glas tussen ons (Querido; € 16,99). Vooruit maar weer: meneer is een sloot.

‘Jongens porren met stokken in mij, een knotwilg buigt zich over mij./ Ik stroom niet, ik ben modderig en zit vol met stekelbaarsjes, waterspinnen,/ fluitekruid woekert langs mijn oevers./ Hoe ben ik een sloot geworden?/ Ik was een man, fier en onvervaard./ Er sloop verval in mij, ik trok krom, raakte met mijn neus de grond,/ verloor mijn neus en werd een sloot./ Niemand had het in de gaten./ Tot iemand tegen mij zei: ‘Meneer, weet u wel dat u een sloot bent,/ onderhevig aan de regels en voorschriften van het waterschap?’/ Hij hield mij een spiegel voor.’

Daarin ziet hij een sloot. Kennelijk gaat dit over een crisis; een man is dichtgeslibd. Dan is het wachten op de hand die tussen de lissen een wak in het kroos maakt, zou Martinus Nijhoff zeggen. Maar wat mij stoort, is die toon: ‘Meneer, weet u wel dat u een sloot bent?’ Aandoenlijk doen, quasi-onbevangen allerlei dieps aanboren. Het is nep.

Linke soep, de naïeve toon. Werkt alleen als de schrijver niet zoveel aan de lezer denkt. In zijn microscopische potloodhandschrift, dat pas in 1972 werd ontcijferd, schreef Robert Walser in 1925 de roman De rover (Koppernik; € 19,50), nu vertaald door Machteld Bokhove. De verteller wil zich voordoen als een beschaafd man, in tegenstelling tot de rare ‘rover’ uit de titel, maar je voelt meteen dat hij die snuiter, die schaamteloos gevoelens van anderen rooft, zelf is. 

De schrijver spartelt tegen, hij wil afstand houden, en die strijd levert proza op dat fijn zwabbert tussen typisch en lijp: ‘Edith houdt van hem. Hierover later meer. (…) Als hij uitgelachen wordt, dan lacht hij mee. (…) Men heeft zich ongelooflijk veel moeite getroost om hem op te voeden. Gelooft deze Peruaan, of wat hij ook mag zijn, dan dat hij dat zelf zou kunnen? (…) Eens zat hij zomaar op een bank in het bos. Wanneer was dat?’

Een paar jaar later werd Walser naar het gesticht afgevoerd. Hij wandelde daarna nog jaren, maar de schrijver viel stil. Die stroomde niet meer.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden